Paddo’s

Shiitakes op stam
Shiitakes

Het vroege voorjaar en het gesnor van kettingzagen; ze horen bij elkaar als paddenstoelen en kabouters. Nog voordat de sapstroom in de bomen weer op gang komt en alles weer uitbot is het tijd om te snoeien. Dat betekent dat het voorjaar ook de ideale tijd is om paddenstoelen te zaaien. Paddenstoelen zaaien? Het is geen groente. Dat klopt. Een paddenstoel behoort uiteraard tot het rijk der schimmels. Ze vermenigvuldigen zich met sporen en soms ook met ondergrondse schimmeldraden. En je kan ze prima zelf verbouwen.

Nu is de paddenstoel een beetje een ondergeschoven kindje in de Nederlandse keuken. De enige paddenstoel die we op grote schaal kweken en eten is het saaie bleekneusje van de familie: de champignon. De champignon is in feite niet meer dan een beetje gecultiveerde paardenmest. Terwijl er zoveel meer te halen is in de wereld van de schimmels en gisten.

Neem bijvoorbeeld de Aziatische eikenzwam of shiitake. Deze zwam voelt zich te goed voor paardenmest en zetelt bij voorkeur op vers afgestorven eikenhout. En dat proef je. De smaak en structuur van de shiitake zijn van een compleet andere orde dan de champignon.

Wintereik, zomereik, Amerikaanse eik, Moeraseik, Beuk, Berk of populier: allemaal prima geschikt om shiitakes op te kweken. Ander loofhout kan ook, naaldhout is ongeschikt. Van belang is dat het verse stammetjes zijn, die minimaal een maand de tijd hebben gehad om wat te besterven.

Ideaal zijn stammetjes van een halve tot een hele meter lengte en een doorsnee van 10 tot 20 cm. Op deze stammetjes kan je de zwam enten. Hiervoor zijn speciale entpluggen verkrijgbaar. Dat zijn houten deuvels, die doorgroeid zijn met de zwam. De stammetjes kan je enten door er een aantal rijen gaten in te boren met een houtboor met dezelfde diameter als de pluggen. Vervolgens tik je met een hamer de entpluggen in de gaten. Dat is alles. Voor een stam van 10 cm doorsnee bij een meter heb je al gauw 20 pluggen nodig.

Nu komt het moeilijkste deel van het zwammen kweken: wachten. De schimmel heeft tijd nodig om door de stam heen te groeien. Afhankelijk van de dikte van de stammen en de hoeveelheid pluggen die je hebt gebruikt kan dit makkelijk één à twee jaar duren. Bewaar de stammen al die tijd op een schaduwrijke, vochtige plaats. Het is van belang dat de stammen niet uitdrogen, dus als het erg droog wordt kan je ze best een keer water geven.

Als de zwam volledig door de stam gegroeid is kun je proberen de zwam tot knopvorming te bewegen. Dompel de stam een dag of twee onder in koud water, bijv. de regenton. De zwam denkt dan dat het voorjaar is in Japan en zal knoppen gaan vormen. Op de bast van de stam ontstaan bobbeltjes van ongeveer een centimeter doorsnede die in twee weken uitgroeien tot paddenstoelen. Deze kan je het best plukken als de rand nog een klein beetje naar binnen is gekruld.

De shiitake is een subtropische zwam. Bij temperaturen lager dan 15°C komt de paddenstoel zijn nest niet uit. Het pluk seizoen voor shiitakes loopt dus zo’n beetje van mei tot september. Afgelopen september hebben we op deze manier de eerste paddenstoelen geplukt van stammetjes die we in 2015 hebben geënt. Zoek dus voordat al je snoeihout de paasbult opgaat de mooiste stammetjes er uit en bestel een zakje entpluggen op internet.

Deze aflevering verscheen eerder in Ien en om ’t Wiergat, de dorpskrant van Westeremden

Eerste bewoners

Deze post is een vervolg op Het dak

Insekten en andere hotels onder de dakrand

De afgelopen maand hebben we hard gewerkt om het nieuwe schuurtje annex kippenhok zo ver af te krijgen dat de vaste bewoners er hun intrek kunnen nemen. Afgelopen zaterdag was het zo ver en konden we de kippen van hun tijdelijke huisvesting in de kas verhuizen naar hun nieuwe verblijf. Deze klus deed ik zo rond de avondschemering samen met mijn zoon. Bij het vallen van de avond zitten de kippen al te dutten op hun stok en pluk je ze er zo vanaf. Dat scheelt weer een hoop rennen voor mij en stress voor de kippen.

Een nieuw hok

Groen dak

Voordat de dames hun intrek konden nemen in hun nieuw verblijf moest er nog wel het een en ander gebeuren. Eind februari was de dakconstructie klaar en konden we beginnen met de aanleg van het groene dak. Om kosten te besparen hebben we dit zo simpel mogelijk gehouden. Op de dakconstructie van liggers, dwarslatten en kippengaas hebben we een dubbele laag oranje dekzeil aangebracht. Het zeil hebben we vastgezet met latjes op de daklijst. De ondiepe badkuip die zo ontstaat hebben we opgevuld met graszoden en teelaarde en vervolgens beplant met verschillende soorten sedum.

We hebben geen dakgoten. Op de laagste rand van het dak ligt een drainagebuis in een bed van brekerzand. Het idee is dat het regenwater dat niet door de beplanting en aardelaag wordt geabsorbeerd op deze manier afgevoerd wordt naar een regenpijp op een van de hoeken.

Groen dak in aanleg
Groen dak in aanleg

De graszoden hebben we her en der uit de voortuin gestoken en liggen op het meest steile deel van het dak. De rest hebben we aangevuld met aarde en sedumbeplanting, die op den duur het hele dak over moet gaan nemen. Dat kan nog wel paar jaar duren.

De bovenkant van de  daklijst hebben we afgewerkt met gehalveerde conservenblikjes, ongeveer 200 in totaal. Het idee voor de daklijst van blikjes kreeg ik na een experiment met een blikken dak voor een konijnenren. Ik schat dat de blikjes het een jaar vier à vijf volhouden. Nu glimmen ze nog in de zon. Aan het eind van de zomer zullen ze een donkerbruin patina hebben. Als de roest er eenmaal vat op krijgt dan gaat het snel. Er praktisch is het niet, maar behalve tijd kost het niets en ik vind het wel een mooi statement over afval, recycelen en vergankelijkheid.

Kippenhok

Hok en schuur

Met een voltooid dak kon bouw van het eigenlijke kippenhok beginnen. Ook hier was de insteek een zo laag mogelijk budget en een zo laag mogelijke ecologische voetafdruk. Dat is een uitdaging op zich. Gelukkig zijn er dan goede buren. In dit geval niet de bewoners van het pand op de achtergrond van de foto, maar een bevriend stel een paar huizen de andere kant op. Deze stelden kostenloos een stapeltje douglas schaaldelen, die van de bouw van een nieuwe schutting overgebleven waren, ter beschikking. Ruim genoeg voor een stevige achterwand van het hok en het raamwerk voor een deur. Voor de rest bestaat het hok uit gerecyclede lundia- en andere kasten, een paar lariks regels, kippengaas en wat gebikte baksteen.

De kippen zijn verhuisd, de rommel heeft zijn plek. Het project is nog niet af,  het dak lekt her en der, de afvoer heeft nog wat finetuning nodig, er ontbreken nog wat schoren, er zijn nog akelig open wanden, maar het is bijna april en dat betekent andere prioriteiten. Zaaien en poten!

Wordt vervolgd…

 

Compost

composthoop
Groen en bruin matriaal, op zoek naar de ideale mix

Een van de grondleggers van de biologische landbouw is tevens de uitvinder van het composteren. De plantkundige Sir Albert Howard zwaaide in het begin van de vorige eeuw de scepter over een agrarisch proefstation in Brits koloniaal India, waar hij onderzoek deed naar de effecten van humus op de bodemvruchtbaarheid.

De groene revolutie

Howard had een scherp oog voor de natuur en traditionele landbouwmethoden. In Howards visie is bodemvruchtbaarheid de basis voor iedere duurzame vorm van landbouw en de basis voor die bodemvruchtbaarheid is humus. Howard onderzocht de effecten van organische bemesting op allerlei gewassen en begon hij te experimenteren met verschillende methoden om te composteren. Zo stond hij aan de basis van het Indore proces: de methode om plantaardige en dierlijk restmateriaal om te zetten in humus. Deze methode vormt nog steeds overal ter wereld de basis voor de compostering van groene reststromen. Vergeet Wageningen, de echte groene revolutie begon in India.

Composteren kun je leren

Het leuke van composteren is dat het de makkelijkste manier is om zelf een gesloten kringloop te maken. In plaats van je GFT-afval in de groene container te mikken kan je het ook in een hoekje van de tuin composteren. De compost is weer ideale mest voor de tuin. Composteren kan op vele manieren. Youtube staat vol met handleidingen en leuke filmpjes over compost. De basis is altijd hetzelfde: organisch materiaal. De essentie van composteren is het creeren van de ideale omstandigheden voor schimmels en bacterien om organisch materiaal om te zetten in humus. Dat begint met het matriaal dat je wilt composteren. Ideaal is een mix van koolstofrijk en stikstofrijk materiaal. Koolstof zorgt voor de structuur van de compost. Stikstof werkt als een soort Red Bull voor de micro-organismen, die er voor zorgen dat het organisch materiaal wordt omgezet in compost. Verder zijn een beetje vocht en vooral veel zuurstof nodig. Oftewel: mix koolstofrijk en stikstofrijk organisch materiaal met een beetje vocht en veel zuurstof en er ontstaat vanzelf compost. Hoe beter de mix, hoe heftiger het composteringsproces. Bij een optimale mix kan de temperatuur in de composthoop oplopen tot ruim 70°C. Bij een minder optimale mix verloopt de compostering langzamer en is de omzetting van ruw organisch matriaal naar humus minder compleet. De hoge temperatuur helpt om onkruidzaden en ziektekiemen op te ruimen.

Een composthoop bouwen

Een composthoop in de tuin kan je het best opbouwen in laagjes. Eerst wat grove takken zodat er van onder op de hoop voldoende zuurstof de hoop in kan. Dan een laag “bruin” materiaal. Dat is in composttermen al het koolstofrijk matriaal, zoals stro, takken, dode bladeren, zaagsel, etc. Dit matriaal is vaak bruin en droog. Vervolgens een laagje “groen” matriaal. Dat is de slang voor stikstofrijk materiaal zoals pas gemaaid gras, mest, keukenafval, etc. Dit matriaal is vaak groener en vochtiger. Na een laagje groen weer een laagje bruin, enzovoorts. Zo bouw je een luchtige hoop van ongeveer een meter bij een meter. Hoe fijner het matriaal, hoe beter het werkt. Lange of dikke stukken even met een snoeischaar in stukken knippen. Als je de hoop goed hebt opgebouwd is het zelden nodig extra water te geven. Bij een goede mix zal de hoop na een paar dagen op temperatuur komen en binnen een paar weken flink inzakken. Na een week of zes is het tijd om de hoop om te zetten: met een vork meng je alles weer goed door elkaar. Materiaal van de buitenkant van de hoop is minder goed verteerd, dus dat gaat naar binnen en vice versa.

Het lukt niet!

Als het niet lukt, dan ligt dat bijna altijd aan de mix: te veel bruin, te weinig groen, te nat, te droog, te weinig zuurstof, te grof materiaal. Te koud kan ook. Dat zijn de knoppen waar je aan kan draaien. Keer de hoop nog eens om, beetje water er bij of juist wat afdekken bij overvloedige regenval, beetje meer groen matriaal, de boel wat fijner hakken. Ingewikkelder is het niet.

Variaties

Bij een compostvat werkt het proces hetzelfde. Het voordeel van een vat is dat het proces wat meer beschut is. Geen last van regen of uitdroging, geen last van ongedierte. Wij hebben een hoop en een compostvat. De hoop gebruiken we voor het grove werk: snoeiafval, konijnenmest en de resten uit de groentetuin. Het vat gebruiken we voor de keukenresten. We composteren alles wat organisch is en wat niet wordt opgegeten door de kippen en konijnen. De kippen zijn op hun beurt weer dol op compost. In de composthoop wemelt het van de wormen, pissebedden en andere beestjes. In de zomer zitten de kippen er graag in te wroeten en in de winter krijgen ze regelmatig een emmertje verse compost in hun ren. De compost van de hoop is wat grover dan die uit  het vat. Die van de hoop gaat bij ons vooral naar de fruitbomen en bessestruiken. Die uit het vat gaat vormt een belangrijk deel van de bemesting van de moestuin en de kas.

Meer weten?

Lees dan An agricultural testament, van Albert Howard. Inspirerend en nog altijd hyperactueel.

Bemesting

Bordje N-P-K van organische oorsprong, lekker en voedzaam voor de bodem

Afgelopen zondag liep ik met een groene container vol oude schapenmest door het dorp. Mooie, gecomposteerde, oude stalmest. De ultieme bemesting voor iedere moestuin. De mest hebben we opgehaald bij een bevriend stel in het dorp. Zwart goud. Zo moet ongeveer het spul er uit gezien hebben dat eeuwenlang de schrale zandgronden in Drenthe van een beetje vruchtbaarheid voorzag. Schapen graasden op de woeste heide en lieten in de winter hun mest achter op heideplaggen in de schaapskooi. Deze laag mest werd dan in het voorjaar uitgereden op de akkers.

Een mooi systeem dat vraagt om een balans tussen de hoeveelheid weidegrond, akkerland, heide en schapen. Als je het goed doet, bouw je met dit systeem door de eeuwen heen een steeds dikkere bodemlaag op. Deze verhoogde akkers (bolle essen) zijn op verschillende plekken in Oost Nederland goed te zien.  De keerzijde van dit systeem is ook nog zichtbaar in het landschap. Te veel schapen op te weinig heide en je krijgt zandverstuivingen.

Nederland en de natuur

Tegenwoordig zijn het beschermde natuurgebieden; de extreme omstandigheden zorgen voor een unieke leefomgeving voor zeldzame planten en dierensoorten. Van waardeloze grond door te intensieve landbouw gepromoveerd tot waardevolle natuur. Dat maakt nieuwsgierig hoe we over 500 jaar kijken naar dat geouwehoer over de op natuurlijke wijze uitgemelgelde grote grazers achter een hekje in de Oostvaardersplassen. Nieuwe natuur in een polder die we hebben aangelegd om onze honger naar vruchtbare landbouwgrond te stillen. Het is een beetje schizofreen, de verhouding tussen Nederland en de natuur als je het mij vraagt.

Kanonnen, kunstmest en koken

Ondertussen is de winter voorbij. Tijd om de tuin te bemesten. Een moestuin vraag veel van de grond. Als je alleen van de grond neemt en nooit iets terug geeft, dan is de liefde natuurlijk een keer voorbij. Bemesten dus, zonder gaat het niet. Nu is het met mest net als met koken. Het kan volledig kunstmatig en chemisch, met pakje en zakjes. Dat noemen we in de tuin kunstmest. Kunstmest is een uitvinding van de wapenindustrie. Dat is een beetje kort door de bocht, maar er zit wel een kern van waarheid in. De zelfde jongens die in 1914-1918 de explosieven voor de slagvelden van Vlaanderen en Verdun verzorgden brachten na de Eerste Wereldoorlog nagenoeg hetzelfde product, synthetische nitraatverbindingen, onder de naam kunstmest op de markt. En boeren vonden het geweldig. Geen gezeul  meer met karrenvrachten mest en magere opbrengsten, maar een handzaam korreltje dat op magische wijze een dorre vlakte in een een groene oase verandert.

Nu heeft kunstmest een paar belangrijke nadelen, die de heren van de wapenlobby er niet bij vertelden. Kunstmest in de vorm van kunstmatige stikstof put de natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem uit, doordat de humus in de bodem versneld wordt afgebroken. En humus is nu juist hetgene dat in de natuur voor vruchtbaarheid in de bodem zorgt. Vul je deze humus niet aan met mest, compost of ander organisch materiaal dan wordt de bodem steeds schraler en verliest ze haar samenhang, met als gevolg: zandverstuivingen.

Organisch materiaal

We voeden de moestuin dus niet met synthetische vruchtbaarheid uit pakjes en zakjes, maar met organische materiaal. Mest van onze kippen en konijnen, compost, oude stalmest, organische mulch in de vorm van stro, gemaaid gras, houtsnippers, etc. Het organisch materiaal voedt het bodemleven. Dit bodemleven bestaat uit een complex netwerk van bacteriën, schimmels, amoebes, nematoden, protozoën, pissebedden, wormen en andere beestjes, die niets anders doen dan gratis en voor niets organisch materiaal omzetten in humus en mineralen. De humus zorgt voor structuur in de bodem en dat is nu net wat planten nodig hebben: een luchtige, kruimige bodemstructuur waar planten makkelijk in kunnen wortelen. Daarnaast houdt humus vocht vast. De mineralen, zoals diverse vormen van stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K), voeden de plant. Over bemesting wordt vanuit een synthetische bril vooral in hoeveelheden N-P-K gedacht. Deze mineralen zijn van belang, maar niet het hele verhaal achter bemesting. Misschien nog wel belangrijker is het verhaal van koolstof, water en zuurstof.  Dat is het verhaal van organische mest, die voornamelijk uit koolstofverbindingen bestaat. Koolstof zorgt voor humus en humus zorgt voor een luchtige bodem die vocht vasthoudt voor als het nodig is.

De basis is dus organische koolstof. Doen we dan niks aan stifstof, kalium en fosfor? Zeker wel, maar voor mij is dat toch een beetje bijzaak. Schone houtas bevat veel kalium en gaat bij de planten die dat graag lusten, zoals tomaten en aardappels. Fosfor zit veel in botten en botten krijgt onze tuin genoeg uit de composthoop. Stikstof is de enige meststof die ik nog wel eens aanschaf en dan in de vorm van bloedmeel.

Wordt vervolgd…

 

Tomaten zaaien

De kasbewoners van dit jaar

Maart is begonnen en dan is het tijd om tomaten te zaaien. Ik was in februari al begonnen met de pepers en aubergines, maar die wilden niet opkomen. Dan nog maar een poging. Tomaten, aubergines, pepers, paprika’s; het kan ze niet warm genoeg zijn. Daarom beginnen we vroeg, maar binnenshuis. Zo hebben we tegen eind april, begin mei aardige planten die uitgeplant kunnen worden in de kas, zodra de kans op nachtvorst daar verdwenen is.

Rassen

Ik heb dit jaar weer dezelfde tomatenrassen gezaaid als vorig jaar. Drie soorten vleestomaten, namelijk de Black Seaman, de Purple Calabash en de Coeur de Boeuf. Daarnaast een soort cherry tomaat, de Brown Egg Cherry en een “gewone” saladetomaat, de Black Ethiopian.

Twaalf keer drie potentiële plantjes

Keep it simpel

Tomaten zaaien kan je zo ingewikkeld maken als je zelf wil. Ik hou het vrij simpel. Gewone potgrond, eventueel een beetje brekerzand erdoor in een plastic zaaibakjes.  Grond licht aandrukken, drie zaadjes per bakje en afdekken met een beetje zand. Vervolgens de potgrond vol laten zuigen met water, labeltje er bij en het bakje kan in de propagator. Dat is in mijn geval een duur woord voor een houten kist met een krant er onderin en een glazen plaat er boven op. Deze staat in de woonkamer op de meest zonnige vensterbank die we hebben. Het geheel werkt als een minibroeikasje in de woonkamer. Als het zonnig is loopt de temperatuur flink op. Tomaten kiemen het best bij temperaturen ruim boven de 20°C. Aubergines, pepers en paprika’s lusten nog wel een paar graden extra; die komen beneden de 25ºC hun nest amper uit. Je kan ook een elektrische propagator kopen met thermostaat en de hele rambam, maar zonder kan dus ook. Voor tomaten en pepers zelf prima, auberginezaden zijn en blijven verwende etterbakken in mijn beleving. Dat blijft zonder fancy climate control dus een beetje een gok.

Lekker in de zon op de vensterbank.

Vocht

Zonder water geen leven. De grond in de zaaibakjes moet constant een beetje vochtig zijn. Dagelijks even de plantenspuit er op is voldoende. De combinatie van vocht en warmte is ideaal voor schimmels. De combinatie schimmel en pas ontkiemde tomatenplantjes is dodelijk. De oplossing is simpel: voldoende ventilatie in de bak. Hou de glazen plaat altijd op een kiertje en dan is er niks aan de hand.

Ontkiemen

Na een week of twee zullen de tomaten ontkiemen en heel voorzichtig hun kopjes boven het zand steken. Als alles meezit zal een groot deel van de zaadjes opkomen. Van mijn eigen gekweekt tomatenzaad kwam vorig jaar bijna 100% op. De aubergines, pepers en paprika’s laten meestal wat langer op zich wachten; die zijn soms wel drie weken onderweg.

Na de kiemblaadjes komen de eerste twee echte bladeren. Als nummer drie en vier in aantocht zijn is het tijd om te verspenen: de plantjes gaan van hun benauwde zaaibakje naar een groter potje. Maar zover is het nog niet.

Wordt vervolgd…

Het dak

Dakconstructie
Dakconstructie

Deze post is een vervolg op Het raamwerk.

De laatste dagen van februari tikken weg, nog even en het is maart en dat is de magische grens om te beginnen met het zaaien van tomaten. Binnen wel te verstaan, achter glas, in de vensterbank. Normaal sta ik rond deze tijd te popelen om met de tomaten te beginnen, maar deze moeten nog maar een weekje wachten. Het is droog en zonnig, dus… het dak moet er op!

Constructie

Afgelopen week begonnen met de dakconstructie. Het is een simpel plat dak, maar dan met een lichte helling naar beide kanten, dus eigenlijk helemaal niet zo simpel. Het plan is dat we een groen dak erop leggen. In plaats van 20 vierkante meter tuin op te offeren voor een schuurtje, tillen we die tuin gewoon de hoogte in: een minibiotoop met een extreem klimaat.

Nu zijn groene daken  in verschillende soorten en maten te koop: sedum matten, sedum cassetes, etc. Fantastische systemen als je de folders mag geloven, maar ook fantastisch duur. Relatief dan. Dit project draait om soberheid: lage impact, lage kosten, maximaal duurzaam en hergebruikt of opnieuw te gebruiken. Oftewel we maken het groene dak zelf.

De dakconstuctie bestaat uit draagbalken, een raamwerk van regels en een laag kippengaas. Daarop komen nog een of twee lagen waterdichte folie en daaroverheen dan graszode en andere beplanting. Om het hele dak heen ligt een lijst, die voorkomt dat de grond van de graszoden met een flinke regenbui  van het dak spoelt. Je maakt dus een soort badkuip, met aan een kant een afvoer om het overtollige hemelwater naar een nuttiger bestemming te brengen.

Lichte helling naar beide kanten

Vorm

Dat is dan gelijk de eerste reden voor dat gedoe met die helling naar beide kanten: het water kan makkelijker weg. Daarnaast ligt het dak door de helling wat gunstiger in de zon. Dat leek me voor het groen op het dak wel prettig. Tenslotte maakt het knikje het dag wat minder recht en hoekig en past het geheel daardoor beter bij de wat organischer gevormde benen. Het oog wil ook wat.

Dak met een tipje

Matriaal

De dakconstructie is van vurenhout met een daklijst van europees lariks/douglas. Beide met fsc-keurmerk, dus dan vertrouwen we er maar op dat het hout van enigszins verantwoorde oorsprong is. De vuren delen liggen onder de dakbedekking, dus hebben weinig last van zon en regen. De daklijst heeft meer te lijden en dan is lariks een duurzame keuze. Het kippengaas in combinatie met het regelwerk is een lichtgewicht alternatief voor multiplex of ander plaatmatriaal. Het dient om het gewicht van zoden gelijkmatig te verdelen, zodat er geen kuilen in de folie komen waar water in kan blijven staan.

Regelwerk en kippengaas
Regelwerk en kippengaas

Dooi

De dakconstructie is klaar, de folie kan er op. Zoden en vorst lijkt me geen goede combinatie, dus voor een echt groen dak is het wachten op dooi…

Wordt vervolgd.

 

Het raamwerk

Deze post is een vervolg op Splijtstam.

Denk, denk, denk…

Het geraamte van het nieuwe schuurtje staat! Vorige week dacht ik nog dat de planning misschien wat te optimistisch was, maar met het mooie, zonnige en droge weer konden we flink opschieten.

Fundament

De plek waar het schuurtje komt heb ik uitgezet met pikketpaaltjes, een steek diep uitgegraven en opgevuld met twee kuub zand. Hierop heb ik met blokken puin en basalt een fundament gemaakt voor de acht palen, die het dak moeten dragen. Ik heb nog even betonnen stempels overwogen, maar het leek me wat overkill voor een relatief licht bouwwerk. Bovendien vraagt de productie van beton heel veel energie en is daarom niet zo’n groen bouwmateriaal.

Constructie

Oud en nieuw

Met de funderingsstenen op hun plek is een  constuctie  van rechte balken niet zo ingewikkeld. Waterpas, winkelhaak, houtboor, draadeinde, moeren en aan de slag. Mijn vier eiken stammen zijn echter alles behalve recht toe, recht aan. Dan helpt geen waterpas of winkelhaak. Dan moet het op het oog. Of het gevoel. Het kan ook op verstand, maar dan moet je niet al te rechtlijnig zijn in je denken. De belangrijkste hulpstukken bij het plaatsen van de eiken palen bleken een paar houten wiggen te zijn. Balken op hun plek zetten, uitlijnen met de balken van de dakconctructie en dan met een paar wiggen op zoek naar het zwaartepunt van de balk. Vervolgens vastzetten met tijdelijke schoren en dan de draagbalken van het dak er op. Schoren er onder en op naar de dakconstructie. Als het weer mee blijft werken moet die er volgende week wel op liggen.

eiken schoren
van tak tot schoor
geraamte van eik en vloerbalk
Het geraamte staat

Wordt vervolgd.

 

 

 

Splijtstam

Tijdelijke school in aanbouw
Tijdelijke school in aanbouw

Tegenover ons huis wordt een tijdelijke basisschool gebouwd, zodat onze kinderen veilig onder dak zitten terwijl hun oude schoolgebouw aardbevingsproof gemaakt wordt. Met een ingenieus systeem van prefab units staat er in een paar dagen een compleet schoolgebouw bij ons voor de deur.

Ecologisch aanpakken

Zien bouwen, doet bouwen. Een van de grotere projecten die we dit jaar verzonnen hebben is het bouwen van een nieuw schuurtje/kippenhok. Dit bouwprojectje gaan we uiteraard cradle-to-cradle, circulair en ecologisch aanpakken. Dat begint bij de materialen, waar mogelijk hergebruikt en uit de directe omgeving.

Na de verbouwing van de keuken vorig jaar zijn we een stapeltje vloerbalken rijker. Prima bouwmateriaal voor het geraamte van de schuur. Voor de fundering heb ik een paar flinke blokken puin apart gelegd. Maar het mooiste is nog de Amerikaanse eik die we afgelopen herfst hebben laten kappen. Deze leverde een tamelijk noestenvrije en behoorlijke rechte stam van krap twee meter lengte en een miniale doorsnee van 35 cm op. Een loodzwaar kreng dat mijn vrouw en ik met duwen, trekken, tillen, hefbomen, rollen en echtelijk verbaal geweld van de plaats waar hij geveld was verwijderd kregen.

Amerikaanse eik
Amerikaanse eik

Zagen of …?

Wat te doen met deze stam? Mijn eerste gedachte was er balken van te laten zagen. Hier zouden toch vier mooie balken van 15×15 cm uit te halen moeten zijn. Mijn tweede gedachte was de stam zelf in vieren te splijten en de ruwe delen te bewerken tot iets vierkantachtigs. Voorwaar een dilemma. Zagen geeft vier mooie rechttoe rechtaan stukken. Een uurtje klooien om het ding op een aanhanger te krijgen. Even heen en weer rijden naar een zagerij. Praktisch, efficient, voorspelbaar resultaat. Zelf splijten geeft een onvoorspelbaar resultaat, vier ongelijke ruwe stukken en betekent een paar dagen klooien om er iets werkbaars van te maken. Weken heb ik lopen dubben. Uiteindelijk is zelf doen voor mij onweerstaanbaar. Met je blote handen en een paar bijlen en wiggen een boomstam omvormen tot timmerhout; dat maakt je aanhangertje volmikken bij de bouwmarkt toch een vorm van magnetronmaaltijd-bouwen.

Stammen splijten

stammen splijten
Stammen splijten met behulp van wiggen

Enige studie op internet en wat oefenwerk met kleinere stammetjes leerde mij de volgende praktische lessen bij het stammen splijten.

  • Bekijk de stam goed voordat je gaat splijten. Waar is hij dikker, waar dunner, waar zitten noesten, hoe rond of vierkant is de stam, waar zit het hart, hoe lopen de nerven? Markeer met een potlood hoe je de stam gespleten zou willen hebben en hoop dat je daar ook uitkomt.
  • Werk van de dunne kant naar de dikke kant van de stam; dan heb je meer kans dat de stam netjes doormidden splijt.
  • Splijt langs of dwars door noesten, maar niet er haaks op.
  • Maak gebruik van scheuren die al van nature in het hout zitten of maak met een scherpe bijl een eerste inkeping dwars over het uiteinde van de stam.
  • Sla met beleid de eerste wig aan het uiteinde in de stam. Ik heb niet goed kunnen ontdekken of je beter vanuit de rand of het hart kan beginnen. Ik ben vanuit de rand begonnen. Sla de wig er een stukje in, net zolang tot je een scheur ziet ontstaan.
  • Volg met de scheur die de eeste wig heeft gemaakt met meer wiggen in de lengte van de stam en dwars op de stam. Gebruik eventueel bredere, houten wiggen om de scheur breder te krijgen dan je stalen wig.
  • Volg het hout. Je kan amper sturen.
  • Sla de wiggen zo diep dat de stam uiteindelijk doormidden splijt.
  • Hak de laatste splinters waar de helften op vast blijven hangen met een bijl doormidden.
Gespleten stam
Gespleten stam

Na een paar uurtjes werk was dit het resultaat: vier ruwe kwart stammen, klaar om verder bewerkt te worden. Het grote voordeel van een kwart stam is dat hij maar een kwart weegt en dus een stuk makkelijker te hanteren is. Met een handbijltje heb ik de kanten wat bijgewerkt. Vervolgens de  elektrische schaaf erover. Het resultaat: vier eiken balken. Niet echt recht, wel heel eco. Qua uitstraling dan.

Soort van rechte hoek
Drie gedaan, nog een te gaan

De balken zijn gedaan, het graafwerk is gedaan. Zand besteld. Met een beetje mazzel kunnen we deze week de fundering doen en het houten geraamte van het schuurtje opzetten. Wordt vervolgd…

 

 

Koud gerookte makreel

makrelen pekelen
Makrelen pekelen

Mijn vrouw is dol op zalm. Gerookte zalm, zalmfilets in broodkruim, neusje van de zalm, etc. Nu is wilde zalm een fantastische vis, maar helaas nogal overbevist. De viswijzer geeft een gemengd beeld over gekweekte zalm. Er is dus vast wel een zalm met een groen keurmerkje te vinden. Ik vind gekweekte zalm gewoon niet zo denderend qua smaak. Net als met sinaasappelsnoepjes of paprikachips: als je gelooft dat het naar sinaasappel of paprika smaakt kan je jezelf misschien voor de gek houden, maar ik geloof er gewoon niet in.

Gerookte zalm uit een pakje uit de supermarkt komt bovendien zo vaak in het nieuws met listeria en salmonella besmettingen, dat ik het niet meer koop. Nu is een leven zonder koud gerookte vis ook niet echt een leven. Gelukkig is er hoop en wel in de vorm van makreel. Atlantische makreel is met een redelijk gerust geweten te eten als je de viswijzer mag geloven en het is een heerlijke vis om koud te roken.

Koud of warm roken?

Makrelen zijn zowel koud als warm te roken. Het verschil tussen warm en koud roken is dat met warm roken de rook zo’n hoge temperatuur heeft dat de vis meteen gaart. Warm roken is geen conserveringstechniek, maar een bereidingswijze. Bij het koud roken komt de temperatuur van de rook niet boven de 15°C. Het roken werkt als een conserveringsmethode, samen met het pekelen van de vis. Koud gerookte vis is dus in principe best een tijd houdbaar.

Werkwijze

Koop of vang een aantal verse makrelen. Hoe verser hoe beter. Let op dat ze er vers uitzien, naar verse vis ruiken en mooie heldere ogen hebben. Maak de vis zorgvuldig schoon of vraag de visboer dit voor je te doen. De koppen laat je er aan zitten. Als je de visboer vraagt de vissen schoon te maken, controleer ze dan thuis goed. Spoel ze goed schoon en dep ze droog.

Pekelen

Pekelen kan op twee manieren: nat en droog. Bij nat pekelen los je het zout op in water en laat je de vissen in dit pekelbad staan. Bij droog pekelen wrijf je de vissen in met pekel. Ik gebruik hiervoor een mengsel van twee delen keukenzout op één deel bruine suiker met een paar jeneverbessen, peperkorrels en laurierblaadjes voor de extra smaak. Hoeveel pekel gebruik ik? Tja, zoveel als nodig. Ik schat twee eetlepels per vis. Bij droog pekelen van hele vissen houd ik minimaal acht uur aan, soms nog iets langer.

Drogen

Na het pekelen spoel je de vissen schoon en dep je ze droog. Vervolgens rijg ik ze met hun bekjes aan een versgesneden tak, meestal van een hazelaar. Scheelt weer een spit schoonmaken. Daarna gaan ze een tijdje in de kelder hangen te drogen. Minimaal acht uur. Kan ook prima langer. Door het pekelen is de vis geconserveerd. Als de vissen mooi gedroogd zijn, nemen ze de rooksmaak beter op.

Roken

Makrelen in de rookkast
Makrelen in de rookkast

Vervolgens worden de vissen gerookt. Ik heb een simpel rookkastje van triplex en een paar regeltjes getimmerd. De rook maak ik met behulp van een koudrook generator. Dat is een stukje gaas in een spiraalvorm, die er voor zorgt dat rookmot heel langzaam smeult. Voor het roken gebruik ik meestal beukenmot of eikenmot, dat zo fijn is als zaagsel. Deze mot ontstaat vanzelf bij het zagen van brandhout voor de kachel. Als ik zonder zit is de combinatie van een elektrische schaaf en een koffiemolen behulpzaam. Grovere mot smeult op de een of andere manier niet goed door. Het moet erg fijn zijn. Afhankelijk van het soort mot rookt de kast zes tot twaalf uur op een volle generator. Het aansteken doe ik met een gasbrander en volgens wat blazen, totdat je een goede gloeiende kool hebt.

houtmot aansteken
houtmot aansteken

Ik rook de makrelen meestal twee keer acht à tien uur, dus in totaal minimaal zestien uur. Het is heel verleidelijk om direct na het roken de makrelen te proeven, maar probeer de verleiding te weerstaan. Ik hang de makrelen meestal nog een dag of twee in de kelder. De vis droogt verder en de rooksmaak trekt nog beter in de vis. Na twee dagen eens proeven en dan heb je fantastische koudgerookte vis. In totaal ben je een dag of vier bezig. Neem die tijd. Het wordt er echt beter van.

Houdbaarheid

Ik rook meestal een voorraadje in een keer. Wat we niet binnen een week eten, gooi ik in de vriezer. In de koelkast is koudgerookte vis zeker een week of twee à drie houdbaar. Het ruikt echter wel sterk naar gerookte vis en daar moet je wel van houden. Buiten de koelkast heb ik eigenlijk geen flauw idee hoe lang de koudgerookte vissen houdbaar zijn. Ik vermoed best een tijdje. De pekel en de rook hebben beide een conserverende werking. In een koele, geventileerde, droge ruimte moet dat best een tijdje goed gaan.

Wederzijdse hulp

Pjotr Kropotkin
Pjotr Kropotkin, foto PD – US

En daar is ie dan eindelijk, mijn grote vriend Kropotkin! Pjotr Kropotkin, prins, revolutionair, anarchistisch theoreticus, geograaf en ontdekkingsreiziger. Voorwaar, een tegendraadse man met tegendraadse ideeën. Zijn meest tegendraadse idee is misschien wel het idee van wederzijdse hulp als drijvende kracht in de natuur en in de samenleving.

In de natuur heerst het recht van de sterkste. Survival of the fitest. Daar krijg je evolutie en mooie vinken van. Dit Darwinistische beeld bepaalt nog steeds hoe de meeste mensen naar de natuur kijken. Onzin! zei Kropotkin. Niet de strijd van allen tegen allen, maar wederzijdse hulp is de dominante factor in de natuur. Een fantastisch en radicaal idee over de natuur, dat ook aan de basis staat van Kropotkins ideeën over de menselijke samenleving.

Mycorrhiza: symbiose van schimmel en plantenwortel

Kropotkin had gelijk met zijn wederzijdse hulp in de natuur en misschien wel op een manier die omvattender is dan hij zelf had kunnen bevroeden.  Sinds enige tijd zijn de mycorrhiza schimmels hipper dan hip in de ecologische landbouw. In het kort komt het hier op neer: overal in de natuur gaan allerlei soorten schimmels een symbiotisch samenwerkingsverband aan met plantenwortels. Dit samenwerkingsverband is zo innig dat de schimmel vergroeit met de celstructuur van de plantenwortel. De schimmel krijgt suikers van de plant. De plant ruilt de suiker voor  schaarse minerale voedingsstoffen zoals fosfor en stikstof en soms ook water. De schimmel kan verder groeien dankzij de suikers, de plant groeit beter dankzij de extra stikstof en fosfor. De ondergrondse schimmeldraden kunnen uitgroeien tot gigantische netwerken. Binnen deze netwerken kunnen ze voor de plant onbereikbare mineralen transporteren. Het bereik van het wortelnetwerk van de plant wordt dus enorm versterkt door de samenwerking met de schimmel, die op zijn beurt veel baat heeft bij de suikers die het hiervoor ontvangt.

Een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van mycorrhiza is een onverstoorde bodem. Zodra je gaat spitten wordt het netwerk van schimmeldraden kapot gemaakt.  Een andere voorwaarde voor het ontstaan van mycorrhiza is een bodem met een goed bodemlevenweb en voldoende toegang tot koolstofrijk organisch materiaal: ruwe compost, stro, schors, houtsnippers, etc.

Deze samenwerking op microbiologische schaal is geen exotische eigenschap van een beperkt aantal soorten, maar een algemeen fenomeen in het plantenrijk. Bijna alle plantensoorten vormen dergelijke samenwerkingsverbanden met schimmels.

Sir Albert Howard, een van de grondleggers van de ecologische landbouw, schreef al in de jaren 40 van de vorige eeuw over de centrale rol die mycorrhiza spelen in de vruchtbaarheid van de bodem en in de natuurlijke resistentie tegen plagen die gewassen hebben die deze samenwerking met schimmels aangaan. Een paar maanden geleden las ik zijn klassieker An Agricultural Testament. Sindsdien zijn voor mij een hele hoop losse eindjes bij elkaar gekomen. Ik miste de cruciale link tussen organisch materiaal, bodemleven en bodemvruchtbaarheid: de anarcho-communistische confederatie van schimmels en plantenwortels in de moestuin, die de bron is van overvloed voor allen. Daarom koken we bij ons dus met Kropotkin!