Airco

Bij mijn buurman in de tuin staan dag en nacht tien airco’s aan. Gelukkig lopen ze niet op stroom, maar op regenwater, mineralen en koolstofdioxide. Eigenlijk zijn het er ook geen tien, maar is het één hele grote. Het is een onderhoudsarm model dat erg lang meegaat; drie honderd jaar of langer is geen uitzondering. Aan het eind van zijn leven is het apparaat ook nog eens om te bouwen tot nachtkastje, barkruk of bezemsteel.  Ze zijn bovendien in heel veel merken en modellen beschikbaar. De buren hebben er een van het merk Es.

Bij elke hittegolf komt het verhaal van de boom en de tien airco’s weer te voorschijn. Bomen koelen actief door de verdamping in de bladeren. Bovendien geven ze schaduw en slaan ze de warmte niet op, zoals beton, steen en asfalt dat wel doen. Het verschil tussen een tegelpad en een stukje groen is na zonsondergang al snel 5°C.

Veel mensen vinden bomen in de tuin van de buren lastig. Er zit bijvoorbeeld geen uitknop op een boom en die heb je op een airco wel. Die schaduw heb je de hele zomer, dus ook als er even geen hittegolf is, maar een periode van intens trieste druilerigheid. Bovendien geven bomen rommel. Ze trekken vogels aan, die de boel onderschijten en iedere herfst weer drapperen ze een heel pakket blaadjes in de tuin.  Prima spul om te composteren, om als mulchlaag te gebruiken of om bladaarde van te maken.

Ik moet toegeven: de es in de tuin van de buren is enorm. Onze kas staat schuin onder deze gigant en in een slechte zomer hoor ik de tomaten wel eens klagen over een gebrek aan zon. Als het stormt hoop ik dat er niets groter dan een bezemsteel naar beneden komt zeilen. Tot nu toe is dat altijd goed gegaan. Twee jaar geleden heeft een boomwerker de kruin verzorgd en een anker geplaatst. Als één van de stammen gaat, vangt de ander hem op.  De es kan weer jaren mee. Dat is maar goed ook, want de soort heeft het zwaar. Door een schimmelziekte verdwijnen er steeds meer essen uit het landschap.

Zonde, want de es hoort bij het cultuurlandschap. Er zijn ongeveer 100 planten, mossen en inspectensoorten specifiek afhankelijk van de es lees ik in een publicatie van de WUR. Van oudsher wordt het veerkrachtige hout van de es vooral gebruikt voor stelen van gereedschap en meubels. Ik heb eens een kaasschaaf en een stamppotstamper gerepareert met een stuk essentak. Werkt als een tierelier. Ook als airco zijn ze dus onovertroffen. Laat die hittegolf maar komen…

 

 

Ranja

Grenadine Jonkheer van Tets

De rode bessen zijn klaar. Dat wil zeggen, wat er van over is. Een flink deel is achterover gedrukt door onze gevederde vrienden. Bij de rode bessen maak ik me daar nooit zo druk over. Ik ben nooit zo’n fan van rode bessen geweest. Een handje vol door de yoghurt is leuk, maar daar krijg ik een halve emmer niet mee weg. Je kan er wijn van maken, maar die wordt over het algemeen te zuur. Op sterk water zetten geeft op zich een prima bessenlikeur, die echter wat bleekjes afsteekt bij de variant met bramen. Ik kan er natuurlijk ook iets non-alcoholisch van maken, bedacht ik, terwijl ik de bessen aan het ritsen was en de kinderen om ranja vroegen. Rode bessen ranja. Met lekker veel suiker. Deze ranja kan je natuur ook prima aan volwassenen schenken. Dan noem je het alleen geen ranja, maar Grenadine Jonkheer van Tets, naar een veel voorkomend aalbessenras. Voor het theatraal effect zeg maar.

Recept rode bessen ranja

Het recept is simpel: kook de gewassen en geritste bessen in een verhouding van twee delen bessen op één deel suiker en één deel water tot moes en druk het geheel door een fijne zeef.  Het resultaat is een rode bessen siroop die naar smaak met water is aan te lengen tot een eerste klas ranja.

Deze ranja is volgens mijn zoon 25% lekkerder dan gewone ranja. Hij kan het weten. De eerste karaf was in 5 minuten leeg.

 

 

 

Wind

Afgelopen zaterdag belandden we onderweg naar vrienden die vlak over de Duitse grens wonen in een kleine zandstorm. We hadden amper de Dollard-klei achter ons gelaten of de horizon kleurde roestbruin. Een straffe wind blies de aarde van de akkers, die uitgedroogd en van hun humus beroofd weinig weerstand konden bieden tegen de kracht van de natuur. Een triest gezicht. Het deed me denken aan de Dust Bowl, de verwoestende stofstormen, die de uitgedroogde prairiegronden van de VS in de jaren 30 van de vorige eeuw teisterden.

In Nederland zijn vooral de veenkoloniale zandgronden gevoelig voor winderosie. Onze dust bowl ligt in de driehoek Hoogezand – Oude Pekela – Emmen. De bodem in dit gebied bestaat uit de arme zandgrond die achter bleef nadat de veenlaag was afgegraven. De grond is arm aan humus, mede door intensief gebruik van kunstmest. Er worden veel fabrieksaardappelen geteeld, die in de fabrieken van Foxhol, Gasselternijveen en Ter Apelkanaal worden omgezet in  aardappelzetmeel.

Aardappelzetmeel is het belangrijkste ingrediënt van mostersoep. Maar niet alleen daarvan. Ook van vleesjus, spaghettisaus, champignonesoep en kip tandori. Dat wil zeggen, als je de ingrediëntenlijst van zetmeel- en zoutmenger Knorr er bij neemt.

Zo’n zakje aardappelzetmeelsaus kost per kilo 28 euro en 37 cent bij de Appie. Ter vergelijking: een kilo biologisch biefstuk kost bij dezelfde grootgrutter 26 euro en 99 cent. Ik vind dat hele dure aardappelmeel. Knorr is onderdeel van Unilever, een gezellige en kneiter duurzame multinational die met één sms-je onze premier zo ver kreeg de dividendbelasting af te schaffen. Ze hebben een duurzaamheidscode laten ontwikkelen door de boefjes van Landbouwuniversiteit Wageningen. In die code lees ik op zeven:

 Zorg voor de grond: Een gezonde bodem is letterlijk en figuurlijk een ‘grondprincipe’. Wij vragen van de voor Knorr werkende boeren een duurzaam bodembeheer en aandacht voor natuurbehoud om ook in de toekomst bodemgezondheid te behouden. Want een goed bodembeheer draagt bij aan kwalitatief betere en grotere oogsten.

Dat klinkt natuurlijk prachtig. Ik vraag me alleen af wat dat precies betekent, terwijl ik in de auto zit en om mij heen per hectare tussen de 5 en 50 ton teelaarde door de lucht vliegt.

 

Burrito’s

Elke maand eten we één keer burrito’s. Dat is op de zaterdag dat we onze maandelijks bestelling van drie biologische kippen bij de boer halen. De kippen gaan in stukken in de vriezer. Van de karkassen trek ik bouillon. Na een half uur koken haal ik de karkassen uit de pan en pluk alle resten vlees van de botten. Dat is voldoende om met zijn vieren twee keer ruim van te eten. Deze gekookte kipsnippers laten zich uitstekend opbakken met een uitje, wat bonen, kikkererwten of rijst. Ik breng het op smaak met mijn vers gemalen specerijenmengsel en heb dan de vulling voor een heerlijke burrito. Om een eersteklas vulling gaat natuurlijk geen bordkartonnen wrap van de appie. De tortilla’s bakken we zelf. Dat is niet moeilijk, maar het vraagt wel wat handigheid. Hoe vaker je ze bakt,  hoe handiger je wordt.

Ik vraag me wel eens af wat de mensheid bezielt om 1 euro 79 neer te tikken voor een inferieur industriëel deeglapje, dat stijf staat van de E-nummers, terwijl je met basale ingrediënten en een beetje moeite voor minder dan vier duppies in je eigen keuken een veruit superieure versie kan maken.

Zo werkt het:

Basisrecept tortilla’s (voor 6 stuks)

Ingrediënten

  • 400 gram bloem
  • een scheutje zonnebloemolie
  • 290 gram  warm water
  • een snufje zout
  • een theelepel gist

Bereiding

Kneedt met de hand of de machine de ingrediënten tot een soepel deeg . Gebruik goed warm water, dan rijst het deeg beter en wordt de tortilla lekker luchtig. Laat het deeg even staan. Tien minuten is prima. Langer mag ook. Bestrooi je werkblad en handen licht met bloem. Pak een stuk deeg, rol hier een soepel balletje van, dat je plat drukt op het werkblad. Rol dit met een deegroller uit tot een tortilla van de gewenste omvang. Keer tijdens het uitrollen de tortilla een paar keer om op je werkblad. Daarmee voorkom je dat hij aan het blad vast gaat plakken en wordt de tortilla gelijkmatiger van dikte.

Verhit ondertussen je favoriete koekenpan op een flink vuur. Gebruik eventueel een klein scheutje zonnebloemolie om de tortilla in te bakken. Bak de tortilla aan beide zijden in ongeveer een minuut gaar. Rol in de tussentijd de tweede tortilla uit. Zo bak je in ongeveer een kwartier een stapel van zes overheerlijke tortilla’s.