Hagenpreek

Ons haag en huis

Om een groot deel van onze tuin staat een beukenhaag. Deze haag is zo’n beetje de ecologische hoofdstructuur van onze tuin en biedt een schuilplaats voor vlinders, vogels, hommels en bijen. Onze tuinegel gebruikt de haag als een snelweg om ongestoord van de ene kant van de tuin naar de andere te komen. De grond onder onze haag is zeer humusrijk en heeft een fantastische kruimelige structuur, waardoor het regenwater van een deel van ons dak er makkelijk in de grond verdwijnt. Eén en soms twee keer per jaar snoei ik de heg. Het snoeiafval leg ik vermalen als mulch tussen de groentebedden in de moestuin en helpt daar om het bodemleven te voeden, bepertkt de druk van onkruid en helpt de verdamping tegen te gaan. Hierdoor hebben mijn aardappels en bietjes zelfs in deze gortdroge zomer weinig dorst en hoef ik geen leidingwater te gebruiken om de tuin te sproeien. De haag houdt in het najaar de ergste wind uit de tuin en in de winter voer ik de jonge scheuten aan de konijnen, die dan naast hooi ook wel wat beukenbast en knoppen lusten.

Tuinen in Nederland verstenen. Groen eruit, terrastegels, beton en prefabschuttingen er in en elk ongewenst sprietje groen (help, onkruid!) met een sloot onkruidverdelger de nek om draaien. De gemiddelde aardappelboer gaat inmiddels bewuster met zijn gifspuit om dan de gemiddelde vinexwijkbewoner. De problemen van al dat beton zijn bekend. Al dat steen houdt de hitte van de zon overdag vast en straalt het ’s nachts weer uit. De hitte kan niet meer weg en er is geen groen dat als natuurlijke airco kan fungeren. Het water van de steeds vaker voorkomende stortbuien kan in die versteende tuinen niet meer de grond in zakken, waardoor de kans op wateroverlast toe neemt. Veel gemeenten en groene clubjes zoals operatie steenbreek roepen de burger daarom op de stenen uit hun tuin te halen en deze te vervangen door groen. De deal een plant voor een stoeptegel van de gemeente Groningen werd deze zomer een doorslaand succes.

Ook de groene gemeente Loppersum, landelijk bekend van fenomenen als aardbevingen door de winning van fossiele brandstoffen, uitbuiting van burgers door multinationals en overheidsfalen van on-Nederlandse proporties, ondersteunt dit soort initiatieven doorgaans van harte. Dat is maar goed ook, want ook deze plattelandsgemeente loopt bij de eerste de best wolkbreuk onder water, zo bleek een jaar of drie geleden.

Gister kreeg ik bezoek van de gemeente Loppersum. Ik stond al klaar om de aanmoedigingsprijs “meest groene gezin van de gemeente” met een bescheiden “Dank u wel, dit is te veel eer, we proberen gewoon ons best te doen voor de buurt, de beestjes en het milieu…” in ontvangst te nemen. De vertegenwoordiger van de gemeente had zich voor de gelegenheid in het uniform van een handhavingsambtenaar gestoken en begon zijn verhaal met een preek over mijn heg. Deze moest ik snoeien, want er had iemand geklaagd. Wie dat was, dat bleef geheim, want zo doen we dat in Nederland, waar de overheid haar burgers actief stimuleert om anoniem aangifte te doen van misdaden, misstanden en overhangende heggetakjes.

Ik stond even paf en dat wil wat zeggen voor iemand met mijn vocabulair. Het college van burgemeester en wethouders heeft inmiddels een pittige brief van mij ontvangen en ook u, mijn trouwe lezers, wil ik deze hagenpreek niet onthouden. Want laten we wel wezen, een folder met groene tips van de gemeente is al snel gedrukt, maar het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat burgers hun leven en leefomgeving ook daadwerkelijk op een groene manier gaan inrichten en gebruiken.

 

 

 

 

 

Mama’s bijen

Mijn vrouw imkert. Vorige jaar volgde ze de basiscursus bij de Nederlandse Bijenhouders Vereniging en kwam er een bijenvolk. Dit volk staat  bij vrienden in het dorp in de tuin. De kinderen gaan vaak met mama mee om bij de bijen te kijken. Tijd voor een update.

Dit is het eerste seizoen dat je zelfstandig imkert. Spannend?
Ja, best wel. Je bent nu niet meer met het clubje cursisten, waarin je alles bespreekt. Ik moet nu alles zelf aangaan en oplossen. Daardoor ga ik ook meer op mijn eigen gevoel af.

Hoe is het met de bijen?
Ze zijn uitstekend de winter doorgekomen. De kast zit vol bijen en de koningin is goed aan de leg. Ik zie broed in alle stadia en het is nu vooral opletten dat ze genoeg ruimte houden. Door gebrek aan ruimte zouden ze eerder kunnen gaan zwermen. De tweede honingkamer staat er net op; daarmee geef je ze de ruimte.

Waar vliegen de bijen momenteel op?
De paardebloemen zijn net uitgebloeid. Nu is het vooral meidoorn, appels en kruiden. Vroeg in het voorjaar hebben we de kers en wilg gehad. Iets buiten het dorp staat de koolzaad in bloei. De kasten staan er niet direct naast, maar die velden liggen wel binnen de afstand die ze kunnen vliegen.

De kinderen gaan graag mee om mama te helpen, is dat wel vertrouwd?
Ja hoor, ze hebben van nature een fascinatie voor kleine beestjes. Ze dragen een goed beschermend pak en weten wat ze moeten doen als er iets gebeurt wat ze eng vinden.  Daan (7) vindt het soms wat indrukwekkend, vooral de hoeveelheid bijen. Lotte (5) is wat onbevangener en is soms meer bezig met filmen en foto’s maken dan met de beestjes.

Welke keuzes heb je het afgelopen seizoen gemaakt?
Ik heb ze met veel eigen honing en suikerwater de winter ingestuurd. Ik vond het belangrijk dat het volk krachtig de winter inging. Dit seizoen verwacht ik wel iets meer honing af te nemen. Met een paar weken hopen we voor het eerst te slingeren dit seizoen.

Hoeveel honing kunnen we verwachten? 
Dat weet ik niet precies; dat hangt ook van het weer af. De afgelopen weken was het erg koud. Misschien een pond  per raam en dan twee honingkamers… 10 kilo? De honing oogst is een mooi bijverschijnsel, maar niet mijn belangrijkste drijfveer. Het imkeren geeft me rust en verbindt me op een hele basale manier met de natuur. Ik heb echt het idee dat we samenwerken, de bijen en ik; dat we het samen doen.

Samenwerken? Amehoela. Jij besteelt ze van hun honing.
Niet waar: ze huren mijn pand! Het is een eerlijke ruil. Zij krijgen een fijn onderkomen en voldoende voedsel voor de winter en ik let op ze. Dat is soms best spannend. Laatst had ik het idee, dat ik een zwermcel over het hoofd had gezien, waardoor ik een verhoogd risico op zwermen bespeurde. Je leert meebewegen met de natuur. Een andere imker zei me: als ze het zwermen eenmaal in hun hoofd hebben dan kan je het alleen maar laten gebeuren. Vervolgens moet je kijken hoe je daar weer mee omgaat.

In het bijenvolk maken vrouwen de dienst uit, terwijl het bijenhouden vooral een mannenwereld is. Klopt dat?
Imkeren heeft wel een beetje het imago van een oudere mannen hobby, maar er zijn gelukkig steeds meer vrouwen die zich er voor interesseren. Mijn clubje op de cursus bestond voor de helft uit vrouwen.

 

 

Hanen

Haan in whisky

Afgelopen zaterdag zat ik bij de dokterspost om een lelijke jaap in mijn hand te laten plakken. De jaap was het resultaat van een kort maar venijnig verschil van inzicht tussen mij en een van onze hanen. Nadat de haan tien maanden kost en inwoning genoten had, vond ik dat zijn tijd gekomen was om iets terug te doen. Hij dacht daar duidelijk anders over. Laten we zeggen, dat ik gewonnen heb, maar het ging niet zonder slag of stoot. Of verder met mij alles goed was, wilde de uiterst vriendelijke dame aan de andere kant lijn weten toen ik de doktersdienst belde en de situatie had uitgelegd.

Enfin. Het beest is geslacht en door mijn vrouw geplukt en schoongemaakt. Het blijft akelig werk. `Hoe en waarom we zelf af en toe een haan slachten beschreef ik al eens eerder. Hoe we erfhaan het liefst bereiden bleef tot nu toe een goed bewaard geheim.

Oude hanen worden taai en taai vlees is zacht te maken door het lang te stoven. Zuur helpt daarbij om het vlees nog zachter te maken. Wijn is zuur. Zie daar het klassieke recept voor de erfhaan:  coq au vin. Jonge hanen zijn nog niet zo taai en vormen de basis voor de Duitse Imbiss-klassieker Halbes Hähnchen. 

Haan in whisky

Een haan die enige tijd op een erf heeft rondgescharreld smaakt intens naar kip. Deze smaak is zo intens dat je daar best woeste dingen mee kan doen. Als het beest niet te oud is valt het met de taaiheid wel mee en is braden een optie. Ik kom dan al snel uit op veel vlammen en sterke drank: gebraden haan in whisky.

Na het schoonmaken deel je de haan in stukken: poten, vleugels, filets. Van het karkas is een prima bouillon te trekken.Verhit in een stevige grilpan een klont boter, kippenvet of reuzel. Braad de stukken haan hierin gaar.  Hoe lang dit duurt is afhankelijk van hoe dik de haan was. Onze beesten waren niet zo groot, dus dat gaat vrij snel. Voeg ruim peper en een paar takjes tijm en rozemarijn toe. Mik na het aanbraden een scheutje olijfolie over de stukken haan. Flambeer de stukken als ze gaar zijn met ruime plens whisky. Gebruik hiervoor geen dure single malt, maar een budget variant. Iets wat je zelf gestookt hebt mag natuurlijk ook. Voor het serveren even laten staan en besprekelen met een beetje zeezout.

Serveren met een seizoenssalade, wat huisgemaakte zuurkool en beetje aardappelpuree of huisgebakken brood om optimaal te genieten van de jus.

 

 

Goudvissen

Blogger, goudvis en regenton

Afgelopen weekend kochten we met de kinderen vier goudvissen bij de bouwmarkt. Niet om ze in een te kleine kom in de huiskamer te zetten, maar om in de regenton te kieperen.

Die ton is de belangrijkste waterbron voor de planten in de kas. In de tuin gaat niets boven regenwater. Naast de houten ton die op de regenpijp is aangesloten hebben we een paar vaten en tonnen achter de kas voor wat extra bergingscapaciteit. Ook de gemeentelijke groencontainer doet dienst als regenton. In totaal kunnen we een kleine 1000 liter regenwater opslaan. Dat lijkt veel, maar in een hete zomer zonder regen kunnen we daar amper drie week mee vooruit.

Zeelt

Nu is een regenton zonder deksel een ideale broedpaats voor steekmuggen, die stilstaand water als kraamkamer en creche voor hun larven gebruiken. Een paar goudvissen in de ton zijn voldoende om aan dit ongemak een eind aan te maken. De combinatie vis en zuiver regenwater is een hele oude. Schoon drinkwater uit de kraan is nu vanzelfsprekend, maar in 1949 was nog altijd een kwart van de Nederlandse gemeenten niet op het waterleidingnet aangesloten.  De regenput was een belangrijke waterbron en om die schoon te houden liet men daar een zeelt in zwemmen.

Boba en Gerda

Zuurstof

De goudvissen van mijn zoon heten Boba en Gerda. Die van mijn dochter heten elke dag anders en elke dag exotischer. Met de goudvissen verdwenen er ook een paar waterplanten in de diepte. Voor de zuurstof. Inmiddels zijn we aan de derde generatie vissen toe. Ze kunnen best wat kou aan, maar een volledig bevroren ton overleven ze niet. Bijvoeren is niet nodig. Vaak drijven er houten bouwwerkjes en bootjes van de kinderen in de regenton. Insecten maken daar graag gebruik van, want wat is een insektenhotel nu waard als die gasten geen bar in de buurt hebben om flink te kunnen tanken?

Uitzicht

Bij aanvang van het goudvissen-experiment een paar jaar geleden had ik een discussie met mijn vrouw. Of die vissen wel genoeg uitzicht hadden in die donkere regenton, wilde ze weten. Ik antwoordde dat er bij mijn weten in de zijkant van een sloot ook geen raampjes voor de vissen zitten om gezellig door naar buiten te kijken, dus dat ik wat dat betreft geen klachten verwachtte. Dat is natuurlijk ontzettend flauw, want goudvissen klagen niet. Die gaan gewoon dood als ze het niet naar hun zin hebben.

 

 

Wie is de mol?

Wie is de mol?

Ik kijk er nooit naar en toch moet ik het er over hebben. Wie is de mol? Sinds een week of drie huist de mol bij mij in de kas. Ik zie hem of haar alleen nooit; alleen de sporen die het beest achter laat. De jonge haantjes die tijdelijk in de kas wonen houden wijselijk hun mond. Over een week of vier valt voor hun het doek. Misschien zijn ze alvast begonnen  met een ontsnappingsroute; hulp ingeroepen van buitenaf. Wie weet. Ondertussen blijf ik met die vraag zitten: wie is de mol? Is de mol wel een mol en geen woelmuis of een ander beest?

Voorlopig laten we het beest even zitten. Al dat ondergrondse graafwerk verluchtigt de bodem en dat is op zich niet verkeerd. Meestal rekent onze poes, een zwart onderdeurtje met een uitstekend jachtinstinct, dat dankzij onze kinderen met de wonderlijke naam Hello Kitty door het leven gaat, wel met dit soort ongenode gasten af. Maar Hello Kitty mag niet in het kippenhok, dus zolang de jonge haantjes nog onder ons zijn, heeft de mol een vrijstelling. Leven en laten leven geldt hier evenzeer als eten en gegeten worden.

Krakers in het raamkozijn

Ondertussen is een hoek van het raamkozijn in onze slaapkamer gekraakt door een bende vrijgevochten lieveheersbeestjes. Fuck het insektenhotel, lijken ze te denken, wij willen ook cv en dubbel glas. Mooi laten zitten, die hoek van het kozijn stond al langer dan een jaar leeg en dan mag je het in bezit nemen. Zodra het voorjaar wordt verhuizen ze vanzelf weer naar de tuin om dood en verderf te zaaien onder de lokale bladluis gemeenschap. De jonge scheuten van onze appelboompjes hebben wel eens last van bladluizen. Ook de vlier zit er vaak onder.

Mooi laten zitten, dan ben je er het snelst van af. Zonder luizen geen luizenopruimers en zonder luizenopruimers worden luizen een plaag. Plagendieren zijn informatie. Ze vallen aan wat ziek, zwak en misselijk is en laten zo zien waar het ecologisch evenwicht in de tuin verstoord is. Ik kan ze opruimen, maar dat neemt de oorzaak niet weg.

Die oorzaak, dat is vaak even zoeken. Staat de plant niet in de verdrukking? Te droog? Te nat? Te weinig zon? Te veel? Niet gesnoeid? Verkeerd gesnoeid? Armoedig bodemleven? Verkeerde bemesting? Te weinig rommel in de tuin? Gebrek aan schuilplaatsen voor opruimbeestjes? Te weinig vogels? Te veel Hello Kitty?

Van vrienden kregen we in december het Plaagdierenboek van de Vlaamse ecoclub Velt. Heerlijk boek en een absolute aanrader voor iedereen die meer wil weten over leven en laten leven in zijn of haar (moes)tuin.

Winterkwartier

Haantjes in de kas

Vorige week heb ik de kas opgeruimd. Tomaten, aubergines en peperplanten er uit, drie kruiwagens compost en flink wat gieters water er in. Na een lange, gortdroge zomer mag de grond een halfjaartje rusten.

Ondertussen zijn de kuikens van afgelopen voorjaar uitgegroeid tot voorbij het puber stadium. Vier haantjes en drie hennetjes zijn het geworden. Met drie moeders en een haan maakt dat een aardig druk kippenhok. De hennetjes blijven thuis wonen en de jonge haantjes mogen op kamers. Met ander woorden: ze verhuizen naar een tijdelijk verblijf in de kas. Daar mogen ze nog een paar maanden met hun hanepoten door de bodem harken, hun borst tegen elkaar opzetten, oefenen met kakelen en pronken met hun veren. Totdat in januari het doek valt en ze onderdeel worden van de gezinsmaaltijd. Het vrijgekomen hok in de kas wordt dan het winterverblijf voor de kippen.

Dit winterverblijf in de kas heeft een aantal praktische voordelen. De kippenmest belandt precies waar ik het hebben wil en er worden wat slakken opgeruimd in de kas. Bovendien betekent een leegstaand zomerhok dat eventuele parasieten, zoals de gevreesde bloedluis, daar ook een tijdje niets te eten hebben. Het helpt op die manier mee om zonder fipronil en andere chemische rommel de beesten gezond te houden.

De combinatie van kippen en kas is een mooi voorbeeld van het integreren van verschillende functies in de moestuin. De kippen ruimen keukenkliekjes en slakken op en zetten die om in eieren. Tegelijkertijd bemesten ze de grond in de kas en door de verhuizing vermindert de druk van parasieten.

Het winterverblijf is een simpele constructie: een paar panlatten, een paar schroeven, wandjes van de fruitnetten en de gegalvaniseerde gazen matten, die we in de zomer als klimrek voor de erwten en peulen gebruiken. Deze overlappen elkaar voor de helft, zodat de mazen klein genoeg worden. Een dakje van tonkinstokken maakt het geheel compleet. Het staat er in een uurtje en het is in het voorjaar, als de erwten de grond in gaan, ook weer in een uurtje opgeruimd. Het verhuizen van de kippen doen we ’s avonds als ze op stok zitten. Ze zijn dan zo ingedut dat ze amper iets in de gaten hebben. Mijn vrouw licht bij en ik pluk ze een voor een van hun stok. Geen gestres, geen gekakel.

 

 

 

 

 

Kuikens

Het nest verkennen

Ze zijn er! Dat wil zeggen, de eerste vijf. De rest zit nog in het ei of kruipt daar uit. Kuikens. Daar hebben we het over. De twee oudste kropen vorige week donderdag uit het ei. Precies 21 dagen nadat we gestopt zijn met eieren rapen. Inmiddels zijn de oudste twee druk bezig hun onderkomen te verkennen. De afgelopen dagen zijn er nog drie kuikens bij gekomen. Toen ik net keek zag ik  al weer twee schalen met barsten. Verder in het nest lagen nog zeker zeven eieren. Dat maakt samen veertien. Voor mijn gevoel ligt het tempo waarin de eieren uitkomen wat lager dan voorgaande jaren, maar de tijd wordt vaker stroperig als je ergens met spanning op zit te wachten.

Laissez faire

Een trotse moeder met de allerjongsten. Linksboven kruipt er iets uit zijn schulp.

Over het algemeen laten we de kippen hun gang gaan met hun kroost en beperken we de zorg tot voldoende schoon water, wat aangepast voer en een extra oogje in het zeil. Geen geklooi met broedmachines, lampen of andere high-techt voorzieningen. Onder moeders donzen dekbed is het warm zat.

Onze vier hennen hebben collectief het nest uitgebroed. Ook in deze nieuwe fase, waarin deels nog wordt gebroed en de oudste kuikens al vrolijk door het hok scharrelen, verdelen de dames de taken in goed onderling overleg. De haan staat er, zoals vaker met jonge vaders, wat verloren bij.

Nestvlieders

Kippen zijn nestvlieders. Dat betekent dat de kuikens al behoorlijk zelfstandig zijn als ze uit komen. De eerste dagen hangen ze vooral onder moeders rok, maar na een dag of drie beginnen ze hun omgeving te verkennen. Ze maken daarbij een hoop kabaal, zodat moeders goed weten waar de kroost zich bevindt. Er worden zaadjes en grasjes uitgeprobeerd en ook een wurmpje gaat er al prima in. En als je het even niet meer weet, dan kruip je lekker snel weer onder je moeder. Na een paar dagen begint het dons al voorzichtig plaats te maken voor de eerste veertjes.

Er is weinig in de wereld zo zacht als een vers kuikentje. Dat maakt ze voor onze kinderen extreem aantrekkelijk. Voor school, na school en voor het slapen gaan; er wordt geknuffeld en gekust dat het een aard heeft. Maar niet te lang, want kuikens en hun moeders hebben rust nodig.

 

 

In verwachting

Mama, haar bijen en de bloemen

Mijn zoon mag graag tekenen. Dat had ik zelf vroeger ook. Meestal tekent hij tanks, soldaten, duikboten en explosies. Voor moederdag maakte hij een uitzondering en tekende hij zijn moeder in een veld vol bloemen, bijen, vlinders en de nieuwe bijenkast. Het is een mooie tekening geworden, misschien nog wel mooier dan het nieuws dat Europa eindelijk een streep zet door het gebruik van de voor insekten meest schadelijke soorten landbouwgif: de neonicotinoïden. Wetenschappers waarschuwen voor een ecologisch armageddon en de landbouwlobby LTO betreurt dat het allemaal zo snel gaat.

Er zit een vrolijke naïviteit in de tekening. Een wereld waarin je kan verdwalen, zomaar een stap nemen over de rand van het papier en dan in het groene gras gaan liggen kletsen met de kevers of een brede maatschappelijke discussie aangaan met het bijenvolk. Het is de wereld van Godfried Bomans’ Erik Pinksterblom, die op een schemerige avond in zijn slaapkamertje op avontuur gaat in de Wollewei en daar alle insekten uit Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie ontmoet.

Roeptoeterende courgette

Er hangt een spanning in de tuin, een verwachting. Na de uitbundige regen van vorige week wil alles groeien. We eten aardbeien uit de tuin. De eerste tomaten groeien, op de met broed geënte stammetjes ontspringen paddenstoelen. De stammen liggen achter het kippenhok, maar ook op de keukentafel. Elke dag laten de kinderen het even regenen.

Er groeien paddestoelen op de keukentafel

De courgette bloeit, net als de Oostindische kers en de vroege aardappelen. De goudsbloemen staan te popelen om uit hun knoppen te knallen. De appel en peer hangen vol jonge vruchten. De vier hennen broeden koortsachtig en collectief een nest eieren uit. “Kuikens” staat er in zwierige schoolschriftletters voor aanstaande donderdag op de kalender. Mijn zoon weet het zeker. We hebben samen de dagen nageteld.

Anarcho-feministisch collectief van broedende kippen

De hoop sterft het laatst, zegt een Russisch spreekwoord. In China wenst men zijn vijanden interessante tijden toe. We hebben de warmste mei in drie eeuwen achter de rug, meldt het KNMI. In mijn hoofd speelt een zinnetje. Huhhuhhuh en weemoedzwangere dingen. Het zal wel iets van Paul van Ostaijen zijn.

 

 

Bijen: beestjes met een missie

Ons nieuwe volk

Het gaat niet goed met de bijen en mijn vrouw heeft besloten daar iets aan te doen. Ze is begonnen met de imkercursus van de Nederlandse BijenhoudersVereniging en afgelopen zondag heeft ze haar eerste bijenvolk opgehaald. Deze staat nu op een mooi plekje achter in de tuin bij vrienden in het dorp. 

Daniel inspecteert de nieuwe aanwinst

Haar bevlogenheid met bijen heeft ze niet van een vreemde. Ze is aangestoken door mijn vader, die al meer dan 40 jaar imkert in Loppersum. De typische geur van honing, bijenwas, propolis en muffe oude raten is de geur van mijn jeugd. Ik hielp mijn vader vaak mee met het verplaatsen van de bijenkasten naar het koolzaad, de klaver, de karwij, de zeeasters en terug naar de kwekerij in het dorp waar hij zijn vaste standplaats had. Tijdens een van deze tochten ging er iets mis en ben ik meer dan 20 keer gestoken. Sindsdien vliegt mijn immuunsysteem in de overdrive als ik door een bij gestoken wordt. Imkeren is dus niets voor mij. 

Toen mijn vrouw het plan opperde om bijen te gaan houden, was ik eerst wat sceptisch. Ik ken weinig mensen die zo panisch kunnen reageren op spinnen en andere beestjes als Yvet. Maar goed, haar liefde voor honing overwon het van de insectenfobie en sinds zondag heeft ze dus haar eerste bijenvolk onder de hoede.

Zoek de koningin

Fascinerende beestjes

Ze mag er graag over praten. Bijen zijn fascinerende beestjes, zegt ze, de cyclus die ze doorlopen, het systeem waarin ze samenwerken en de rolverdeling die daar binnen bestaat. De intrigerende manier van communiceren en hoe elke bij bijdraagt aan het functioneren van het hele volk. Door me te verdiepen in de bijen ben ik bewuster van de natuur en mijn omgeving geworden, vertelt ze. Onkruid en landbouwgif is een mooi voorbeeld. Vroeger moest alles wat me niet aanstond wijken. Nu kijk ik anders: je moet de natuur niet bestrijden, maar zoeken naar alternatieven en met de natuur mee denken.

Het gaat slecht met de bijen en ze hebben onze hulp nodig. Die notie heeft zeker meegespeeld bij haar besluit met de imkercursus te beginnnen. Bijen zijn beestjes met een missie: de bestuiving van allerlei planten waar we voor ons voedsel afhankelijk van zijn. Daar mogen ze de credits wel voor hebben, vindt ze,  zo’n klein beestje met zo’n grote impact op het ecosysteem. Daar moet je wel voor opkomen. Zonder de bij geen mens, zo kan je het stellen.

Op cursus

De cursus

De cursus, daar komt wel het nodige bij kijken. Naast de theorie leer je de praktijk van het imkeren. Het zijn de mensen, die de cursus het leukst maken, vertelt ze, allemaal mensen met compleet verschillende achtergronden, maar vergelijkbare beweegredenen die met hetzelfde enthousiasme het avontuur aangaan. Maar vergis je niet. Het is best arbeidsintensief, en je moet niet bang voor steken zijn. Je draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor je bijenvolk en als je het niet goed doet vliegen ze weg of ze gaan dood.

Een nieuwe generatie imkert onder toeziend oog van mijn vader

Samenwerken

Je doet het samen met de bijen. De imker grijpt in op de juiste momenten, bij ziekte of gevaar van buitenaf. Je maakt een gunstiger leefklimaat voor de bij en zorgt voor voldoende voeding.  Je maakt het ze wat makkelijker. Kunstraat bijvoorbeeld, dat is net alsof ze een casco huis krijgen, dat ze verder naar eigen inzicht kunnen inrichten. De imker krijgt daar honing voor terug. 

Honing is al sinds de oudheid bij de mens bekend. Het is een fantastische suikervervanger en erg voedzaam; medicinaal, cosmetisch, honing is zo breed toepasbaar. Bijen maken altijd meer honing dan ze nodig hebben voor hun wintervoorraad en daar kunnen wij van meegenieten. 

Kippen slachten

Haantjes uit de tuin
Haantjes uit de tuin

Geen vlees zonder een dood dier. Zo simpel was het ooit. Tegenwoordig ligt dat een stuk ingewikkelder. Industrievlees is vaak niet alleen vlees, maar ook allerlei anders. Zo bestaat de bekende UNOX-rookworst voor de 93% uit varkensvlees. De rest is … tja, iets anders.

In de groene en bewuste wereld is vlees slecht, evil zelfs, en omdat je bent wat je eet zijn vleeseters ook een beetje evil. Alle vleeseters zijn persoonlijk verantwoordelijk voor de honger in de wereld, de ontbossing  van Zuid-Amerika, alle soorten kanker en het mondiale broeikaseffect. Dat is een beetje gechargeerd, maar er zit wel een kern van waarheid in.

In ons gezin zijn we alle vier liefhebbers van vlees en dat maakt ons dus vier bijzonder verdorven mensen. Om onze ziel nog een beetje te redden, kopen we alleen biologisch vlees rechtstreeks bij de boer. Dan ben je al een stuk dichter bij de bron, maar er blijft een afstand. Een geplukte en schoongemaakte kip in een plastic zak is voedsel. Dat geldt ook voor een halve kilo gehakt onder een cellofaantje. Het vlees is “ontdiert”. Het is geen beest meer, maar een product.

Kippen plukken
Kippen plukken

Kippen slachten

Om er achter te komen hoe dit psychologisch effect precies werkt, heb ik vorig jaar twee haantjes geslacht. Geen leuk werk, wel een indringende ervaring. De scheidslijn tussen leven en dood is bijzonder dun. Een dooie haan is nog steeds een haan. Pas als hij geplukt is en de kop en poten er af zijn, begint de haan op voedsel te lijken.

Afgelopen juni waren we gezegend met een netje van 14 kuikens: 5 hennetjes, 9 haantjes. De hennetjes en een enkele haan raakten we wel kwijt. Afgelopen zaterdag moesten de over gebleven hanen er aan geloven.

Stap 1: doe je huiswerk

Hoe ben ik te werk gegaan? Om te beginnen heb ik me op internet verdiept in het slachtproces. Youtube staat vol met instructiefilmpjes. Je kan natuurlijk ook iemand met ervaring vragen om het voor te doen of mee te kijken. Je moet in ieder geval weten waar je aan begint. Het laatste wat je wilt is een dier onnodig laten lijden door stress en geklungel.

Stap 2: slachten

Er zijn verschillende manieren om een kip te slachten. Ik ben uiteindelijk terecht gekomen bij de combinatie van een slachttrechter en het doorsnijden van de halsslagader. Bij deze methode stop je de kip op zijn kop door een trechtervormig ding. In mijn geval was dat een opgerolde placemat, die ik aan een houten stellage had bevestigd. De trechter fixeert het dier, zodat het rustig blijft. Door de kop een kwart slag te draaien komt de halsslagader bloot te liggen. Als je deze doorsnijdt, bloedt de kip dood. Of het pijnloos is, weet ik niet. Het gaat wel heel snel. Binnen een seconde verliest het dier het bewustzijn en is even later hersendood. Het hart pompt ondertussen het bloed eruit. Nadat de dood is ingetreden, kan het dier nog heftig gaan schokken. Dit is het bekende ‘rennen als een kip zonder kop’.

Als je de methode van de slachttrechter gebruikt, zorg er dan voor dat je een vlijmscherp mes hebt en dat de trechter goed pas. De kip moet makkelijk in de trechter passen en zijn kop moet gemakkelijk door de opening aan het uiteinde kunnen.

Stap 3 plukken

Het plukken van de kip gaat het makkelijkst als je het dier eerst ongeveer 40 seconden onderdompelt in een pan heet water. Het water moet ongeveer 60ºC zijn.

Stap 4 schoonmaken

Nadat de kip geplukt is, kan de kop eraf. Voordat ik dat doe, snijd ik de hals open en verwijder ik de krop. De kop hak ik er met een bijl af op een hakblok. Ik hak dan gelijk ook de poten eraf. Daarna snijdt je kip open tussen staart en anus. Pas op dat je geen darmen raakt. Daarna kan je de anus los snijden en alle ingewanden er uit halen. Persoonlijk vind ik dit het minste aangename werk. Een deel van de ingewanden komt vanzelf mee; een deel vraagt soms wat meer overtuiging. Pas ook op dat de galblaas niet knapt. Als alle ingewanden er uit zijn de kip van binnen en buiten goed schoon spoelen en een dag in de koelkast laten besterven. Daarna kan je de kip desgewenst in stukken verdelen. Bedenk wel dat oude kippen en hanen behoorlijk taai kunnen zijn. Soep is dan de beste bestemming.

Stap 5 de kringloop compleet

Bloed, veren en ander slachtafval kan op de composthoop. Dat maakt de kringloop compleet. Het is een uitstekende bron van stikstof. Om ongedierte en problemen met rovende katten te vermijden gaat het spul in het afsluitbare VAM-vat en dek ik het af met een hoop mest, stro of ander materiaal. Als het composteringsproces goed op gang is, is er na een paar maanden al weinig meer van terug te vinden.

Ten slotte

Om misverstanden te voorkomen: dit is geen pleidooi om je keukenmes uit de lade te halen en te gaan experimenteren met het slachten van je huisdieren. Het wordt al snel een akelig bloedbad. Er zijn talloze redenen om niet je eigen kippen te slachten: het is akelig werk, het is bruut werk, het is onsmakelijk werk en het is veel werk als je het allemaal met de hand moet doen. Als je klaar bent kleeft er letterlijk bloed aan je handen.

Waarom zou je het wel doen? Misschien is bezieling het beste antwoord. Een dier dat je zelf hebt groot gebracht, dat een zomer en herfst lang over je erf heeft gescharreld en dat je vervolgens slacht en opeet, wordt nooit alleen vlees. Er blijft iets van dat diertje over in dat sateetje of die soep. Het is voedsel dat onder de huid zit, waarvoor je een psychologische grens bent overgestoken. Het is voedsel dat mijlen ver verwijderd is van de industriekip, die je voor een habbekrats in je winkelwagen flikkert en weg kaant.  De smaak is onvergelijkbaar, laat staan dat je de levensomstandigheden van een industriekip kan vergelijken met die op ons erf. Een haantje wordt bij ons een maand of vijf; in de bioindustrie gaan hanenkuikens door de shredder.