Regen

regenton
Compositie van regenton met poes

Jan Boerenfluitjes maakt het weer leuk, met iedere dag een andere spreuk. Ouders van jonge kinderen weten over wie ik het heb: de vaste weerman  van het Sinterklaasjournaal, die iedere uitzending afsluit met het op rijm intrappen van een reeds geopende deur.

Weerlieden en de feiten hebben nu eenmaal een ingewikkelde relatie met elkaar. De reden daarvoor is heel simpel: het gedrag van complexe dynamische systemen laat zich niet voorspellen. Dit ontdekten de pioniers van de chaostheorie Benoït Mandelbrot bij het bestuderen van fluctuaties in de katoenprijzen en Edward Lorenz bij het knutselen aan weermodellen op een van de eerste computers. Van de laatste is de beroemde vlinder die zijn vleugels flappert boven de oceaan afkomstig.

Het probleem van de onvoorspelbaarheid van de toekomst is eenvoudig op te lossen: je gebruikt gewoon veel statistiek en beweert daarmee dat het morgen tegelijkertijd nat wordt en droog blijft. Dat maakt die spreuk van Jan Boerenfluitjes zo leuk. Een mooi voorbeeld hiervan kwam ik tegen in het rapport De droogte van 2018, een analyse op basis van het potentiële neerslagtekort van het KNMI over de record droogte van dit jaar. Die droogte komt door de klimaatverandering. Toch? Nou nee, dat valt dus best mee, lees ik op pagina 29:

… De kans op een droge zomer zoals die van 2018 is dus tot nu toe niet veranderd door het versterkte broeikaseffect, en we kunnen de droogte er niet (gedeeltelijk) aan toeschrijven. …

Of toch wel? Twee zinnen verder staat er het volgende te lezen.

… De combinatie van mogelijk sterk afnemende zomerneerslag in de toekomst en mogelijk sterk toenemende potentiële verdamping door hogere temperaturen en meer zonnestraling geeft voor de toekomst wel een risico op veel drogere zomers. …

Kijk, zo kunnen we allemaal de toekomst voorspellen. Ondertussen was het wel mooi de op vier na droogste zomer van de eeuw, met op het droogste punt een tekort van 309 mm regen. Dat is per vierkante meter de inhoud van anderhalve regenton die we niet hebben gehad. Wil je een Nederlander tot actie aanzetten, dan moet je hem vertellen dat hij iets niet heeft gehad, waar hij wel recht op heeft. Actie dus.

Als deze zomer iets heeft geleerd, dan is het wel de noodzaak om leren van extreme gebeurtenissen. Dat begon al in mei na een nacht met ruim 30 mm. Zie de post Viva extremistan! Daarna extreme droogte. Wat doen we met water in de tuin? Met extreem veel of extreem weinig water? Want met beide moeten we rekening houden.

Het antwoord zit voor een deel in een regentuin: een plek in de tuin waar het water dan normaal via de dakgoot en de regenpijp in het riool verdwijnt rustig de grond in kan zakken. Tegelijkertijd verbeteren we het vermogen van de grond om water vast te houden, zodat de bodem meer op een spons dan op een vergiet (zandgrond) of dakpan (kleigrond) gaat lijken. Dit doen we door te mulchen en door de hoeveelheid humus in de grond te verhogen.

Een regentuin dus. Maar daarover volgende week meer.

 

 

 

 

 

 

 

Paddestoelen en herfstbladeren

Het is herfst vinden de bomen en ze laten hun bladeren vallen. Als ik naar de kalender kijk kan ik ze geen ongelijk geven. Het voelt nog volop zomer terwijl ik de laatste tomaten in de kas pluk. De regenton is leeg. Best gek voor half oktober.

Toch is het echt herfst vinden ook de paddestoelen die her en der in de moestuin de kop op steken. Ik word gelukkig van paddestoelen. Die groeien alleen als ze iets te eten hebben, zoals afgevallen bladeren, vermolmd hout of heggeknipsels. Organisch materiaal, dat ze infiltreren met hun onderaardse schimmeldraden, afbreken en omzetten in voedsel. Voedsel voor die mooie paddestoel, maar ook voor de planten in de tuin. Planten en schimmels werken graag samen. Ze wisselen suikers en mineralen met elkaar uit en worden daar beide beter van; mycorrhiza wordt deze samenwerking genoemd. Lees de post wederzijdse hulp als je hier meer van wilt weten.

Bodemleven

Paddestoelen in de moestuin zijn voor mij een teken dat het goed gaat met de bodem. Die bodem is geen dooie bak met klei, maar een levend wezen dat plaats biedt aan een gigantisch web van bacteriën, schimmels, amoebes, mijten, spinnetjes, wormen en noem maar op. Dit web zorgt er voor dat organisch materiaal wordt afgebroken tot de mineralen die planten nodig hebben om te kunnen groeien. Het bodemleven is de grote recycle-machine van moeder natuur en het bodemleven heeft honger.

Gelukkig is er in de herfst volop te eten. Met bakken tegelijk dondert het organisch materiaal van de bomen: feesttijd voor de microben! Hoe gelukkiger de microben, hoe gelukkiger de moestuinier en hoe groter de bodemvruchtbaarheid.

Twee gangen diner voor de microben

De tuin is leeg, op de prei na, en wacht onder een bedje van stro op de winter

Om het bodemleven gelukkig te houden ben ik gestopt met het omspitten van de tuin in het najaar en in het voorjaar. Ik maak alleen de bovenlaag even licht los met de cultivator en hark het onkruid uit de tuin. Daarna krijgt het bodemleven een twee gangen diner dat bestaat uit een laagje ruwe compost gevolgd door een flinke laag stro of gevallen bladeren. De compost voedt het bodemleven en de mulchlaag van stro of bladeren beschermt de bodem in de herfst en winter tegen het dichtslaan door de regen en het uitspoelen van mineralen.

Bladaarde

Herfstbladeren kan je ook gebruiken om bladaarde van te maken. Dat is compost die voornamelijk bestaat uit de half vergane overblijfselen van  bladeren.  Het lijkt een beetje op potgrond. Bladaarde ontstaat vanzelf als je een hoop bladeren in een hoekje van de tuin langzaam laat vergaan. Je kan het ook maken door een lege potgrond of compostzak te vullen met bladeren en wat gaten in de zak te prikken. De bladeren moeten wel een beetje vochtig zijn, dus als het erg droog is een flinke scheut water toevoegen. Jaartje wachten en je hebt nieuwe aarde. Mirakels.

Peper

Als puber zette ik maatschappijkritische teksten op mijn jas, schooltas en agenda. Internet en mobiele telefoons bestonden nog niet en twitteren deden we met een benzinestift. Veel mensen worden milder naarmate ze ouder worden. Ik weet niet of ik daar zo’n last van heb. Ik word grijzer, kaler en dikker. Maar milder?

Er is nog evenveel wereld om mij druk over te maken als 25 jaar geleden. Dingen die ik ruk vond in 1993 vind ik nog steeds ruk en daar zijn vooral zaken bij gekomen. Op de lagere school hadden we zure regen, het gat in de ozonlaag en Tsjernobyl. Nu hebben we global warming, de plastic soep en het ecologisch armageddon. Ik geloof niet dat dit het meest geschikte moment is om milder te worden over de wereld om mij heen.

Maar ja, met alleen de noodklok luiden en sirenes laten loeien komen we er niet. We moeten de pijn echt gaan voelen, willen we als mens tot andere daden komen. Gelukkig staan er nog jalapeñopepers in de kas. Daarmee creëer je in een mum van tijd een pittige borrelsnack waarmee elke neiging tot vroegtijdige mildheid de grond in wordt geboord.

Gevulde Jalapeñopepers

Ingrediënten

  • een handje verse, groene jalapeñopepers
  • een paar hele kruidnagelen
  • blikje uitgelekte kikkererwten
  • een scheutje olijfolie,
  • teentje geperste knoflook,
  • half spaans pepertje
  • een mengsel van grof gemalen komijn-, koriander-, venkel- en sesamzaad
  • paar druppels citroensap
  • snufje zout

Bereiding

Haal het topje met de steel van de jalapeñopepers en verwijder de zaadlijsten en zaadjes. Maak een humus van de overige ingrediënten, behalve de kruidnagels. Vul de uitgeholde pepers met deze humus. Druk twee kruidnagels in elke peper. Het moeten een soort spookjes worden. Zet ze omgekeerd op een bordje en blaker ze lichtjes met een brander, vlak voor het serveren. Geeft niks als de kruidnagels vlam vatten en nog een beetje na roken. Dat geeft juist een extra theatraal effect. Serveren met een vlammend betoog over het redden van de wereld.

 

 

 

Eetbaar theater

Oost-Indische kers, goudsbloem en borage

Smaak is voor de ene helft geur en voor de andere helft theater. Jonge ouders voelen dat haarfijn aan. Kinderen hebben een natuurlijke afkeer van die kant en klare potjes babyprut. Om die rommel toch naar binnen te werken wordt alles uit de kast getrokken: hapje voor opa, hier komt het vliegtuig, toet, toet! Eten slijten is theater maken.

Je kunt er zelfs een wetenschap van maken, inclusief dure woorden. Die wetenschap noem je dan gastronomie, van het oud Griekse γαστηρ (gaster) dat maag betekent en νομος (nomos), dat kennis of wet betekent. Maagkunde, dat klinkt toch weer anders dan gastronomie. Het theater begint met hoe je het beestje noemt.

Ik ben dol op theater. Ik speel graag toneel en schrijf of regisseer ook wel eens een stuk. Koken en theater gaan voor mij over dezelfde dingen: het creëren van een vluchtige ervaring die groter is dan het moment zelf. Iets waardoor het besef doorbreekt: verdomd, dus daarom leef ik! Die bezieling ga je niet halen uit een maaltijdkit van de Allerhande of een kant-en-klaar streetfood pakket van Conimex. Ze proberen het wel, met doortrapte marketing en prachtige reclamefilmpjes, die bol staan van sferische huiselijkheid en woorden als authentiek, smaak en zelf gemaakt. Leuk als je er in trapt, maar het blijft welbeschouwd een fopspeen voor de ziel.

Theater en eten; het is hoe je het brengt. Presenteer je kooksel met enige bravoure en het zal je gasten beter smaken. In de natuur werkt dat net zo. Een bloem heeft maar een paar druppeltjes nectar en een klein klompje stuifmeel in de aanbieding voor al dat rondvliegend insectenvolk. Daarom haalt ze alles uit de kast om aandacht te trekken: prachtige kleuren, mooie vormen, hemelse geuren. Kortom: theater. Daarom zijn eetbare bloemen ook een eenvoudige, maar doeltreffende manier om een simpel gerecht iets theatraals mee te geven. Goudsbloem, Oost-Indische kers en borage of komkommerkruid zijn daar perfecte bloemen voor. Ze beginnen vroeg in het seizoen en bloeien lang door. Hoe meer je er plukt, hoe meer ze geneigd zijn nieuwe bloemen te vormen en bovendien zaaien ze zichzelf makkelijk uit.

Mocht je geen eetbare bloemen meer in de tuin hebben, begin er dan volgend jaar mee. In de tussentijd kan je altijd nog flamberen. Een gehaktbal, een vegaschijf of home-grown shiitakes geflambeerd in huisgestookte brandewijn. Ik weet wel waar ik voor zou kiezen.

 

 

Kringloop consumenten

Beleid is te vaak een diarree van bedilzucht en wantrouwen uitgestort over mensen van goede wil. Vijftien jaar professioneel roeren in beleidsvraagstukken en evaluatieonderzoek heeft mij in de eerste plaats dit inzicht bijgebracht. Overheidsbeleid wordt pas interessant als je de dode letters op papier vergeet en analyseert wat er daadwerkelijk gebeurt.

Nederland heeft een nieuwe visie op landbouw, las ik zaterdag in de krant. De agrarische sector moet in kringlopen gaan werken en de supermarkt, voedingsindustrie en consument moet meedoen.  Dat vindt Carola Schouten, onze landbouwminister en zo geschiedde.

Tegen beter weten in heb ik het stuk met een schuin oog bekeken.  Landbouw, natuur en voedsel, waardevol verbonden, heet het, met de ondertitel Nederland als koploper in kringlooplandbouw. Het jargon en de ideeën zijn prachtig. Als je een heel optimistisch bent of een volstrekt naief karakter hebt zou je haast denken dat er in Den Haag een andere wind is gaan waaien. Een citaatje:

Boeren, tuinders en vissers zijn onmisbaar en voeden de mensen. Zoals dit nu – wereldwijd – gebeurt, is echter niet vol te houden.

Dat klinkt bijna als iets wat ik zelf op had kunnen schrijven. Er is te veel verspilling; reststromen worden niet goed benut, er wordt te veel kunstmest gebruikt, natuur en landbouw staan teveel tegenover elkaar; de afstand tussen boer en consument is te groot;  de consument moet zijn voedel meer gaan waarderen en daar een eerlijke prijs voor willen betalen. Kortom: het huidige systeem van voedselproductie is onhoudbaar

Dat is de analyse van de minister. Tja, mooi dat ze daar in Den Haag vijfenveertig jaar na het rapport van de Club van Rome achter zijn gekomen. Als we het tempo van de politiek aanhouden gaan we de race duidelijk niet winnen.

Hoe sympathiek het ook is  een ander geluid uit Den Haag te horen, beleid gaat de wereld niet veranderen. Integendeel; je ziet de diarree al weer op je afkomen als je verder bladert en de visie van de minister concreet dreigt te worden. Lees en huiver bij het volgende citaat:

Daarom zal de overheid passende wet- en regelgeving ontwikkelen zodat er meer ruimte ontstaat voor productie van kleinschalig geproduceerde streekproducten. Uitgangspunt is rekening te houden met specifieke omstandigheden van productie zonder afbreuk te doen aan voedselveiligheid.

In de psychologie van de beleidsmens ontstaat kleinschalige productie pas als je daar passende wet- en regelgeving voor ontwikkeld. Maar niet zomaar wetgeving, wel een die rekening houdt met de specifieke omstandigheden én de voedselveiligheid.

Tja… zo dreigde een optimistische begonnen zaterdagochtend weg te zinken in een cynische tirade van ondergetekende tegen het systeem in het algemeen en de landbouwminister in het bijzonder. Een tirade verandert de wereld evenmin als beleid. De wereld verandert pas als je dingen anders gaat doen.  Daarom tien concrete tips om uw eigen voedselsysteem circulair te maken:

  1. Ga koken. Echt eten komt niet voorverpakt uit de supermarkt.
  2. Start een moes-, kruiden-, bloemen-, school-, buurt- of andere tuin.
  3. Bouw een composthoop.
  4. Neem kippen.
  5. Neem een regenton.
  6. Eet met de seizoenen mee.
  7. Koop eens wat vaker iets rechtstreeks bij de boer.
  8. Neem een voorraadkelder.
  9. Plant een fruitboom.
  10. Laat een paar konijnen je gazon maaien.

 

 

Hittegolf

Zonnig en droog

We leven nog steeds in extremistan met een record droogte, waar deze week ook nog eens een hittegolf overheen komt. Het groene dak van het nieuwe schuurtje dat we in maart voor enthousiasme aanlegden is verdord. De sedum en sempervivum die we hier aanplantten hebben zo te zien nog weinig last van de droogte.

sempervivum in bloei op het voorheen groene dak

Al met al is de tuin nog aardig groen. De klei waar we hier op wonen houdt vocht beter vast dan zandgrond. In de moestuin krijgen de diverse bedden regelmatig water. Helaas is het allemaal leiding water. In onze regentonnen kunnen ongeveer 1000 liter opslaan. In een normale zomer kunnen we daar ongeveer twee weken mee vooruit. Met dit weer gaat het dubbel zo snel.

Een keer in de week een flinke plens, dat is beter dan elke dag een beetje. Van steeds een drupje krijg je luie, oppervlakkige wortelsystemen. Verder helpt de mulchlaag die overal is aangebracht de grond vochtig te houden en de verdamping te beperken. Pas bij tomaten trouwens wel op met teveel water in een keer: ze kunnen zich zo vol zuigen dat de vruchten barsten.

Door de droogte is het gras gestopt met groeien. De konijnen kijken voor mijn gevoel elke morgen weer een stukje chagrijniger als ik ze op een nieuw net wat minder dor plekje zet. Dan nog maar een paar te vroeg afgevallen appeltjes. Voor de dorst.

De appel- en perenbomen hangen redelijk vol fruit. Voor mijn gevoel zijn de vruchten wat kleiner dan andere jaren op dit moment in het seizoen, maar misschien vergis ik me. De bladeren zijn omgekruld en her en der wat dor. Ook steken de boompjes amper nog energie in het aanmaken  van nieuwe scheuten, maar verder lijken ze zich aardig staande te houden. De Frankentaler druivelaar die dit jaar voor het eerst vrucht draagt vermaakt zich opperbest.

De Frankentaler

Als ik iets leer van deze droogte is het nog meer aandacht te hebben voor water: hoe vang ik het op en hoe houd ik het vast. Verder maakt de zon nieuwsgierig. Wat kan ik met deze hitte? Zout maken? Tomaten drogen in een zonnevoedseldroger?

Wordt vervolgd…

Gevloerd

Sinds vrijdag ben ik gevloerd door een rood ei op mijn linker been. Iets met allergie, insekten en een ontsteking. Erg balen, maar het gaat wel weer over. Het maakt me in ieder geval weer duidelijk hoe ontzettend handig het is twee benen te hebben en daar ook stante pede over te kunnen beschikken.

Ook geeft het een leerzaam inkijkje in de arbeidsverhoudingen binnen ons huishouden. Mijn vrouw bemoeit zich als hoofdkostwinner normaliter weinig met de moestuin en de kas. Naast het openen van grote kunsttentoonstellingen houdt ze zich nu noodgedwongen ook bezig met het begieten van de tomaten en de zorg voor de beesten. Dan zijn er nog de bijen (zij), het brood bakken, melk halen bij de boer, donderjagen met de kinderen (wij beide), koken (meestal ik), de was (meestal zij),  de afwas (machine), boodschappen halen (meestal ik) en de rest van het huishouden (beide). Daar komen nog bij de speelweekcommissie, de ouderraad, de medezeggenschapsraad, uitstapjes op school, de redactie van de dorpskrant, de or, schnabbeltje hier, schnabbeltje daar, ouders en schoonouders die ofwel verhuizen ofwel een nieuw tegelpad willen.

De eerste rijpe augurken hangen aan de planten. Volgende week begint het inmaakseizoen. Dat is meer mijn afdeling. Als je het achter elkaar zet lijkt het heel druk, maar in de praktijk valt het erg mee, zolang je er maar niet te veel bij werkt.

De wasbak op de badkamer is lek. Al maanden. Mijn vrouw heeft voortvarend de cifon er af geschroefd. Daarna wist ze het niet meer.  Ze hebben het wel eens over een glazen plafond. Volgens mij is de emancipatie vooral gestopt bij het lappen van fietsbanden en het vervangen van o-ringetjes. Vorige week begon de spoelbak in de keuken ook te lekken. Die is inmiddels gerepareerd. Door Yvet wel te verstaan.

 

In verwachting

Mama, haar bijen en de bloemen

Mijn zoon mag graag tekenen. Dat had ik zelf vroeger ook. Meestal tekent hij tanks, soldaten, duikboten en explosies. Voor moederdag maakte hij een uitzondering en tekende hij zijn moeder in een veld vol bloemen, bijen, vlinders en de nieuwe bijenkast. Het is een mooie tekening geworden, misschien nog wel mooier dan het nieuws dat Europa eindelijk een streep zet door het gebruik van de voor insekten meest schadelijke soorten landbouwgif: de neonicotinoïden. Wetenschappers waarschuwen voor een ecologisch armageddon en de landbouwlobby LTO betreurt dat het allemaal zo snel gaat.

Er zit een vrolijke naïviteit in de tekening. Een wereld waarin je kan verdwalen, zomaar een stap nemen over de rand van het papier en dan in het groene gras gaan liggen kletsen met de kevers of een brede maatschappelijke discussie aangaan met het bijenvolk. Het is de wereld van Godfried Bomans’ Erik Pinksterblom, die op een schemerige avond in zijn slaapkamertje op avontuur gaat in de Wollewei en daar alle insekten uit Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie ontmoet.

Roeptoeterende courgette

Er hangt een spanning in de tuin, een verwachting. Na de uitbundige regen van vorige week wil alles groeien. We eten aardbeien uit de tuin. De eerste tomaten groeien, op de met broed geënte stammetjes ontspringen paddenstoelen. De stammen liggen achter het kippenhok, maar ook op de keukentafel. Elke dag laten de kinderen het even regenen.

Er groeien paddestoelen op de keukentafel

De courgette bloeit, net als de Oostindische kers en de vroege aardappelen. De goudsbloemen staan te popelen om uit hun knoppen te knallen. De appel en peer hangen vol jonge vruchten. De vier hennen broeden koortsachtig en collectief een nest eieren uit. “Kuikens” staat er in zwierige schoolschriftletters voor aanstaande donderdag op de kalender. Mijn zoon weet het zeker. We hebben samen de dagen nageteld.

Anarcho-feministisch collectief van broedende kippen

De hoop sterft het laatst, zegt een Russisch spreekwoord. In China wenst men zijn vijanden interessante tijden toe. We hebben de warmste mei in drie eeuwen achter de rug, meldt het KNMI. In mijn hoofd speelt een zinnetje. Huhhuhhuh en weemoedzwangere dingen. Het zal wel iets van Paul van Ostaijen zijn.

 

 

Observeren

Clematis en konijnenhok, een lekker stel

Stilstaan is de mooiste vorm van bewegen. Kijken. Zien wat er gebeurt. Proberen te begrijpen. Geen gehoor geven aan de aangeboren drang tot actie. Met deze inslag maak ik dagelijks een of twee rondjes door de tuin. Het liefst ’s morgens vroeg of voor de avondschemering.

Wat vliegt daar in de kas?

Hoe doen de aardappels het? Moeten de tomaten gedieft en opgebonden? Hoe is de vruchtzetting in de fruitbomen? Heeft er iemand een beurtjaar? Hoe ziet het blad eruit? Heeft er iemand luizen of rupsen? Wat vliegt er rond? Wat kruipt er over de grond? Wie kom ik tegen als ik een kuiltje maak?  Is het te droog? Is het te nat? Welk onkruid gedijt er? Wie bloeit er het eerst? Wie wordt overwoekerd of aangevreten?

Een beetje werkgever voert een of twee keer per jaar een functioneringsgesprek. Ik krijgt met elk rondje 360 graden feedback uit de tuin. De natuur is snoeihart als ik het verknoei. Gezonde groei is de uitgangspositie van de natuur. Als er iets mis is komt dat meestal omdat er een mens aan heeft lopen kloten. Andersom is de natuur uitbundig als het goed gaat. Geen zuunig gedoe met een of twee bloemetjes, maar gewoon lekker veel.

Brandnetel in een hoekje naast een plantenbak. Spoelt hier stikstof uit?

 

Bonen

De IJsheiligen hebben het land verlaten

De boon. Zo noemden mijn punk huisgenoot en ik het niet zo smakelijk gerecht dat wij op maandag en dindag altijd aten in ons flatje in Beijum, zo ergens halverwege de jaren 90. Er ging in: gehakt, een bamipakket, twee blikken bruine bonen, een pakje chiliconcarnemix en een blikje tomatenpuree.

In vijfentwintig jaar kan een hoop veranderen, maar mijn liefde voor bonen is gebleven, zowel in de keuken als in de tuin. In de tuin is het nu tijd voor de boon. De ijsheiligen (11 t/m 14 mei) zijn het land uit. Dat betekent dat de kans op nachtvorst praktisch verdwenen is en alles wat vorstgevoelig is de grond in kan en in dat rijtje horen ook de bonen thuis.

Vlinderbloemigen

Een van de redenen om verliefd te worden en te blijven op de boon is de magie die rond hun wortels plaatsvindt. Bonen zijn lid van de plantenfamilie van de vlinderbloemigen, de leguminosae in het latijn Deze plantenfamilie heeft als eigenschap dat ze rond hun wortels innig samenwerken met een bacteriesoort, de Rhizobium, die stikstof vastleggen in de bodem. En deze stikstof is weer een van de belangrijkste voedingsstoffen voor de plant. Een briljante plantenfamilie dus, die arme grond weer vruchtbaar kan maken.

In de tuin kan je gebruik maken van deze mooie eigenschap van  de familie van de vlinderbloemigen, waartoe ook bijvoorbeeld erwten, peulen, klaver en lupine behoren. Sla houdt van stikstof en past dus prima in de ruimte tussen je bonenstaken.

De Drie Gezusters

Las Tres Hermanas: de cominatieteelt van bonen, mais en pompoen
Las Tres Hermanas: de cominatieteelt van bonen, mais en pompoen

Een andere combinatie wordt de Drie Gezusters genoemd. In deze combinatie teel je stokbonen samen met mais en pompoen. Deze drie planten profiteren van elkaar. Mais en pompoen kunnen veel stikstof gebruiken en die krijgen ze van de bonen. De bonen willen klimmen en dat kunnen ze prima langs de steel van de maisplant. De pompoen is een bodembedekker. Door zijn grote bladeren zorgt hij ervoor dat onkruid minder kans heeft en er een microklimaat ontstaat waardoor de bodem minder snel uitdroogt. Bovendien beschermen de stekelige bladeren van de pompoen de bonen en het mais tegen al te vraatzuchtig gespuis. Drie planten met elkaar aanvullende eigenschappen, die het gezamenlijk beter doen dan in hun eentje. Briljant niet? Wederom niet ontwikkeld in Wageningen of door onze vrienden van de agrochemische-industrie, maar elders in de wereld. In dit geval door de oorspronkelijke inwoners van Noord-Amerika.

In de moestuin heb ik de Drie Gezusters nog niet eerder uitgeprobeerd. Tijd voor een experimentje dus.

Wordt vervolgd…