Appeloogst

Groninger Kroon

Aan de rand van de moestuin staan twee appelbomen. Een Reinette van Ekenstein en een Groninger Kroon. Ze staan daar op een verschikkelijk onhandige plek. We hebben ze daar in 2010 geplant toen we ons huis net gekocht hadden.  Ik wist toen nog niet zo goed waar ik in de tuin mee bezig was en beschouw ze als stille getuigen van mijn eigen onwetendheid.

Deze boompjes hebben mij veel geleerd. Over snoeien, over spoorvorming, waterloten, vruchtzetting en nog veel meer. Tussen die twee bomen ligt een ronde zwerfkei en daaronder ligt Pluis, een beruchte zwarte kater, die we in 2015 na een lang en niet zo arbeidszaam leven hebben laten inslapen.

Bomen zijn intelligente wezens. Bomenknuffelaars wisten dat al en nu is de wetenschap daar recent ook achter gekomen. Bomen staan met elkaar in contact via een uitgebreid ondergronds netwerk van schimmeldraden, die op hun beurt weer verbonden zijn met de boomwortels. Zoek eens op mycorrhiza en er gaat een wereld voor je open.

Via dit ondergronds netwerk wordt vanalles geruild, uitgewisseld en besproken. Suikers voor mineralen, water voor de laatste buurtroddels, stikstof voor fosfor, etc, etc. Het VPRO-programma Tegenlicht maakte hier afgelopen zondag een mooie aflevering over.

De twee appelbomen kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Als de een een beurtjaar heeft is de ander productief en omgekeerd. Het lijkt wel afgesproken werk, zo regelmatig is het patroon. Ieder jaar weeg ik de alles wat er uit de tuin komt. Ook de appeloogst.

Dit jaar was de Groninger Kroon aan de beurt en had de Reinette van Ekenstein een beurtjaar. Zeven kilo gaf de weegschaal aan. Dat is niet veel voor een boom die in een eerder productief jaar al boven de 20 kilo gaf.  Zouden ze ruzie met elkaar hebben? Hebben ze besloten dit jaar in staking te gaan uit protest tegen twee extreem droge zomers op rij?

De Reinette van Ekenstein had vanaf het begin van de zomer wat last van meeldauw; een teken van stress. De Groninger Kroon stond de hele zomer lang te blaken van gezondheid. Met de appels die we plukken is niks mis. Er zitten zelfs flink grote tussen. Ik weet het niet. Wie het weet mag het zeggen.

 

 

 

 

Plaatpizza

Een armoedegerecht

Als ik een k-humeur heb, mag ik graag op de website van Appie H kijken om te zien wat de afdeling productinnovatie en marketing nu weer voor onzin bijelkaar heeft verzonnen. Vandaag heb ik weer zo’n bui. Met de pizza waarmee we afgelopen zaterdag de zomer uitluidden in het achterhoofd, ging ik op zoek naar de commerciële evenknie van ’s lands grootste grootgrutter.

Ik stuitte op het plaatpizzapakket paprika courgette dat u, de nietsvermoedende consument, voor het luttele bedrag van € 4,99 kunt aanschaffen. U krijgt dan een blikje tomatenpuree, een zakje pizzabodemmix, een paar tomaten, een courgette, een ui, een paprika, wat bleekselderij, een teentje knoflook en wat verpakkingsrommel. Zelf toevoegen: water, een beetje raspte kaas en een paar eetlepels olijfolie.

Met de verse producten uit onze ruim geoutilleerde moestuin maakte ik zaterdag een pizza met paprika en courgette voor ongeveer 50 cent (een half pak bloem  à € 0,22 en een blikje tomatenpuree à € 0,19 zijn de grootste kostenposten, de rest reken ik voor de olijfolie, een paar oude kaaskorsten, een paar olijven en een theelepel gist).

De pizza is bij uitstek een improvisatiegerecht. De ingrediënten voor een bodem (bloem, gist, zout en olie) heb ik standaard in ruime hoeveelheden in huis, net als blikjes tomatenpuree.  Voor de rest beleggen we de pizza met wat er voor handen is, wat op kan of op moet. Voor een pizza haal ik nooit iets in huis, want dan is het geen echte pizza. De essentie  van de pizza is: benut wat toevallig voor handen is. Het is van oorsprong een armoedegerecht en niet een bordje welvaartsziekte.

Wat we nu voorhanden hebben zijn vooral verse tomaten en courgettes. Ook de paprika’s beginnen na de hitte van afgelopen week af te rijpen. In de winter is onze pizza wat kariger qua groenten. Vers heb ik dan uien en prei. Prima pizzabeleg, zeker in combinatie met een vergeten blikje ansjovis of sardientjes. We maken de pizza af met geraspte kaas op basis van de uitgebreide collectie kaaskorsten, die doorgaans onder de kaasstolp in de koelkast bivakkeren.

Het meeste gedoe van een plaatpizza is de bodem. Nu is gedoe betrekkelijk. Deeg is niet ingewikkeld. Het vraag vooral wat handigheid en die handigheid krijg je door het vaker te doen. Bak een jaar lang minimaal elke maand één keer plaatpizza en je draait er je handen niet meer voor om. Voor het deeg gebruiken we 400 gram bloem, ruim 250 ml warm water, een scheut olijfolie, een snufje zout en een dikke theelepel gist.

Een hete oven helpt, deze goed voorverwarmen dus. In verband met het broodbakken ligt er onder in onze oven een vloertje van marmeren tegeltjes. De bakplaat met pizza gaat hier bovenop. De tegeltjes helpen de hitte vast te houden. Onder de noemer pizzasteen of broodbaksteen zijn er speciale stenen voor te koop. Deze gaan vaak voor vorstelijke bedragen over de toonbank. Mijn tegeltjes zwierven ergens in de schuur rond en waren voor nop.

Zo, ik ben weer vrolijk.