Thee

Er groeit altijd wel een kop thee in de tuin, denk ik, terwijl op zolder de kinderen zitten te werken aan hun thuisschool opdrachten, mijn vrouw in de woonkamer zit te videoconferencen met collega’s en ik op de slaapkamer mijn wekelijks blog tik. Dit is de nieuwe normaal in een land dat sociaal op slot is gegaan.

Grondbeestjes en een egelhotel

De stemming thuis is prima. Naast taal, rekenen en spellen verzinnen we wat extra opdrachtjes in en om het huis. Zo hebben we vorige week de inhoud van twee scheppen tuinaarde op de aanwezigheid van beestjes onderzocht. Vierenveertig wormen, een half dozijn duizendpoten, een paar miljoenpoten, springbeestjes en arthopoden en nog zo wat meer was de score.

Gister met Daniël een egelhotel gebouwd van een oude bouwemmer, een paar bakstenen, een hoop oude bladeren en wat stro. Ondertussen ook een defect broodmes van een nieuw heft voorzien.

Tussen de bedrijven door is er thee. Bij hoestjes en kuchjes in het huis gaat daar een flinke lepel honing door en vervang ik het theezakje uit de supermarkt door een flinke hand vol verse kruiden. Zo vroeg in het seizoen is de munt nog niet weer boven de grond. De salie is de zachte winter goed doorgekomen, dus die gaat er in ruime hoeveelheden in. Rozemarijn en tijm werkt ook goed in de thee. De brandnetels komen net weer op. Een paar jonge toppen zijn genoeg voor een flinke pot. Een beetje gemberkan ook, maar dan moet ik die toevallig nog in huis hebben. In de supermarkt schijnt het niet meer te krijgen te zijn.

Hamsteren

Op advies van de overheid wordt er namelijk flink gehamsterd. Zo lees ik op crisis.nl dat het een goed idee is om een noodvoorraad houdbaar voedsel, toiletpapier en desinfecterende handgel aan te leggen. Ook de politie doet op haar website onder de kop rampen vrolijk de oproep om een noodvoorraad aan te leggen voor het geval er een griep- of andere epidemie heerst. De mensen doen in deze crisis precies wat de overheid ze in al die jaren zonder acute crisis met spotjes, folders en website’s heeft gevraagd. Alleen doen ze dat niet als er geen crisis is, maar als pas als de pleuris is uitgebroken. En dan is het veel te laat natuurlijk. Ondertussen krijgt de burger de schuld.

Hamsteren doe je in goede tijden, zodat je in slechte tijden een voorraad hebt. Dat weet elke aardappel. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat dat de essentie van een aardappels is: in de zomer gehamsterde zonnestralen om te bewaren voor het voorjaar.

Vrijmarkt

Het is crisis. In de vensterbank staan de tomatenplantjes voor de verkoop op vrijmarkt op Koningsdag lekker met hun koppies in de zon. Geen vrijmarkt dit jaar. Dan maar proberen ze langs deze weg kwijt te raken.

Door de crisismaatregelen gaat de vrijmarkt in Loppersum op Koningsdag niet door.  Wilt u de tomaten van Koken met Kropotkin dit jaar toch niet missen? Stuur dan een mailtje met je bestelling naar info(at)kokenmetkropotkin.nl en we regelen een corona-proof deal. Zolang de voorraad strekt uiteraard.

Dit jaar in de aanbieding:

  • vleestomaten Purple Calabash, Black Seaman en Coeur de Boeuf, Tiny Tim
  • kerstomaat: Brown Egg Cherry, Tiny Tim
  • saladetomaat: Black Ethiopian, Quadro

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rode poon

Rode poon. Foto: Vincent van Zeijst, CC-BY-SA 3.0

We wonen amper tien kilometer uit de kust en toch eten we amper vis. Verse vis en supermarkt heb ik in Nederland nooit met elkaar kunnen rijmen. Op zaterdagochtend knettert er “zoute en zure haring, vers gebakken kibbeling en schol” door de luidsprekers van een rondtrekkende viskar door het dorp. Nee, dank u. Ik ben net aan de koffie en verzonken in de krant.  Vis haal ik op de markt in Groningen en daar kom ik niet meer zo vaak. Vorige week wel. Rode poon werd het. Niet de meest duurzame keuze volgens de viswijzer, maar wel een lekkere.

De visboer haalt voor mij de ingewanden en kieuwen eruit. Ook de vinnen mogen er af. De rest gaat mee. Thuis snijd ik filets uit de poon. Fileermes even op het aanzetijzer en dan een snee achter de kop naar de graat, mes een kwartslag draaien en dan strak over de graat naar de staart. Ingewikkelder is het niet.

Wat gaan we doen met de filets? In de tuin staat nog een klein kropje groenlof; wilde uitlopers van een wortelstok waar ik al twee keer eerder een krop van af heb gehaald. Rauwe groenlof met appel en pompoenpit. Dressing van het nat van onze eigen augurken en honing met een beetje olijfolie uit de winkel. Lijkt me een prima bedje voor op de huid gebakken rode poon.

Geroosterde zonnebloempit met honing dip

Sinds een week zijn de aardappels uit de tuin op. Dan maar wat zilvervlies rijst erbij. Om het geheel een oosters tintje te geven maak ik nog een dip van geroosterde zonnebloempitten, waar ik een theelepel honing door roer met een beetje ketjap erover en dan serveren in een minikommetje. Ketjap… tja. Toch maar een keer investeren in een echt goede sojasaus. Zelf maken? Misschien ooit. Een halve appel over. Even choppen met die augurken van dat nat. Waarom ook niet. Ook in een minikommetje erbij.

Bouillon van kop en graat

Kop en graat… zonde om weg te doen. Ander half liter water koken; eetlepel Brettons zeezout erbij. Koppen en graat er in en een half uur later heb ik een bouillon. Niet vergeten het schuim er af te scheppen. Bouillon door een zeef; gedroogd rood pepertje erdoor. Preitje uit de tuin gevist. Ook erdoor. Soepje vooraf.

Filet op de huid

Dan de filets. Grilpan op het vuur; flinke klont boter laten smelten en dan de filets bakken. De dikke kant in het midden van de pan, waar het het heetst is. Dan gaart het iets gelijkmatiger. Eerst op de huid. Teentje knoflook er over en een beetje grof gemalen zwarte peper. Voor de lol nog een handje verse rozemarijn uit de tuin geplukt. Dat mag mee in de pan. Als de filets bijna gaar zijn nog even draaien. Beetje zout erop. Twee minuten om het af te bakken, op het bedje, paar druppen citroen en opdienen.

Daarbij dronken we een witte Portugese reserva uit de Douro met zes maanden eik. Ook niet verkeerd. De volgende keer iets met bijvangst. Voor de duurzaamheid.

 

Rauwe melk

We zijn er al weer doorheen…

Als het even kan halen we elke week drie liter rauwe melk. Deze halen we in Winsum, bij Kleikracht. Het is even rijden of fietsen, dus het schiet er wel eens bij in. Toen de kinderen nog voor en achter op de fiets pasten was het mijn vaste uitje op papadag. Een heerlijke tocht: via Huizinge naar Fraamklap, over het jaagpad langs het Winsumerdiep, door Onderdendam en dan naar Winsum. Een uurtje fietsen, even bij de koeien kijken, praatje maken met de boerin. Drie liter melk, stukje kaas en weer terug. Onderweg even zitten; een paar slokken melk drinken, de kaas proeven en genieten van het uitzicht op Westerwijtwerd.

Over rauwe melk wordt veel beweerd. Superfood, dat bol staat van goede bacteriën en gezonde anti-stoffen volgens de een. Een gezondheidsrisico, dat een bron is voor voedselvergiftiging door e.coli en listeria infecties volgens de overheid.

Bij mijn oma op de boerderij werd de rauwe melk altijd gekookt in een grijze emaille melkkoker. Dat is een schenkkan met een geperforeerde tuitdeksel die de kokende melk terug laat vloeien in de kan. De melk bij oma was altijd warm en daar kwam dan bij het afkoelen een vel op. Heerlijk vonden we dat.

Het obsessief koken van rauwe melk komt uit de tijd dat het een bron van TBC-besmetting kon zijn. De officiele bijsluiter van de NVWA bij de verkoop van rauwe melk is nog steeds: koken. Gekookte melk kan je moeilijk meer rauw noemen. Gekookte melk is gesteriliseerd. Daar zit dus weinig leven meer in. Ik vind het advies om rauwe melk te koken als je rauwe melk wilt drinken dan ook een raar advies.

Gelukkig heb ik meer vertrouwen in de boerin, dan in de adviesen  van de overheid. Rauwe melk is een vertrouwensproduct en dat zijn producten waar de overheid moeite mee heeft. De overheid denkt in industriële ketens, in kruisbesmetting, in toezicht, perverse prikkels en risicomodellen en niet in een één op één relatie tussen producent en consument.

In het industriële model produceert de overheid het vertrouwen in de veiligheid van het voedsel, betaalt de consument de rekening en gaat de supermarkt er met de winstmarge vandoor.

Wij proberen als het even kan de industriële voedselketen te ontwijken. Niet met alles, wel met veel. Dat betekent ook dat we voor de veiligheid van het ons voedsel niet op een overheidsstempel vertrouwen, maar op onze eigen  oordeelsvermogen en op de gedrevenheid van de mensen waar we zaken mee doen. Dit is een wezenlijk onderdeel van wat ook wel voedselvrijheid wordt genoemd: de vrijheid om te eten wat je wilt en dat voedsel te betrekken van wie je dat wilt. Zonder blokkades van overheid, EU of industrie.

Veilig rauwe melk drinken begint dus met een boer die je vertrouwt en vertrouwen werkt het beste als je elkaar een beetje leert kennen. Brandschone flessen is ook een must, net als gekoeld vervoeren en bewaren. Met drie liter komen we een dag of vier vooruit. Veel langer bewaren we hem eigen nooit.

Of rauwe melk gezonder is? Ik weet het niet. Dat ligt eraan waar je het haalt. Waar wij hem halen, smaakt hij heerlijk en ieder seizoen weer anders. Heel af en toe ontroom ik de melk en maak ik daar boter of zure room van.

Voor mij geen ekosojamelk uit de industriële keten.  Je zal er niet dood aan gaan, maar ik kan de boer die het boontje verbouwde niet recht in de ogen kijken en daarom vertrouw ik die rommel niet.

 

 

 

 

 

Snijmoes

Op snijmoes de winter door

Gisteravond aten we aardappelpuree met spekjes, een salade van snijmoes met appel, rozijn, sesam, anijs en venkelzaad en een dressing van olijfolie, citroensap en honing. Daarbij dronken we een glas rode Boskoop Glorie uit de kas en als toetje een bakje stoofperen. De peren, aardappels, snijmoes, honing en wijn komen uit de tuin. De spek hebben we in november gerookt. Die maaltijd vat het jaar in en om de moestuin aardig samen. Als ik het jaar afmeet aan wat er op mijn bord ligt, was een uitstekend jaar.

No farmers, no food! hoor ik de laatste tijd veel in mijn omgeving. Gelul, denk ik dan. Iedereen die een paar vierkante meter over heeft kan zijn eigen voedsel maken. There is no excuse, om met La Thunberg te spreken. De revolutie begint op mijn bord.

Het werd een strijdbaar jaar, dat somber begon met een containerramp op de Noordzee, die pijnlijk zichbaar maakte hoeveel nutteloze zooi er dagelijks de wereld rondgepompt wordt. In mei werden we wakker met wederom een flinke aardbeving. Deze zijn het gevolg van de aardgaswinning in Groningen, waar Shell, ExonnMobile en de Staat der Nederlanden miljarden aan verdienden, terwijl ze vertikken de rotzooi op te ruimen. Kut aartbefingen. Zo vatte mijn zoon de situatie treffend samen op zijn protestbord tijden de klimaatmars in maart. En toen was er ineens de stikstof discussie en gingen de boeren massaal op de trekker naar Den Haag. Niet om Shell lesje te leren, maar om, tegen beter weten in, een failliet landbouwsysteem nog een tijdje aan de beademing te krijgen. De grond waait liever weg, dan dat het lijdzaam blijft liggen om nog een lading drijfmest te verwerken.

Ik begon dit blog ooit met het idee dat iets anders doen overtuigender is dan zeggen dat het anders moet. Hoe ver reiken daden? Hoe ver reiken woorden? Het was een verwarrend jaar, dat 2019. Het einde van een tijdperk, zonder dat echt duidelijk is van het tijdperk van wat. In 1989 was het simpel. Ik was veertien jaar, had mijn zakken vol rotjes, strijkers en ander explosief materiaal. De muur was gevallen. We gingen knallend een nieuwe toekomst tegemoet.

Gister heb ik de snijmoes opgeruimd. De plantjes leken me nog niet helemaal uitgeleefd. Ik heb ze onder een laag stro in potten nieuwe grond op een plekje in de zon gezet. Misschien lopen ze weer uit.

Op naar 2020.

 

 

 

 

 

 

, .

 

Gerookte zalm

Kerst en gerookte zalm; ze horen bij elkaar als Peppie en Kokkie. Nu heeft gerookte zalm bij mij niet zo’n beste naam. Met enige regelmaat wordt er een listeria besmetting in gerookte zalm uit de supermarkt aangetroffen. Veel gerookte zalm uit de supermarkt is kweekvis, die op een bio-industriële wijze met antibiotica en vismeel wordt grootgebracht. Een soort zwemmende plofkip dus. Ook de smaak van de doorsnee gerookte zalm uit de supermarkt vind ik niet om over naar huis te schrijven, zeker als ik het afzet tegen de prijs, die met gemak tussen de 23 euro de kilo bij een Duitse prijsvechter tot 40 euro de kilo voor het huismerk van de appie ligt.

Laat vers gerookte zalm een dag met rust, dan wordt de smaak beter

Zelf maken dus. Dat  heeft als voordeel dat je de visboer aan een kruisverhoor over de herkomst van de vis kunt onderwerpen; mocht je dat willen. Een tweede voordeel is de prijs. Een hele kweekzalm op de markt deed afgelopen week net geen 14 euro de kilo. Let wel, daar zit de kop, staart, graat en alles bij in. Dit weekend kocht ik er een van een kleine twee kilo.

Recept zalmsoep

Uit zo’n vis haal je twee filets. De kop, graat en staart is een prima basis voor een zalmsoepje. Trek er in een half uur een bouillon van, vis de graat, staart en kop uit de bouillon en  pluk de overgebleven restjes van de graat. Deze kunnen als zalmsnippers terug in de soep. Voeg twee gesnipperde, gedroogde rode pepertjes, een paar sperzieboontjes, een geperst teentje knoflook, een scheutje olijfolie en wat limoenzest toe.

Recept koud gerookte zalm

Regel een complete zalm en snijd hier de filets uit.  Verwijder de grootste graten en pekel de vis twaalf uur in een ruime hoeveelheid droge pekel. Ik gebruik standaard een mengsel van twee delen zout op een deel bruine suiker, met wat specerijen zoals kardemom en jeneverbes. Spoel de vis af na het pekelen, dep de gezouten filets droog en hang ze een paar uur goed te drogen. Rook minimaal acht uur boven een kouderook generator. Koud gerookte vis is een dag na het roken vaak beter op smaak. Snijd voor het serveren desgewenst het vel van de gerookte filets.

Meer weten?

Zie voor een uitgebreide beschrijving van de verschillen tussen koud en warm roken van vis de post over koud gerookte makreel.

Zie voor een uitgebreidere beschrijving van het gebruik van de koude rook generator en het zelf maken van rookmot de post over spek roken.

 

 

 

 

 

 

Flamberen

Kinderen houden van beeldschermen. Dat had ik als kind ook. We hebben het dan over de jaren 80 van de vorige eeuw. Naast briljante dingen als “De film van ome Willem”, “De familie Knots” en “Theo en Thea” bestond ons beeldschermmenu ook uit de dubieuze redneckpulp van “The Dukes of Hazzard” en de hitserie “The A-team”.

Ik weet niet precies welke sporen deze beeldschermconsumptie uit mijn vroege jeugd in mijn geest hebben achter gelaten. Ergens meen ik toch een rode draad van achterdocht tegen macht in het algemeen, een afkeer van boze ooms in het bijzonder en een voorkeur voor explosies in dit televisiedieet te herkennen.

Voor een deel zal het de tijdsgeest geweest zijn, die in de jaren 80 vrijer was dan nu. Voor een deel belichamen die series ook de erkenning van het feit dat “kind zijn” nu eenmaal een universele anti-autoritaire daad op zich is. Wij hadden Pipi Langkous; mijn kinderen hebben Greta Thunberg. Zweedse meisjes met vlechten die de volwassen wereld op de kop zetten. De geschiedenis herhaalt zich, in een pijnlijke omkering van het adagium van Marx. In dit geval eerst als farce en daarna als tragedie.

Ik mag graag koken met onze kinderen. Ik heb het dan over echt koken en niet ze het knopje van de magnetron in laten drukken. Om te koken heb je een koksmes nodig. Het liefst een die goed scherp is. Dat mes heet bij ons “het gevaarlijke mes” en wordt met het nodige respect inmiddels zelfstandig, doch onder stevig oudelijke toezicht, door de kinderen gehanteerd. Zo’n koksmes in kinderhanden geeft helpen met koken net dat vleugje “The A-team” dat ik nodig heb om ze los te weken van hun i-padjes. Om het feest compleet te maken eindigde ik gister onze kinderkooksessie met een explosie. Een explosie in de keuken, dat heet flamberen. Papa maakt graag een beetje theater in de keuken.

Flamberen: techniek en voorzorgsmaatregelen

Flamberen is niet heel ingewikkeld, maar ook weer geen kinderspel. De combinatie van een licht ontvlambare vloeistof en open vuur vraagt de nodige voorzorg. Laat daarom nooit kleine kinderen zelf flameren en flambeer als volwassene ook nooit je zelf, maar altijd het gerecht. Draag geen licht ontvlambare kleren of kapsels (haarlak!). Zorg dat een deksel klaar ligt om een eventuele vlam in de pan te doven. Schakel de afzuigkap uit om brand te voorkomen. Zorg dat er voldoende vrije ruimte boven de pan is. Ga niet met je neus boven de pan hangen en houd toeschouwers, zeker kinderen, op veilige afstand. Gebruik een gril of koekepan met een lange steel en giet beheerst een vooraf afgemeten half borrelglas sterke drank met een alcohol percentage tussen de 30 en 40% over het te flamberen gerecht in een goed verhitte pan. Dranken met een lager alcohol percentage ontbranden niet en dranken met een alcoholpercentage boven de 40% zijn te link om mee te flamberen. Houdt bij een gasfornuis de pan een tikje schuin boven de pit en de verdampende alcohol zal spontaal vlam vatten. Bij andere fornuistypen kan een lange lucifer of keukenaansteker behulpzaam zijn.

Flamberen gaat fantastisch met wild, gevogelte, een mooi stuk rund of lam, maar is ook bij uitstek een geschikte techniek om gegrilde aubergines of paddestoelen naar een heel ander niveau te tillen. Je hoeft niet met top cognac te flamberen. Een restje beerenburg kan ook al heel verrassende resultaten geven.

 

 

 

 

 

 

Snert

Groene spliterwten, de basis voor snert

Dit blog gaat bijzonder weinig over koken de laatste tijd en dat is toch opmerkelijk gezien de titel van het blog. Het is dus weer de hoogste tijd voor een paar keukengeheimen. Deze keer nemen we een klassieker op de korrel: snert, oftewel erwtensoep. We aten vroeger altijd snert na het Sint Maarten-lopen op 11 november en dan pannekoeken na.

Snert is zo klassiek dat het uitgeroepen is tot immaterieel erfgoed. Bovendien is er een wereldkampioenschap snertkoken in het leven geroepen, waarvan de 26 editie vrijdag 14 februari 2020 gekookt zal worden. Normaal ben ik niet zo van het koken in wedstrijdverband. Kookwedstrijden op tv roepen bij mij beelden op van fascistoïde juryleden, die zichzelf belangrijker vinden dan de liefde voor goed eten en authentieke kookkunst. Bij voldoende bijval overweeg ik voor het wk snertkoken een uitzondering te maken, te meer omdat het kampioenschap in Groningen plaats vindt en ik er dus amper de deur voor uit hoef.

Recept snert

Snert is zo’n gerecht waar je met recht een geheim familierecept voor kan hebben. Er zijn meerdere manieren waarop je tot een goede huisgemaakte snert kan komen. De basis is en blijft de groene spliterwt, die in water of bouillon tot soep wordt gekookt. Ik gebruik ofwel huisgemaakte kippenbouillon ofwel een bouillon op basis van een paar mergpijpjes en/of een varkenspootje. Reken per pond erwten op anderhalf à twee liter bouillon. Bouillon aan de kook brengen, erwten erbij en langzaam gaar laten koken. De erwten vallen vanzelf uit elkaar. Af en toe het schuim afscheppen.

Dan hebben we de basis voor de groene brei. Hierbij gaan een paar in blokjes gesneden winterwortels, aardappelen en huisgerookte spek. Verder gaan er minimaal een paar uien en tegen het einde een preitje in. De rookworst laat ik tegenwoordig meestal achterwege. Die vind ik ten opzichte van onze spek weinig toevoegen. Ruim anderhalf uur op een laag pitje laten koken en regelmatig roeren. Met peper en zout op smaak brengen.

Een dag later is snert op zijn best en bovendien laat snert zich prima invriezen. Serveren met roggenbrood met spek, een dubbele trappist en pannekoeken met huisgestookte calvados na.

Leve de winter!

 

 

 

 

Bout

Gedicht van Henk Krosenbrink over de ruilverkavelling langs de Boven Slinge

Soms werken dingen beter als ze groter zijn. Protest bijvoorbeeld. Twee trekkers in Den Haag zijn een curiositeit; twee honderd zijn een statement; twee duizend het begin van een opstand. De boeren zijn boos. Ze zijn boos op de hypocrisie van hun eigen politieke leiders, die Schiphol eindeloos laten groeien, maar de agrarische sector aan banden legt. Ze zijn boos op de stad, die het platteland niet begrijpt, maar daar wel een mening over heeft.

Ze zijn boos over het gebrek aan waardering, terwijl ze de verantwoordelijkheid nemen voor de productie van de meest elementaire levensbehoefte: ons voedsel. Ze zijn boos op consumenten, die niet meer snappen waar hun eten vandaan komt, de mond vol hebben over koetjes in de wei en ondertussen gedachtenloos hun boodschappenmandje vol gooien met kiloknallers in supermarken, die maar één boodschap uitdragen: hier is wegwerpvoedsel voor wegwerpprijzen te koop.

Boeren zijn ook boos op hun land. Met steeds groter geweld en grotere machines wordt de aarde opgescheurd en de vrucht van het veld binnengesleept. Boeren rijden niet meer in trekkers; ze rijden in tanks. In een nat najaar hebben akkers waar pas is geoogst vaak meer weg van het slachtveld van Verdun, dan van iets dat met een kringloop of natuurinclusief boeren te maken heeft.

Zondagavond konden we een kwart lam ophalen bij een boer uit de buurt. Dat doen we eens per jaar. Het is een pakket van ruim 11 kilo, waar van alles in zit: schouder, koteletjes, gehakt, lever, nier en een bout natuurlijk. De bout laten we in één stuk van ruim drie kilo. Deze bewaren we voor een bijzondere gelegenheid, zoals het jaarlijkse familieweekend van de Schudde’s. Toevallig was dat ook het afgelopen weekend. Eén bout voedt met gemak vijftien monden. Het lam is geofferd op het altaar van onze familiebanden en die banden zijn een lamsleven waard. In mijn wereld dient voedsel niet uitsluitend om de maag te vullen, maar voedt het ook de ziel.

Lamsbout uit de oven

Een hele lamsbout bereiden vraagt aandacht. Voor het braden maak ik eerst een aantal kleine snede’s in de bout, waar ik teentjes knoflook en hele kruidnagelen in druk. Daarna wrijf ik de bout in met peper om vervolgens de bout aan te braden in een ruime hoeveelheid boter. Op een bout van drie kilo gaat een pond boter de braadslee in. Na het aanbraden gaat de bout met een ruime hoeveelheid rozemarijn de oven in.  Bij honderdvijftig graden bereken ik de totale tijd op een half uur plus een uur per kilo. Een bout van drie kilo staat dus drieeneenhalf uur in de oven. Elke drie kwartier een keer omkeren en bedruipen met vet. Voor het aansnijden even laten rusten, insmeren met honing en op smaak brengen met zout. Opdienen met veel bombarie aan familie, vrienden of anderen die er toe doen.

Henk Krosenbrink

Zaterdagmiddag, voor het koken en eten aan, wandelde ik met mijn familie langs de Boven Slinge naar Bekendelle bij Winterwijk. Halverwege het wandelpad stond een bord met een gedicht van Henk Krosenbrink. Over bulldozers die ten strijde trekken tegen het landschap. Over verdwenen hagen en notenbomen. Over het kille geluid van een bijl. Over een landschap geofferd op het altaar van de vooruitgang.

 

 

 

 

 

Plaatpizza

Een armoedegerecht

Als ik een k-humeur heb, mag ik graag op de website van Appie H kijken om te zien wat de afdeling productinnovatie en marketing nu weer voor onzin bijelkaar heeft verzonnen. Vandaag heb ik weer zo’n bui. Met de pizza waarmee we afgelopen zaterdag de zomer uitluidden in het achterhoofd, ging ik op zoek naar de commerciële evenknie van ’s lands grootste grootgrutter.

Ik stuitte op het plaatpizzapakket paprika courgette dat u, de nietsvermoedende consument, voor het luttele bedrag van € 4,99 kunt aanschaffen. U krijgt dan een blikje tomatenpuree, een zakje pizzabodemmix, een paar tomaten, een courgette, een ui, een paprika, wat bleekselderij, een teentje knoflook en wat verpakkingsrommel. Zelf toevoegen: water, een beetje raspte kaas en een paar eetlepels olijfolie.

Met de verse producten uit onze ruim geoutilleerde moestuin maakte ik zaterdag een pizza met paprika en courgette voor ongeveer 50 cent (een half pak bloem  à € 0,22 en een blikje tomatenpuree à € 0,19 zijn de grootste kostenposten, de rest reken ik voor de olijfolie, een paar oude kaaskorsten, een paar olijven en een theelepel gist).

De pizza is bij uitstek een improvisatiegerecht. De ingrediënten voor een bodem (bloem, gist, zout en olie) heb ik standaard in ruime hoeveelheden in huis, net als blikjes tomatenpuree.  Voor de rest beleggen we de pizza met wat er voor handen is, wat op kan of op moet. Voor een pizza haal ik nooit iets in huis, want dan is het geen echte pizza. De essentie  van de pizza is: benut wat toevallig voor handen is. Het is van oorsprong een armoedegerecht en niet een bordje welvaartsziekte.

Wat we nu voorhanden hebben zijn vooral verse tomaten en courgettes. Ook de paprika’s beginnen na de hitte van afgelopen week af te rijpen. In de winter is onze pizza wat kariger qua groenten. Vers heb ik dan uien en prei. Prima pizzabeleg, zeker in combinatie met een vergeten blikje ansjovis of sardientjes. We maken de pizza af met geraspte kaas op basis van de uitgebreide collectie kaaskorsten, die doorgaans onder de kaasstolp in de koelkast bivakkeren.

Het meeste gedoe van een plaatpizza is de bodem. Nu is gedoe betrekkelijk. Deeg is niet ingewikkeld. Het vraag vooral wat handigheid en die handigheid krijg je door het vaker te doen. Bak een jaar lang minimaal elke maand één keer plaatpizza en je draait er je handen niet meer voor om. Voor het deeg gebruiken we 400 gram bloem, ruim 250 ml warm water, een scheut olijfolie, een snufje zout en een dikke theelepel gist.

Een hete oven helpt, deze goed voorverwarmen dus. In verband met het broodbakken ligt er onder in onze oven een vloertje van marmeren tegeltjes. De bakplaat met pizza gaat hier bovenop. De tegeltjes helpen de hitte vast te houden. Onder de noemer pizzasteen of broodbaksteen zijn er speciale stenen voor te koop. Deze gaan vaak voor vorstelijke bedragen over de toonbank. Mijn tegeltjes zwierven ergens in de schuur rond en waren voor nop.

Zo, ik ben weer vrolijk.

 

 

 

 

Forel

Vakantie en forellen horen bij elkaar, zeker als je de vakantie voornamelijk gebruikt om rond te hangen in de Belgische Ardennen of het Thüringerwald.  Dit jaar werd het de Ardennen, een kleine twee week op een gezellige camping aan de oever van een kabbelend beekje. Zo’n beekje met keien om een dammetje van te bouwen, een touw aan een overhangende boom om in te donderjagen en natuurlijk een ruime dosis kletterend water.

Zo’n beekje trekt allerlei wonderlijke levensvormen aan. Kleine visjes, die de kruimels brood van de vishaak van mijn zoon beten, rivierkreeftjes, een familie ringslangen en een bever, die ik midden in de nacht tijdens een trip richting pleegebouw in  het schijnsel van mijn zaklamp ving.

In zo’n beekje zwemt forel en hoewel ik best een buitenmens ben, is vissen nooit mijn hobby geweest. De pogingen die ik met mijn zoon Daniël deed om iets uit het water te hengelen bleven dan ook zonder succes, zodat we onze forellen voor de barbecue uiteindelijk in het mooie riviertje de Carrefour vingen; ergens halverwege de versafdeling en de vitrine met Ardenner hammen en worstjes.

Een andere campinggast had meer geluk en hengelde schijnbaar zonder veel moeite een pracht exemplaar uit de beek en gaf deze cadeau aan onze buurman, die het beest uiteindelijk met een tik van zijn bijl naar de eeuwige visgronden stuurde en schoonmaakte. De barbeque was nog warm en we lieten het ons goed smaken.

Recept hele forel van de barbecue

Neem een stuk aluminiumfolie waar de vis in zijn geheel in past en vet deze in met olijfolie. Maak de forel schoon en spoel hem goed af. Druk een half schijfje limoen of citroen en een takje verse rozemarijn in de buik en geef het geheel een flinke snuf peper. Vouw de folie dicht en laat de vis aan beide kanten rustig op de barbecue gaar worden. Serveren met een snufje zout, een schijf citroen en een blond abdijbiertje.

Wangetje

Vergeet niet het wangetje van de forel te proeven. Dit is het meest delicate stukje van de vis. Het ziet er uit als een plat knoflookteentje en zit tussen het oog en de kieuwen van de vis. Deze tip kreeg ik eind jaren negentig in een groezelig restaurant in Boedapast van een docent sociologie tijdens onze studiereis. De man is inmiddels overleden en zijn lessen ben ik vergeten, maar sindsdien gaat er geen forel meer voorbij zonder het wangetje mee te nemen.