Leemstuc

De basis van doe-het-zelf leemstuc: klei, zand, gehakte stro en zaagsel

We wonen in Noordoost Groningen, boven op een van de grootste aardgasvelden ter wereld. Uit dit gasveld is sinds de jaren 60 van de vorige eeuw voor een slordige 300 miljard euro aan aardgas gewonnen. Dankzij deze aardgasbaten ligt het asfalt er in Nederland piekfijn bij en hebben we een gloednieuwe hogesnelheidslijn, die de randstad met de rest van Europa verbindt.

Gasbevingen

Als gevolg van deze gaswinning hebben we in Groningen te maken met aardbevingen. Over het algemeen probeer ik dit onderwerp in dit blog te mijden. Het gaat in ons gezin al vaak genoeg over de bevingsproblematiek. De dinsdagochtend besteed ik liever aan zinvoller zaken. Deze week maak ik een uitzondering.

De meeste van deze bevingen zijn relatief bescheiden, maar er zitten regelmatig flinke knallen tussen. Wat zo’n beving met ons gezin doet heb ik eerder beschreven in de aflevering Wakker worden!

Deze bevingen veroorzaken schade. Deze varieert van kleine scheuren in stuc- en metselwerk tot woningen, die zoveel schade hebben opgelopen, dat het niet meer veilig is om er in te wonen.

Deze ellende is nu zo’n tien jaar bezig. Dat is best een lange tijd. Lang genoeg om als democratische samenleving een manier te verzinnen om de schade te vergoeden en de huizen op zo’n manier te versterken dat je er in ieder geval levend uit komt bij een grote beving.

Boefjes

Niets is minder waar. Het afgelopen jaar ben ik gemiddeld een halve dag in de week bezig geweest met het overtuigen van overheidsinstanties dat de schade aan onze woning niet door thermische fluctuaties in bouwmaterialen is veroorzaakt, maar door de economische activiteiten van Shell en ExxonMobile en dat ik een computermodel afkomstig uit de keuken van deze twee criminele organisaties geen goed uitgangspunt vind voor een overheidsbesluit over de vraag of onze woning uit veiligheidsoverwegingen al dan niet versterkt moet worden.

In januari 2018 kreeg Zeerijp, een dorpje hier drie kilometer verderop, een enorme klap te verwerken. De schade aan onze woning, die door die klap is veroorzaakt, is afgelopen week voor een deel vergoed. Dit proces heeft ruim 666 dagen, één schadeopname, drie schaderapporten, twee zienswijzen, een klachtenprocedure inclusief hoorzitting, een kwart dozijn juristen, vijf echtelijke ruzies, twintig scheldkannonades, twee huilende kinderen, tientallen tweets, telefoongesprekken en e-mails, een kranteninterview en een boekpresentatie inclusief minister (Ik wacht) geduurd.

Ongeveer tweederde van de schade is nu vergoed. Om de rest vergoed te krijgen, moeten we bezwaar aantekenen tegen het overheidsbesluit, dat onze schadevergoeding regelt. En dan begint het circus weer van voren af aan.

Leemstuc: de oplossing?

Tussen de bedrijven door ben ik begonnen de schade te herstellen. Op zolder hadden we een paar flinke scheuren. Afgelopen voorjaar ben ik begonnen met het isoleren en aftimmeren van de zolder. Vorige week was het gescheurde pleisterwerk aan de beurt.

Het leek me een goed moment om mijn experimenten met leem op basis van Groninger klei voort te zetten. Na een middagje klieren met klei, zand, zaagsel en stro zit één wand er in.

Vers wandje leemstuc

Er zijn grote voordelen van leemstuc boven stucwerk op basis van gips. Ik kan op de Groninger klei leemstuc maken op basis van ingredienten uit mijn achtertuin, terwijl ik voor een zak gip naar de bouwmarkt moet. Leemstuc ademt en reguleert op een natuurlijke manier de luchtvochtigheid in een ruimte en draagt zo bij aan een gezond binnenklimaat. Vooral voor mensen met luchtwegaandoeningen schijnt het ideaal te zijn.

Het grootste nadeel van leemstuc is meteen ook een groot voordeel als je in Groningen woont. Leem is niet waterbestendig. Als het is uitgehard en je maakt het weer vochtig, dan wordt het weer zacht. Scheuren zijn op die manier in theorie eenvoudig te repareren. Veelbelovend materiaal dus voor Groningse omstandigheden. Of het in de praktijk ook zo werkt, gaan we de komende tijd testen.

Het recept voor leemstuc is simpel. Meng in een speciekuip één deel klei op twee à drie delen zand en genoeg water om de consistentie te krijgen die net wat natter is dan metselspecie. Voeg per 5 liter leem een paar flinke handen zaagsel en vers gehakt stro toe. Het idee achter het zaagsel en de stro is dat het krimpscheurtjes tijdens het drogen helpt voorkomen. Meng het geheel nog even flink tot je de consistente massa hebt.

Een leuke eigenschap van leemstuc is dat het makkelijker te verwerken is dan gipsstuc. Gips is na drie kwartier tot een uur hard. Daarmee moet je dus snel en secuur doorwerken. Leem blijft veel langer flexibel en is dus veel vergevingsgezinder voor tussentijds geklooi, geklets en kopjes koffie.

De wand zit er nu een week in en begint voorzichtig aan harder te worden. Het hele proces van uitharden gaat een week of vier duren. Ondertussen denk ik na over de afwerking. Laten we het zo of gooien we er nog een experimentje met huisgebrouwen kalkverf tegenaan?

Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

Panne

Grilpan met eiken steel
Mijn favoriete grilpan; nu met houten steel

Afgelopen zaterdag donderde mijn favoriete grilpan van het aanrecht op de vloer. Ons aanrecht kan nogal chaotisch worden als ik kook en dan zit een ongeluk in een klein hoekje. Door de val brak de steel van de pan. Balen, want met deze pan heb ik geweldige avonturen beleefd. Een paar zijn hier voorbij gekomen, zoals die keer dat we haan in whisky gingen flamberen.

Bij nadere inspectie bleek de schade mee te vallen. Een gebroken steel is te vervangen. De originele kunststof steel zat met één boutje aan de gietijzeren pan geschroefd. Demonteren bleek een kwestie van seconden. Een nieuwe steel was zo gevonden. We gingen voor een stuk Amerikaans eiken, uit een tak die nog ergens in de tuin rond zwierf. Op maat zagen, bast eraf, beetje schaven, beetje schuren, niets ingewikkelds, half uurtje werk.

Vervolgens kwam de moeder aller problemen om de hoek kijken: hoe maak ik het vast? Het gietijzer van de pan bood een aanwijzing. Hierop zat een soort van bus, waaraan het oorspronkelijke handvat met een bout zat vastgeschroefd. In deze bus, M4 of M6 uit mijn hoofd, kon ik een nieuwe, langere bout draaien, waar ik de kop van af had gezaagd. Daarmee kreeg de bus een pen van een centimeter of 5, die ik klemvast in het nieuwe handvat kon tikken. De bout vond ik na enig zoeken in een van mijn vele blikjes met oude schroeven, spijkers, moertjes, sleutels, dingetjes en rotzooitjes, die ik in de schuur bewaar, omdat ze altijd nog van pas kunnen komen, want je weet maar nooit.

Het meest tricky deel was nog de steel in de nieuwe pen tikken. Het moet klemvast, dus dat vraagt enige kracht. Gietijzer is bros, dus dat vraagt enige terughoudendheid. Uiteindelijk schoof de zaak mooi in elkaar en zat de nieuwe steel muurvast aan de pan. Een lik olie over het houtwerk deed de rest.

De nieuwe steel is wat langer dan het origineel, ligt lekker in de hand en grilt weer als een wilde. Ik vind het een mooier ding geworden. Zo’n plastic handvat blijft toch een stuk plastic, hoe je het ook vorm geeft of bekijkt en plastic is geen eik.

Het leuke is, de truck met de nieuwe steel laat zich ook toepassen op kapotte kaasschaven, stamppotstampers, broodmessen en wat dies meer zij. In onze keuken is het inmiddels item nr. 3 met een nieuwe steel. Hoe meer je klooit, hoe handiger je wordt in dit soort huis-tuin-en-keuken reparaties. Ben je zelf nou niet zo handig (of gewoon te lui) en wil je toch je kapotte pan repareren in plaats van hem weg te mikken, kijk dan eens of je een buurman, buurvrouw of repair café kan vinden om de klus voor je te klaren.

 

 

 

Regentuin

Schematische weergave van de regentuin
Schematische weergave van de regentuin

Zoals beloofd meer over de regentuin. Het idee speelde al langer door mijn hoofd, maar de droogte van de afgelopen zomer gaf de doorslag. Er moest in de tuin maar iets meer met het regenwater gebeuren, dat tot nu toe via de dakgoot in het riool belandde. Aan de zuidzijde van ons huis heb ik de regenpijp een paar jaar geleden afgekoppeld en een regenton geïnstalleerd. Nu moet de noordzijde er aan geloven.

Wat is een regentuin?

Een regentuin is een tuin die regenwater verzamelt en langzaam in de bodem weg laat zakken. Een regentuin maak je door een deel van de tuin te verlagen en het regenwater hier heen te leiden, waarna het langzaam in de bodem zakt. Dat regenwater kan van het dak komen, van het schuurtje of van het overschot aan betontegels, waarmee de gemiddelde Nederlander zijn tuin pleegt vol te storten. Het idee van een regentuin is dat je het relatief schone regenwater tijdelijk vasthoudt in plaats van het af te voeren naar het riool. Daarmee wordt het riool op piekmomenten ontlast en het voorkomt dat het regenwater, vermengd met het vuile rioolwater, een extra belasting vormt voor de rioolwaterzuivering.

Opletten!

Wel even nadenken voor je de regenpijp doorzaagt en de tuin in leidt.  Waar moet het water heen? Kan het daar komen? Hoeveel water moet ik kwijt kunnen? Hoe snel het water weer weg? Het antwoord op de eerste vraag was me vrij snel duidelijk. In het voorjaar heb ik aardig wat lopen spitten om de trampoline in de voortuin in te graven. De poten gingen twee steek diep de grond in en deze sleuven heb ik dichtgegooid met zand. Recht onder de trampoline heb ik de grond een steek diep afgegraven om wat meer stuiterruimte te creëren. Dat geeft toch een halve kuub ruimte om een stortbuitje te bergen. Het grootste deel van de regentuin had ik dus al aangelegd voor ik er erg in had. Ik hoefde alleen de regenpijp af te koppelen en het water via een ondiepe geul naar de stuiterplek te leiden.

Watti?

Zo’n ondiepe geul om tijdelijk regenwater te bergen wordt in waterland ook wel wadi genoemd. Een steek breed en een steek diep langs een border leek me voorlopig voldoende. De geul van de border naar de trampoline heb ik wat breder en minder diep gemaakt. Dit om een enkel brekende loopgraaf in de voortuin te voorkomen.  Deze wadi moet ook nog een kwart kuub kunnen bergen. In totaal heeft de regentuin nu een bergingscapaciteit van 750 liter. Dat lijkt best veel, maar is het genoeg?

Rekenen…

De hoeveelheid water die je moet kunnen bergen heeft natuurlijk alles te maken met het oppervlak die je er op aansluit en de hoeveelheid regen die we mogen verwachten. In ons geval sluiten we circa 30 vierkante meter dak op de regentuin aan. Een beetje wolkbreuk doet 25 mm of meer uur en komt gemiddeld eens per 10 jaar op een willekeurige plek in Nederland voor, zo meldt het KNMI. Dat betekent dat bij een wolkbreuk de tuin per vierkante meter minimaal 25 liter water ontvangt. Van 30 vierkante meter komt dan 30 x 25 = 750 liter. Past precies. Toch kan het geen kwaad met nog wat extra neerslag rekening te houden. Veel hangt dan af van de snelheid waarmee de bodem dit water op kan nemen. Dit kan je testen door een gat van een bij een steek diep te graven, hier een flinke tuingieter in leeg te laten lopen en na een uur te kijken of er nog water staat. Is dat het geval, dan moeten we aan de bak om het water makkelijker in de bodem te laten infiltreren.

Infiltreren

Als je een beetje op deze materie zoekt op internet, dan kom je al snel uit op ingewikkelde termen als infiltratiekoffers, hydroblobs en buffersystemen. Dure woorden met ongetwijfeld een dito prijskaartje in de aanschaf. En waar er dure systemen zijn, is er natuurlijk subsidie. Dat is natuurlijk prachtig voor de welwillende burger, maar het laat meteen de beperking van de eendimensionale ingenieursbril zien, waarmee dit soort problemen doorgaans benaderd wordt. De bodem is een blok dode materie die met plastic, grind en beton geïnfiltreerd moet worden. Iets anders is er niet. Of wel?

Regenwormen

Waar is de regenworm in dit verhaal? De natuur heeft een heel leger van deze bodemkundig ingenieurs en grondwerkers die we kosteloos aan het werk kunnen zetten om het vermogen van de bodem om water op te nemen voor ons te verbeteren. Geheel gratis graaft een regenworm prachtige beluchtings- en drainagegangetjes. Per vierkant meter kunnen er meer dan 500 van die knakkers voor ons aan het werk zijn. Deze gratis arbeid leveren ze echter niet voor niets. Regenwormen houden van organisch materiaal. Dode bladeren bijvoorbeeld die door de wind in de verse geultjes van de regentuin belanden of zich ophopen onder de trampoline. Mooi laten liggen, dan wordt het vanzelf een fantastische ecobiohydroblob. Zonder subsidie.


Kleien

Grunneger klaai

Eigenlijk zou iedereen eens een grondboor in zijn tuin moeten zetten om te kijken op wat voor bodem hij of zij leeft. Als je in een flatje woont gaat dat natuurlijk moeilijk. Daarom kan je beter niet in een flatje wonen als je wat avontuurlijk bent aangelegd. Wij wonen op klei. De meest stugge, vette Groninger klei die je maar kan vinden.

Klei is een bijzonder materiaal. Het bestaat uit microscopische kleine plaatjes die water en mineralen beter vasthouden dan bijvoorbeeld zand. Van nature is het daardoor een vruchtbare bodem, maar wel een die moeilijk te bewerken is. Keihard en vol krimpscheuren als het uitdroogt in de zon en een kleverige gladde massa als het nat is.

Klei +zand = leem

Klei nodigt uit om er mee te klooien. Vermengd met zand en stro geeft het een leemachtige bouwmatriaal dat sterk genoeg is om er dragende muren van te bouwen. Bekender is de combinatie van leem met vlechtwerk in een vakwerkconstructie. In Twente en Limburg was dit vroeger een gangbare manier om huizen te bouwen. In Groningen bakten ze liever kloostermoppen van hun klei. Nu zijn bakstenen ideaal om mee te bouwen, maar ze hebben een groot nadeel. De productie van bakstenen en cement kost veel energie en levert een grote bijdrage aan de uitstoot van koolstofdioxide.

Leem hoef je niet te bakken. Je maakt het makkelijk zelf door zand of zanderige grond te mengen met klei.  Dit zijn grondstoffen die bijna overal makkelijk lokaal te vinden zijn. De extreem vette klei die hier amper dertig centimeter onder de grond ligt leek me ideaal om eens mee te experimenteren.

Enige speurwerk op internet leerde me dat er geen vaste regels zijn voor de verhouding klei, zand en stro. Het is een kwestie van experimenteren en je uitgangsmateriaal leren kennen. Een minimum van 20% klei in het mengel lijkt wel een basisregel. Het zand zorgt voor de sterkte van  het materiaal. De kleideeltjes zijn veel kleiner dan de zandkorrels en lijmen deze als het ware aan elkaar. Door er stro of andere vezels aan toe voegen maak je het extra sterk en voorkom je dat het te veel gaat scheuren bij het drogen. Traditioneel wordt er paarden-, koeien- of varkensmest aan het mengsel toegevoegd. Vanwege de vezels die hier in zitten en om het meer water afstotend te maken. Ook wordt wel kalkmortel, bloem of bloedmeel om dezelfde redenen toegevoegd.

Naast de klei uit de tuin heb ik brekerzand gebruikt. Dit is wat grover en hoekiger van structuur dan metsel of ophoogzand en dat schijnt de sterkte ook weer ten goede te komen. Als vezel heb ik gehakte stro gebruikt.

Poten in de klei

Leem mengen gaat het makkelijkst met de blote voeten op een stuk zeil. De kunst is eerst de klei en het zand goed te mengen en dat gaat weer het beste als de klei even heeft liggen weken in een emmer water. Je stampt de klei en zand plat met je voeten en deze pannenkoek rol je steeds weer om door de rand van het zeil een eindje omhoog te trekken. Als je een mooi egaal mengel hebt dan kan je de stro er door heen trappen.

Je brengt de leem aan op het vlechtwerk door er een bal ter grote van een flinke sneeuwbal van te kneden en de deze met de hand tegen het vlechtwerk te smeren. Met de onderkant van een metseltroffel strijk je het lemen stucwerk vervolgens glad. Verder afwerken kan met een roestvrijstalen spaan.

Al met al een intensief werkje. De workout krijg je er dus gratis bij. Hoe het materiaal opdroogt en hoe weerbestendig het is moet nog blijken. Wordt vervolgd dus…

leem en vlechtwerk
Leem en vlechtwerk

 

 

 

 

 

 

 

Eerste bewoners

Deze post is een vervolg op Het dak

Insekten en andere hotels onder de dakrand

De afgelopen maand hebben we hard gewerkt om het nieuwe schuurtje annex kippenhok zo ver af te krijgen dat de vaste bewoners er hun intrek kunnen nemen. Afgelopen zaterdag was het zo ver en konden we de kippen van hun tijdelijke huisvesting in de kas verhuizen naar hun nieuwe verblijf. Deze klus deed ik zo rond de avondschemering samen met mijn zoon. Bij het vallen van de avond zitten de kippen al te dutten op hun stok en pluk je ze er zo vanaf. Dat scheelt weer een hoop rennen voor mij en stress voor de kippen.

Een nieuw hok

Groen dak

Voordat de dames hun intrek konden nemen in hun nieuw verblijf moest er nog wel het een en ander gebeuren. Eind februari was de dakconstructie klaar en konden we beginnen met de aanleg van het groene dak. Om kosten te besparen hebben we dit zo simpel mogelijk gehouden. Op de dakconstructie van liggers, dwarslatten en kippengaas hebben we een dubbele laag oranje dekzeil aangebracht. Het zeil hebben we vastgezet met latjes op de daklijst. De ondiepe badkuip die zo ontstaat hebben we opgevuld met graszoden en teelaarde en vervolgens beplant met verschillende soorten sedum.

We hebben geen dakgoten. Op de laagste rand van het dak ligt een drainagebuis in een bed van brekerzand. Het idee is dat het regenwater dat niet door de beplanting en aardelaag wordt geabsorbeerd op deze manier afgevoerd wordt naar een regenpijp op een van de hoeken.

Groen dak in aanleg
Groen dak in aanleg

De graszoden hebben we her en der uit de voortuin gestoken en liggen op het meest steile deel van het dak. De rest hebben we aangevuld met aarde en sedumbeplanting, die op den duur het hele dak over moet gaan nemen. Dat kan nog wel paar jaar duren.

De bovenkant van de  daklijst hebben we afgewerkt met gehalveerde conservenblikjes, ongeveer 200 in totaal. Het idee voor de daklijst van blikjes kreeg ik na een experiment met een blikken dak voor een konijnenren. Ik schat dat de blikjes het een jaar vier à vijf volhouden. Nu glimmen ze nog in de zon. Aan het eind van de zomer zullen ze een donkerbruin patina hebben. Als de roest er eenmaal vat op krijgt dan gaat het snel. Er praktisch is het niet, maar behalve tijd kost het niets en ik vind het wel een mooi statement over afval, recycelen en vergankelijkheid.

Kippenhok

Hok en schuur

Met een voltooid dak kon bouw van het eigenlijke kippenhok beginnen. Ook hier was de insteek een zo laag mogelijk budget en een zo laag mogelijke ecologische voetafdruk. Dat is een uitdaging op zich. Gelukkig zijn er dan goede buren. In dit geval niet de bewoners van het pand op de achtergrond van de foto, maar een bevriend stel een paar huizen de andere kant op. Deze stelden kostenloos een stapeltje douglas schaaldelen, die van de bouw van een nieuwe schutting overgebleven waren, ter beschikking. Ruim genoeg voor een stevige achterwand van het hok en het raamwerk voor een deur. Voor de rest bestaat het hok uit gerecyclede lundia- en andere kasten, een paar lariks regels, kippengaas en wat gebikte baksteen.

De kippen zijn verhuisd, de rommel heeft zijn plek. Het project is nog niet af,  het dak lekt her en der, de afvoer heeft nog wat finetuning nodig, er ontbreken nog wat schoren, er zijn nog akelig open wanden, maar het is bijna april en dat betekent andere prioriteiten. Zaaien en poten!

Wordt vervolgd…

 

Het dak

Dakconstructie
Dakconstructie

Deze post is een vervolg op Het raamwerk.

De laatste dagen van februari tikken weg, nog even en het is maart en dat is de magische grens om te beginnen met het zaaien van tomaten. Binnen wel te verstaan, achter glas, in de vensterbank. Normaal sta ik rond deze tijd te popelen om met de tomaten te beginnen, maar deze moeten nog maar een weekje wachten. Het is droog en zonnig, dus… het dak moet er op!

Constructie

Afgelopen week begonnen met de dakconstructie. Het is een simpel plat dak, maar dan met een lichte helling naar beide kanten, dus eigenlijk helemaal niet zo simpel. Het plan is dat we een groen dak erop leggen. In plaats van 20 vierkante meter tuin op te offeren voor een schuurtje, tillen we die tuin gewoon de hoogte in: een minibiotoop met een extreem klimaat.

Nu zijn groene daken  in verschillende soorten en maten te koop: sedum matten, sedum cassetes, etc. Fantastische systemen als je de folders mag geloven, maar ook fantastisch duur. Relatief dan. Dit project draait om soberheid: lage impact, lage kosten, maximaal duurzaam en hergebruikt of opnieuw te gebruiken. Oftewel we maken het groene dak zelf.

De dakconstuctie bestaat uit draagbalken, een raamwerk van regels en een laag kippengaas. Daarop komen nog een of twee lagen waterdichte folie en daaroverheen dan graszode en andere beplanting. Om het hele dak heen ligt een lijst, die voorkomt dat de grond van de graszoden met een flinke regenbui  van het dak spoelt. Je maakt dus een soort badkuip, met aan een kant een afvoer om het overtollige hemelwater naar een nuttiger bestemming te brengen.

Lichte helling naar beide kanten

Vorm

Dat is dan gelijk de eerste reden voor dat gedoe met die helling naar beide kanten: het water kan makkelijker weg. Daarnaast ligt het dak door de helling wat gunstiger in de zon. Dat leek me voor het groen op het dak wel prettig. Tenslotte maakt het knikje het dag wat minder recht en hoekig en past het geheel daardoor beter bij de wat organischer gevormde benen. Het oog wil ook wat.

Dak met een tipje

Matriaal

De dakconstructie is van vurenhout met een daklijst van europees lariks/douglas. Beide met fsc-keurmerk, dus dan vertrouwen we er maar op dat het hout van enigszins verantwoorde oorsprong is. De vuren delen liggen onder de dakbedekking, dus hebben weinig last van zon en regen. De daklijst heeft meer te lijden en dan is lariks een duurzame keuze. Het kippengaas in combinatie met het regelwerk is een lichtgewicht alternatief voor multiplex of ander plaatmatriaal. Het dient om het gewicht van zoden gelijkmatig te verdelen, zodat er geen kuilen in de folie komen waar water in kan blijven staan.

Regelwerk en kippengaas
Regelwerk en kippengaas

Dooi

De dakconstructie is klaar, de folie kan er op. Zoden en vorst lijkt me geen goede combinatie, dus voor een echt groen dak is het wachten op dooi…

Wordt vervolgd.

 

Het raamwerk

Deze post is een vervolg op Splijtstam.

Denk, denk, denk…

Het geraamte van het nieuwe schuurtje staat! Vorige week dacht ik nog dat de planning misschien wat te optimistisch was, maar met het mooie, zonnige en droge weer konden we flink opschieten.

Fundament

De plek waar het schuurtje komt heb ik uitgezet met pikketpaaltjes, een steek diep uitgegraven en opgevuld met twee kuub zand. Hierop heb ik met blokken puin en basalt een fundament gemaakt voor de acht palen, die het dak moeten dragen. Ik heb nog even betonnen stempels overwogen, maar het leek me wat overkill voor een relatief licht bouwwerk. Bovendien vraagt de productie van beton heel veel energie en is daarom niet zo’n groen bouwmateriaal.

Constructie

Oud en nieuw

Met de funderingsstenen op hun plek is een  constuctie  van rechte balken niet zo ingewikkeld. Waterpas, winkelhaak, houtboor, draadeinde, moeren en aan de slag. Mijn vier eiken stammen zijn echter alles behalve recht toe, recht aan. Dan helpt geen waterpas of winkelhaak. Dan moet het op het oog. Of het gevoel. Het kan ook op verstand, maar dan moet je niet al te rechtlijnig zijn in je denken. De belangrijkste hulpstukken bij het plaatsen van de eiken palen bleken een paar houten wiggen te zijn. Balken op hun plek zetten, uitlijnen met de balken van de dakconctructie en dan met een paar wiggen op zoek naar het zwaartepunt van de balk. Vervolgens vastzetten met tijdelijke schoren en dan de draagbalken van het dak er op. Schoren er onder en op naar de dakconstructie. Als het weer mee blijft werken moet die er volgende week wel op liggen.

eiken schoren
van tak tot schoor

geraamte van eik en vloerbalk
Het geraamte staat

Wordt vervolgd.

 

 

 

Splijtstam

Tijdelijke school in aanbouw
Tijdelijke school in aanbouw

Tegenover ons huis wordt een tijdelijke basisschool gebouwd, zodat onze kinderen veilig onder dak zitten terwijl hun oude schoolgebouw aardbevingsproof gemaakt wordt. Met een ingenieus systeem van prefab units staat er in een paar dagen een compleet schoolgebouw bij ons voor de deur.

Ecologisch aanpakken

Zien bouwen, doet bouwen. Een van de grotere projecten die we dit jaar verzonnen hebben is het bouwen van een nieuw schuurtje/kippenhok. Dit bouwprojectje gaan we uiteraard cradle-to-cradle, circulair en ecologisch aanpakken. Dat begint bij de materialen, waar mogelijk hergebruikt en uit de directe omgeving.

Na de verbouwing van de keuken vorig jaar zijn we een stapeltje vloerbalken rijker. Prima bouwmateriaal voor het geraamte van de schuur. Voor de fundering heb ik een paar flinke blokken puin apart gelegd. Maar het mooiste is nog de Amerikaanse eik die we afgelopen herfst hebben laten kappen. Deze leverde een tamelijk noestenvrije en behoorlijke rechte stam van krap twee meter lengte en een miniale doorsnee van 35 cm op. Een loodzwaar kreng dat mijn vrouw en ik met duwen, trekken, tillen, hefbomen, rollen en echtelijk verbaal geweld van de plaats waar hij geveld was verwijderd kregen.

Amerikaanse eik
Amerikaanse eik

Zagen of …?

Wat te doen met deze stam? Mijn eerste gedachte was er balken van te laten zagen. Hier zouden toch vier mooie balken van 15×15 cm uit te halen moeten zijn. Mijn tweede gedachte was de stam zelf in vieren te splijten en de ruwe delen te bewerken tot iets vierkantachtigs. Voorwaar een dilemma. Zagen geeft vier mooie rechttoe rechtaan stukken. Een uurtje klooien om het ding op een aanhanger te krijgen. Even heen en weer rijden naar een zagerij. Praktisch, efficient, voorspelbaar resultaat. Zelf splijten geeft een onvoorspelbaar resultaat, vier ongelijke ruwe stukken en betekent een paar dagen klooien om er iets werkbaars van te maken. Weken heb ik lopen dubben. Uiteindelijk is zelf doen voor mij onweerstaanbaar. Met je blote handen en een paar bijlen en wiggen een boomstam omvormen tot timmerhout; dat maakt je aanhangertje volmikken bij de bouwmarkt toch een vorm van magnetronmaaltijd-bouwen.

Stammen splijten

stammen splijten
Stammen splijten met behulp van wiggen

Enige studie op internet en wat oefenwerk met kleinere stammetjes leerde mij de volgende praktische lessen bij het stammen splijten.

  • Bekijk de stam goed voordat je gaat splijten. Waar is hij dikker, waar dunner, waar zitten noesten, hoe rond of vierkant is de stam, waar zit het hart, hoe lopen de nerven? Markeer met een potlood hoe je de stam gespleten zou willen hebben en hoop dat je daar ook uitkomt.
  • Werk van de dunne kant naar de dikke kant van de stam; dan heb je meer kans dat de stam netjes doormidden splijt.
  • Splijt langs of dwars door noesten, maar niet er haaks op.
  • Maak gebruik van scheuren die al van nature in het hout zitten of maak met een scherpe bijl een eerste inkeping dwars over het uiteinde van de stam.
  • Sla met beleid de eerste wig aan het uiteinde in de stam. Ik heb niet goed kunnen ontdekken of je beter vanuit de rand of het hart kan beginnen. Ik ben vanuit de rand begonnen. Sla de wig er een stukje in, net zolang tot je een scheur ziet ontstaan.
  • Volg met de scheur die de eeste wig heeft gemaakt met meer wiggen in de lengte van de stam en dwars op de stam. Gebruik eventueel bredere, houten wiggen om de scheur breder te krijgen dan je stalen wig.
  • Volg het hout. Je kan amper sturen.
  • Sla de wiggen zo diep dat de stam uiteindelijk doormidden splijt.
  • Hak de laatste splinters waar de helften op vast blijven hangen met een bijl doormidden.

Gespleten stam
Gespleten stam

Na een paar uurtjes werk was dit het resultaat: vier ruwe kwart stammen, klaar om verder bewerkt te worden. Het grote voordeel van een kwart stam is dat hij maar een kwart weegt en dus een stuk makkelijker te hanteren is. Met een handbijltje heb ik de kanten wat bijgewerkt. Vervolgens de  elektrische schaaf erover. Het resultaat: vier eiken balken. Niet echt recht, wel heel eco. Qua uitstraling dan.

Soort van rechte hoek

Drie gedaan, nog een te gaan

De balken zijn gedaan, het graafwerk is gedaan. Zand besteld. Met een beetje mazzel kunnen we deze week de fundering doen en het houten geraamte van het schuurtje opzetten. Wordt vervolgd…