Moeilijke wereld

Een hommel bestuift de tomaten in de kas

Wereldwijd neemt het aantal insekten dramatisch af. Wat alarmerend onderzoek aan het licht bracht in Duitsland blijkt nu ook te gelden voor de rest van de wereld: we zijn druk bezig onze geleedpotige vrienden uit de Wollewei van Bomans’ Erik of het Klein Insektenboek te vernietigen. Trouw opende vandaag met dit bericht, dat gisteravond ook bij RTL Nieuws voorbij kwam.

Een wereld zonder hommels, bijen, vlinders? Ik kan het me moeilijk voorstellen. Hommels, bijen en vlinders zijn voor de insektenwereld wat hertjes, konijntjes en zeehonden zijn voor de zoodierenwereld: fluffy, aaibaar en om superveel van te houden. Kakkerlakken, strontvliegen en malariamuggen zijn ook insekten,  maar die hebben een imagoprobleem, net als de rat, maar dit terzijde.

We stevenen af op een ecologisch armageddon is de boodschap. Een recente publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Biological Conservation bevestigt wat eerder uit onderzoek in Duitsland bleek: we zijn druk bezig met het uitroeien van de insektenwereld. Zonder insekten geen bevruchting, geen bodemleven, geen zangvogels en ga zo maar door. Zonder insekten storten ecosystemen in.

Crappy science

Als ik zoiets lees, ga ik graven. Het eind van de wereld, best belangrijk toch? Gravenderwijs stuitte ik op een artikel van het wetenschapsjournalistieke platform NEMOKennislink, waarin de vloer wordt aangeveegd met de methodologie en statistiek, die in het Duitse onderzoek gebruikt is. De conclusies van het Duitse onderzoek gaan veel verder dan je op basis van de data kunt verantwoorden. Nu heb ik met een halve sociaal wetenschappelijk opleiding, vijftien jaar commerciële onderzoekservaring en de inzichten van mijn grote vriend Nassim Taleb voldoende intellectueel gereedschap om een kritische aanval op bad science op zijn merites te kunnen beoordelen.  De vraagtekens die bij de conclusies van het onderzoek gezet worden, zijn terecht.

Als ik verder blader op de site van NEMOKennislink kom ik op de pagina met kennispartners tussen de universiteiten en ministeries twee interessante clubs tegen: Agrifirm (groothandelaar in o.a. kunstmest en landbouwgif)  en Meststoffen Nederland (kunstmestlobby). Dat maakt mij weer achterdochtig.

Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Dat geldt ook voor de wereld van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van landbouwgif, blijkt uit een artikel in de Correspondent. De kop Omstreden onkruidverdelger kreeg groen licht op basis van witwasteksten van de fabrikanten spreekt boekdelen. Het onderzoek dat moest beoordelen of het landbouwgif glyfosaat niet te schadelijk is om toegelaten te worden tot de EU komt zo ongeveer rechtstreeks uit de pen van de PR-afdeling van Monsanto.

De insekten gaan dood, redt de wereld! zegt de ene club op basis van crappy science. Ons gif is veilig, wij voeden de wereld! zegt de andere club op basis van even crappy science.

Open access

Dat maakt mij ontzettend nieuwsgierig naar het wetenschappelijke gehalte van het nieuwe onderzoek naar de massale insektensterfte dat nu in de media circuleert. Normaal snor ik die dingen op, ga ik lezen en probeer ik zelf de zin van de onzin te scheiden.  Helaas, op de website van Biological Conservation stuit ik al snel op een betaalmuur van uitgever Elsevier: of ik even 36 dollar wil aftikken om een pdf-je van het artikel te downloaden. Fuck you! denk ik dan.

Wetenschappelijke kennis, die met publieke middelen tot stand is gekomen op kennisinstellingen, die met publiek geld gefinancierd worden, hoort publiek toegankelijk te zijn. Bovendien: hoe kunnen we de wetenschap controlleren als die alleen toegankelijk is voor het selecte clubje dat zich de toegang tot die commerciële wetenschappelijke tijdschriften kan veroorloven? Open access dus, anders kan iedereen maar wat roepen, zonder dat we het zelf kunnen controleren.

Silent spring

Maar is het dan niet waar, van die massale insektensterfte? Komt er toch geen ecologisch armageddon? Meest eerlijke antwoord: ik weet het niet. Het beeld van het ecologisch armageddon is een klassieker uit de groene beweging en is terug te voeren op de beroemde publicatie Silent Spring van Rachel Carson. Zij is een van de founding mothers van de ecologische beweging. Haar onderzoek naar de effecten van pesticiden op ecosystemen leidde onder andere tot het wereldwijd verbod op het zware landbouwgif DDT.  Het eerste hoofdstuk van Silent Spring is een parel van verbeeldingskracht en toont hoe intenst triest, stil en dood een voorjaar zonder vogels en insekten is.

Complexe wereld

Daar sta je dan, als groene burger in een wereld die complexer is dan je kan overzien. Wat nu? Simpel. Niet in paniek raken. Even stilstaan bij de eindeloze complexiteit van het leven. Genieten van de eerste spoortjes voorjaar in de lucht. De schuld niet afschuiven. Bedenken wat je zelf kan doen en vooral ook wat je zelf kan laten. Taleb lezen. Vuistregels verzinnen om zin van onzin te scheiden.

Nieuw seizoen

Januari ligt achter ons. We hadden zelfs een beetje sneeuw en ijs. De kippen zijn nog niet weer aan de leg, die zitten in het laatste staartje van hun winterstop, maar daar kan nu elk moment een eind aan komen. Heel voorzichtig piekt de zon een half uurtje per dag boven het dak uit van het imposante kerkgebouw dat aan de zuidkant van onze volmalige pastorie ligt.

Vandaag begint een nieuw tuinseizoen. De plannen liggen klaar, de schema’s zijn getekend, het zaaigoed is geteld, gecontroleerd en waar nodig besteld. Alleen de bezorging laat nog even op zich wachten. Binnen kan ik de aubergines, pepers en paprika’s voorzaaien in het broeibakje in de vensterbank. Die komen allemaal uit zaad wat ik aan het eind van de afgelopen zomer geoogst heb. Deze warmte minnende exoten hebben een lang groei seizoen; daar kan je het best op tijd mee beginnen. Tomaten zijn een stuk sneller. Die moeten daarom tot 1 maart wachten.

Tuinplan 2019

De winterkou is even uit de lucht. In de kas komt nu weer een streepje zon en daar gaan we beginnen met het voorzaaien van de erwtjes, tuinbonen en capucijners in potjes. Dan moet een experimentje met extreem vroege aardappels in cementkuipen op een laagje broeiende kippen- en konijnenmest ook wel kunnen, maar helaas, het pootgoed is nog niet binnen. De enige poters die ik van mijn eigen aardappels bewaard heb zijn van een laat ras en dat gaat zo vroeg in het seizoen niet werken.

Dan maar wat winterpostelijn, veldsla of snijmoes zaaien. Als het nog heel hard gaat vriezen wordt dat natuurlijk niks, maar we kunnen het allicht proberen. De jonge haantjes gaan hun laatste weken in…

PS

Geschrokken door de negatieve berichtgeving legden de dames een dag later alsnog het eerste ei van het nieuwe seizoen.

 

 

Afval

Onze afvalberg: wij tegen de rest

Afgelopen zaterdag viel de aanslag voor de gemeentelijke belastingen op de deurmat. Sinds vorig jaar weegt de gemeente elke keer als de grijze bak geleegd wordt nauwkeurig hoeveel rommel de Schudde’s nu weer gemaakt hebben. Dat was best een boel. In totaal wisten we met zijn vieren zo’n 267,5 kilo grijs restafval bij elkaar te consumeren. Per persoon is dat een kleine 69 kilo. Volgens Milieu Centraal produceren we in Nederland per persoon gemiddel 489 kilo afval, waarvan we iets meer dan de helft  (53%) gescheiden inleveren. Dat levert dan per persoon een kleine 230 kilo restafval op.

Zo bezien valt het wel mee met onze 70 kilo de neus. Milieu Centraal weet verder te melden dat 60% van het restafval prima te recyclen is. Dat is GFT, papier, textiel, etc. dat onterecht toch in de grijze bak belandt. Haal je dat er af  dan houd je per Nederlander 92 kilo onversneden grijs restafval over.

Nu ben ik een behoorlijke nazi als het op het scheiden van afval aankomt.  Alles van organische oorsprong belandt bij de konijnen, de kippen of op de composthoop. Glas in de glasbak, papier bij het oud papier, KCA in de KCA-bak, textiel in de textiel container. Mijn gezinsleden zijn wel eens iets minder zuiver in de leer. Daarmee schat ik dat onze 70 kilo voor 90% zuiver zal zijn. Dan nog vind ik 70 kilo veel. Nu doet onze gemeente niet aan het gescheiden inzamelen van plastic en drankkartonnen. Daar zal een deel van de schade in zitten. Maar dan nog: we halen veel uit de moestuin, maken en recyclen de gekste dingen, letten op overbodige verpakkingen en dan nog maken we er een bende van. Dat moet toch beter kunnen?

Nu zijn er voorbeelden te over van mensen die plastic vrij op een zero waste dieet leven. Alles kan. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Maar dan nog vind ik dit best een taaie. Wordt vervolgd zullen we maar zeggen.

 

 

Klompen

Klompen op weg naar hun levenseind

Als het even kan loop ik in de tuin op klompen. Toen ik voor het eerst in jaren weer een paar aanschafte was het even wennen. Geen air cushions, geen meeverende rubberzool, maar gewoon een blok hout aan de voeten.  Na een tijdje begonnen mijn voeten de klomp te herkennen en voelden ze wat minder bokkig aan. Nu weten ze niet beter.

Mijn waardering voor de klomp heeft niets te maken met eng nationalistische gevoelens. Tulpen, kaas, klompen en molens; het liefst met boertjes in klederdracht en vrouw Antje achter de haringkar. Groeten uit Holland! Dat soort ellende. In tegendeel. De klomp is bij uitstek een revolutionair stukje schoeisel en niet alleen omdat het voornamelijk door boeren en arbeiders gedragen werd.  Neen! Klompendragers zijn de uitvinders van economische sabotage. De klomp in het Frans is le sabot. Tijdens de grote Luikse stakingen van 1886 in de Waalse industrie ontwikkelden opstandige arbeiders de gewoonte om met hun klompen de industriele machines te saboteren. Gans de fabriek staat stil als uw nederige klomp dat wil, zeg maar.

De teloorgang van de arbeidersbeweging en de gekrompen macht van vakbonden heeft dus niet zoveel te maken met historische verschuivingen in de dialectiek van kapitaal en arbeid of een verminderd klassenbewustzijn. Welnee. Het heeft vooral te maken met de nieuwerwetse gewoonte van arbeiders om schoenen te dragen in plaats van klompen.

Thermoklomp op grootmoeders wijze

Terug naar de klomp. Elke twee jaar verslijt ik een paar. Op een gegeven moment ben je door de bodem en wordt het tijd voor nieuwe. Een oude klomp kan dan in de open haard, met een bloemtje erin naast de voordeur (mij te truttig) of op de composthoop langzaam terugkeren tot de aarde. Ze dragen niet bij aan de plastic soep en dat is voor een gebruiksvoorwerp tegenwoordig een hele prestatie. De klomp  is het originele, 100% duurzame, circulaire ecoschoeisel. De eerstvolgde keer dat je een duurzaam persoon over een betere wereld hoort preken, let dan vooral op zijn voeten.

Naast historisch verantwoord en gewetensvol is de klomp vooral praktisch. Je stapt er in, je stapt er uit, geen geklooi met veters, geen modderpoten in de keuken. Ze maken een heerlijk klepperended geluid, zijn anti-transpirant, koel in de zomer, warm in de winter. Als het echt hard gaat vriezen doe ik er nog wel eens een handje hooi in voor wat extra isolatie. Ik denk dat mijn oma ooit met die tip kwam, toen ik als kleine jongen logeerde op de boerderij.

Bovendien weet de certificeringspolitie al sinds 1997 dat een beetje klomp qua arbo en veiligheid niet onder doet voor welke staalgeneusde, shockproof en oilresistant werkschoen ook. Kleeft er dan geen enkel nadeel aan de klomp? Zeker wel. Klompen en autorijden is niet direct een lekkere combinatie. Maar goed, dat past dan weer bij het groene imago van dit Hollands kwaliteitsproduct.

 

Zout

Het kind en de kunstenaar

Twee zomers geleden stond ik met een jerrycan op de zeedijk, ergens tussen Noordpolderzijl en de Eemshaven. Ik ging vers zeewater halen voor een van mijn keukenexperimenten: het winnen van waddenzeezout.

Het idee was simpel. Je haalt een paar liter zeewater, filtert het en laat vervolgens in een ondiepe bak het water langzaam door de zon verdampen. Op den duur wordt de zoutconcentratie zo hoog dat er zoutkristallen gevormd worden. Als je maar lang genoeg wacht zal al het water op den duur verdampen. Per liter zeewater houd je een half kopje zeezout over. Zo simpel als het lijkt is het ook. Deze methode wordt al millennia gebruikt om zout te winnen.

Waddenzout, pre – MSC Zoe

Aan de voet van de dijk waar we het zeewater gingen halen heb je een prachtig uitzicht over de waddenzee. Bij vloed staat de zee tot aan de dijk en hoef je niet door de kwelder en het slik te baggeren om aan de waterlijn te komen. Het is ver genoeg van de Eemshaven en de monding van de Eems om je de illusie te geven dat je niet direct in de industriele aars van Delfzijl en Ostfriesland staat te pootjebaden. Een mooie plek om uit te waaien en een paar wilde mossels te zoeken voor in een soepje of een schotel met rijst.

Het werd een vrolijke middag

In de nacht van 1 op 2 januari sloegen een eind ten noorden van deze plek een kleine 300 containers met consumentenzooi overboord. Waar ik twee zomers geleden zout zocht vind ik nu plastickorrels. Een paar dagen eerder, vlak voor de jaarwisseling, was ik met mijn vrouw en kinderen in de Bierumer School, een paar kilometer verderop.

Mijn broer, de beeldend kunstenaar Peter Schudde, geeft daar in een inktzwarte installatie zijn visie op de relatie tussen mens, natuur en eletronica. Verder in het pand een expositie over de Eems met hoofdrollen voor dode kraaien en drijvend plastic. Het werd een vrolijke middag met een workshop voor kinderen en volwassenen waarbij de ingewanden van verschillende TV-toestellen werden blootgelegd.

Protestkliko

Gister beplakte ik onze kliko met een protestposter. Donderdag schreef ik een stuk in de Volkskrant over de aardbevingsellende in Groningen en het gebrek aan publieke verantwoording. Honderden vrijwilligers hebben inmiddels meegeholpen de dikste rommel van de MSC Zoe op te ruimen. Afgelopen zomer vertikte een Zweeds meisje het om nog langer naar school te gaan. Het zijn twee sombere weken in januari. Om moedeloos van te worden. Ik ben alleen te koppig om me er bij neer te leggen. Ik ben gelukkig niet de enige.

Op 12 maart 1930 begon een kaal mannetje aan een protestmars naar de Indische Oceaan. Om zout te maken.

Wie is de mol?

Wie is de mol?

Ik kijk er nooit naar en toch moet ik het er over hebben. Wie is de mol? Sinds een week of drie huist de mol bij mij in de kas. Ik zie hem of haar alleen nooit; alleen de sporen die het beest achter laat. De jonge haantjes die tijdelijk in de kas wonen houden wijselijk hun mond. Over een week of vier valt voor hun het doek. Misschien zijn ze alvast begonnen  met een ontsnappingsroute; hulp ingeroepen van buitenaf. Wie weet. Ondertussen blijf ik met die vraag zitten: wie is de mol? Is de mol wel een mol en geen woelmuis of een ander beest?

Voorlopig laten we het beest even zitten. Al dat ondergrondse graafwerk verluchtigt de bodem en dat is op zich niet verkeerd. Meestal rekent onze poes, een zwart onderdeurtje met een uitstekend jachtinstinct, dat dankzij onze kinderen met de wonderlijke naam Hello Kitty door het leven gaat, wel met dit soort ongenode gasten af. Maar Hello Kitty mag niet in het kippenhok, dus zolang de jonge haantjes nog onder ons zijn, heeft de mol een vrijstelling. Leven en laten leven geldt hier evenzeer als eten en gegeten worden.

Krakers in het raamkozijn

Ondertussen is een hoek van het raamkozijn in onze slaapkamer gekraakt door een bende vrijgevochten lieveheersbeestjes. Fuck het insektenhotel, lijken ze te denken, wij willen ook cv en dubbel glas. Mooi laten zitten, die hoek van het kozijn stond al langer dan een jaar leeg en dan mag je het in bezit nemen. Zodra het voorjaar wordt verhuizen ze vanzelf weer naar de tuin om dood en verderf te zaaien onder de lokale bladluis gemeenschap. De jonge scheuten van onze appelboompjes hebben wel eens last van bladluizen. Ook de vlier zit er vaak onder.

Mooi laten zitten, dan ben je er het snelst van af. Zonder luizen geen luizenopruimers en zonder luizenopruimers worden luizen een plaag. Plagendieren zijn informatie. Ze vallen aan wat ziek, zwak en misselijk is en laten zo zien waar het ecologisch evenwicht in de tuin verstoord is. Ik kan ze opruimen, maar dat neemt de oorzaak niet weg.

Die oorzaak, dat is vaak even zoeken. Staat de plant niet in de verdrukking? Te droog? Te nat? Te weinig zon? Te veel? Niet gesnoeid? Verkeerd gesnoeid? Armoedig bodemleven? Verkeerde bemesting? Te weinig rommel in de tuin? Gebrek aan schuilplaatsen voor opruimbeestjes? Te weinig vogels? Te veel Hello Kitty?

Van vrienden kregen we in december het Plaagdierenboek van de Vlaamse ecoclub Velt. Heerlijk boek en een absolute aanrader voor iedereen die meer wil weten over leven en laten leven in zijn of haar (moes)tuin.

Vaarwel 2018, hallo 2019!

Ieder mens heeft zo zijn eigen eigenaardigheden. Zonder zouden we maar saai zijn. Ik heb meerdere van die dingen. Eén er van is een liefde voor cijfers. Deze kronkel heeft er toe geleid dat ik redelijk nauwkeurig bijhoud wat er zoal uit de kas, moestuin en het kippenhok komt. Dat was dit jaar zo’n 330 kilo groente, fruit, eieren, kip, honing, etc. Zonder kunstmest, zonder pesticiden, zonder gentech.

In een grafiek is 2018 gereduceerd tot vier op elkaar gestapelde blokjes. Achter elk blokje gaan tientallen verhalen schuil. Haantjes slachten in januari, stammen splijten in februari, aardappels poten in maart, kleien in april, Yvets eerste bijenvolk in mei, de shiitakes van juni, de zongedroogde tomaten van die hete, droge zomermaanden, de enorme berg peren in het najaar en spek roken voor de winterkost.

Viva extremistan! schreef ik in mei. Dat hebben we geweten: een aardbeving van 3.4, een storm van 11 Bf, een plensbui van 45 mm, een neerslag tekort van 296 mm. De extremen hebben we wel gehad in 2018.

Wat 2019 gaat worden? Geen idee. In ieder geval door met bloggen. Elke week stuk. Een paar plannen hebben we al wel. Een extra bijenvolkje, een paar groentebedjes in de voortuin. Een extra regenton, wat extra aandacht voor insecten, minder plastic gebruiken, minder afval produceren. Meer fietsen, minder auto. Meer isoleren, minder gas stoken. Kleine avonturen in de achtertuin; grootse experimenten in de keuken? We gaan het zien in 2019.

Gelukkig nieuwjaar!

 

 

Midnight special

Er zijn talloze redenen waarom je met Kerst een ei zou willen bakken. Omdat er op het laatste moment een onaangekondigde vegetariër aan je Kerstdiner aanschuift of omdat je erg lang op stap bent geweest en daardoor vergeten bent wat voor dag het ook al weer was en alle winkels dicht zijn en er alleen nog een doos eieren in de koelkast ligt bijvoorbeeld. Voor al die momenten is er de Midnight Special: een gebakken ei waar de soul van Creedence Clearwater Revival in zit. Het recept is simpel: kluts vier tot zes eieren met een scheut volle melk, room of koffiemelk en een flinke shot whisky of cognac. Bak hiervan een mooie dikke omelet; het liefst in een koekenpan waar je een of meerdere dagen daarvoor nog iets lekkers hebt gebakken en die daarna niet met afwasmiddel monddood is gemaakt. Het omelet afmaken met een beetje grof gemalen peper en zout. Opdienen met een plak geroosterd brood. Vrolijk Kerstfeest!



Bezield eten

Hartjes van Lotte

Kerst is een moeilijke tijd voor de kritisch angehauchte medemens. Terwijl wildbeheerders in overheidsdienst in de Oostvaardersplassen de kerstdis van corporate Nederland bij elkaar staan te knallen, zit ik met mijn gedachten bij de voorlichtingsavond over de versterkingsoperatie in verband met de gaswinningsterreur die vanavond in Ons Dorpshuis gehouden wordt.

Niet echt leuke ingredienten voor een grappig of bezield stukje over Kerst en eten.  Het bovenstaande zou overigens de indruk kunnen wekken dat ik principiele bezwaren tegen de jacht heb. Dat is niet zo. Ik heb alleen principiele bezwaren tegen onrecht. Voor de rest van de tijd probeer ik van het leven, in al zijn absurde facetten, te houden. Zou het niet prachtig zijn als die 1800 beleidsmatig overtollige herten niet in de vriezers van de poelier te Wassenaar of Laren terecht komen, maar bij de Voedselbank en het kerstdiner van de maatschappelijke opvang belanden? Die herten zijn ten slotte openbaar bezit, dus waarom zouden alleen mensen met een te brede beurs daar van mogen genieten?

Salade demi-sauvage

Voordat ik al te cynisch word gooi ik er maar snel een receptje in. Deze keer een suggestie voor een simpele salade. Deze staat bij ons bij bijzondere gelegenheden als Salade demi-sauvage op het menu.  Dat Franse geleuter is voor het theatraal effect. In het Nederlands is het gewoon een half wilde salade. Leuk detail: in het Frans is een demi-sauvage tevens een ongelikte beer die zijn opleiding niet heeft afgemaakt.

Het idee achter de demi-sauvage is dat je in je tuin op zoek gaat naar al het groen dat daar nog wil groeien en dat het goed in een salade doet. Op wat groenlof, boerenkool en prei na, is onze moestuin leeg. Toch hebben we daar al een prima basis voor een salade mee. De laatste goudsbloemen zijn afgelopen weekend doorgevroren, dus daar moeten we het zonder doen. Wat is er nog wel te vinden? Ongetwijfeld wel een paar groene blaadjes van de braam of de aardbeien. Misschien nog wat paardebloemenblad of ander onkruid. Geen bossen, maar vast wel een paar handjes vol. Daarmee hebben we het wilde element in de demi-sauvage te pakken.

Met alleen groen zijn we er natuurlijk nog niet. We kunnen de salade aanvullen met een paar croutons van huisgebakken brood, een stukje koud gerookte makreel uit de achtertuin, een krokantje van huisgerookte spek, een gepofte tamme kastanje uit het park of uit het bos of een zongedroogd tomaatje op Kropotkins wijze. De dressing is op basis van home made walnootolie, honing van je echtgenote en appelazijn. Serveren met een cuvée van Boskoop Glorie en Regent .

Eigenlijk mag alles in een Salade demi-sauvage,  zolang het maar eerlijke en bezielde ingredienten zijn. Ik zal het maar vast verklappen: deze vind je niet bij de Appie of de ekosuper. Daarvoor moet je zelf aan de bak.

Prettige Kerst!

Regentuin

Schematische weergave van de regentuin
Schematische weergave van de regentuin

Zoals beloofd meer over de regentuin. Het idee speelde al langer door mijn hoofd, maar de droogte van de afgelopen zomer gaf de doorslag. Er moest in de tuin maar iets meer met het regenwater gebeuren, dat tot nu toe via de dakgoot in het riool belandde. Aan de zuidzijde van ons huis heb ik de regenpijp een paar jaar geleden afgekoppeld en een regenton geïnstalleerd. Nu moet de noordzijde er aan geloven.

Wat is een regentuin?

Een regentuin is een tuin die regenwater verzamelt en langzaam in de bodem weg laat zakken. Een regentuin maak je door een deel van de tuin te verlagen en het regenwater hier heen te leiden, waarna het langzaam in de bodem zakt. Dat regenwater kan van het dak komen, van het schuurtje of van het overschot aan betontegels, waarmee de gemiddelde Nederlander zijn tuin pleegt vol te storten. Het idee van een regentuin is dat je het relatief schone regenwater tijdelijk vasthoudt in plaats van het af te voeren naar het riool. Daarmee wordt het riool op piekmomenten ontlast en het voorkomt dat het regenwater, vermengd met het vuile rioolwater, een extra belasting vormt voor de rioolwaterzuivering.

Opletten!

Wel even nadenken voor je de regenpijp doorzaagt en de tuin in leidt.  Waar moet het water heen? Kan het daar komen? Hoeveel water moet ik kwijt kunnen? Hoe snel het water weer weg? Het antwoord op de eerste vraag was me vrij snel duidelijk. In het voorjaar heb ik aardig wat lopen spitten om de trampoline in de voortuin in te graven. De poten gingen twee steek diep de grond in en deze sleuven heb ik dichtgegooid met zand. Recht onder de trampoline heb ik de grond een steek diep afgegraven om wat meer stuiterruimte te creëren. Dat geeft toch een halve kuub ruimte om een stortbuitje te bergen. Het grootste deel van de regentuin had ik dus al aangelegd voor ik er erg in had. Ik hoefde alleen de regenpijp af te koppelen en het water via een ondiepe geul naar de stuiterplek te leiden.

Watti?

Zo’n ondiepe geul om tijdelijk regenwater te bergen wordt in waterland ook wel wadi genoemd. Een steek breed en een steek diep langs een border leek me voorlopig voldoende. De geul van de border naar de trampoline heb ik wat breder en minder diep gemaakt. Dit om een enkel brekende loopgraaf in de voortuin te voorkomen.  Deze wadi moet ook nog een kwart kuub kunnen bergen. In totaal heeft de regentuin nu een bergingscapaciteit van 750 liter. Dat lijkt best veel, maar is het genoeg?

Rekenen…

De hoeveelheid water die je moet kunnen bergen heeft natuurlijk alles te maken met het oppervlak die je er op aansluit en de hoeveelheid regen die we mogen verwachten. In ons geval sluiten we circa 30 vierkante meter dak op de regentuin aan. Een beetje wolkbreuk doet 25 mm of meer uur en komt gemiddeld eens per 10 jaar op een willekeurige plek in Nederland voor, zo meldt het KNMI. Dat betekent dat bij een wolkbreuk de tuin per vierkante meter minimaal 25 liter water ontvangt. Van 30 vierkante meter komt dan 30 x 25 = 750 liter. Past precies. Toch kan het geen kwaad met nog wat extra neerslag rekening te houden. Veel hangt dan af van de snelheid waarmee de bodem dit water op kan nemen. Dit kan je testen door een gat van een bij een steek diep te graven, hier een flinke tuingieter in leeg te laten lopen en na een uur te kijken of er nog water staat. Is dat het geval, dan moeten we aan de bak om het water makkelijker in de bodem te laten infiltreren.

Infiltreren

Als je een beetje op deze materie zoekt op internet, dan kom je al snel uit op ingewikkelde termen als infiltratiekoffers, hydroblobs en buffersystemen. Dure woorden met ongetwijfeld een dito prijskaartje in de aanschaf. En waar er dure systemen zijn, is er natuurlijk subsidie. Dat is natuurlijk prachtig voor de welwillende burger, maar het laat meteen de beperking van de eendimensionale ingenieursbril zien, waarmee dit soort problemen doorgaans benaderd wordt. De bodem is een blok dode materie die met plastic, grind en beton geïnfiltreerd moet worden. Iets anders is er niet. Of wel?

Regenwormen

Waar is de regenworm in dit verhaal? De natuur heeft een heel leger van deze bodemkundig ingenieurs en grondwerkers die we kosteloos aan het werk kunnen zetten om het vermogen van de bodem om water op te nemen voor ons te verbeteren. Geheel gratis graaft een regenworm prachtige beluchtings- en drainagegangetjes. Per vierkant meter kunnen er meer dan 500 van die knakkers voor ons aan het werk zijn. Deze gratis arbeid leveren ze echter niet voor niets. Regenwormen houden van organisch materiaal. Dode bladeren bijvoorbeeld die door de wind in de verse geultjes van de regentuin belanden of zich ophopen onder de trampoline. Mooi laten liggen, dan wordt het vanzelf een fantastische ecobiohydroblob. Zonder subsidie.