Zwieneerappels

Kook in de schil voor hipsterknollen…

Vorige week hebben we nieuwe aardappels gegeten. Niet ingevlogen uit Israël of Marokko, maar gewoon uit de tuin. Hoewel gewoon… Een aardappel moet je normaliter niet al in mei uit de grond willen halen. Sterker nog, het is niet eens zo raar als je half mei de laatste late aardappelen poot.

Met de lauwe winters die we de laatste jaren hebben loont het de moeite om een gokje te wagen. Deze winter hebben we amper vorst gehad. Vrijwel heel januari en februari bleven vorstvrij. In het vroege voorjaar hebben we een paar koude nachten gehad, maar alles bij elkaar stelde het niet veel voor.

De eerste week van januari heb ik in de kas een paar bakken met extra vroege aardappelen klaar gezet. De bakken bestaan uit 60 liter speciekuipen, waarin ik afwateringsgaten heb geboord. Onder in de bak gaat een laagje stro. Daarop komt een laag konijnen- en kippenmest. Dan een laag aarde met aardappels en een beetje houtas voor de extra kali. Het geheel dek ik af met een mulchlaag van houtsnippers of stro.

Per bak drie poters van een vroeg ras, bijvoorbeeld Eersteling, Anaïs of, zoals dit jaar, Tiamo. De mest gaat broeien en zorgt, samen met de winterzon in de kas, voor wat extra warmte. Begin maart kwamen de eerste scheuten boven. Begin april verhuisden de bakken van de kas naar buiten om plaats te maken voor de zaailingen van tomaten en ander warmte minnend spul. De extra vroege aardappelen komen dan op een beschutte plek tegen een muur op het zuiden.

Extra vroeg in speciekuip met mulch

Begin mei zijn deze aardappelen al zo’n 120 dagen onderweg. Normaal is dat ruim voldoende voor vroege aardappels, maar die koude korte dagen in het voorjaar zetten natuurlijk weinig zoden aan de dijk. Begin mei haal ik een  handje vol krieltjes uit zo’n bak. Erg lekker, maar de opbrengst is nog wat zuunig. Vanaf half mei gaat het de goede kant op. Een mooi formaat aardappels met opbrengst van ongeveer een pond per plant.

Zwieneerappels vs hipsterknollen

De lekkerste aardappels van het jaar zijn de eerste. Die eet je natuurlijk met schil en al. Zwieneerappels, noemt mijn vader dat, met een verwijzing naar de oude gewoonte om de aardappelschillen aan de varkens te voeren. Je zou het ook hipsterknollen kunnen noemen, naar de gewoonte van foodies om grootmoeders keuken in een nieuw jasje als eigen uitvinding aan de man te brengen. Deze bijzonder verse aardappelen koken we daarom kort in de schil en bakken we daarna goudbruin in een klontje boter met flink wat verse rozemarijn en tijm. Een lenteuitje erdoor kan ook prima. Op smaak brengen met grof gemalen zwarte peper en grof zeezout. Serveren met een goeie bel syrah, ingemaakte groente en desgewenst een entrecôte van uw favoriete bioknuffelboer (hipsterknollen) of een gehaktbal met vette jus (zwieneerappels).

Ondertussen in de moestuin…

Verhoogde bakken met mulch

Ondertussen steken in de moestuin overal de aardappels de kop boven de grond. De extra vroege bakken lopen uiteraard voorop; de laatste late aardappelen komen net boven. Na de zachtste winter hebben we nu het droogste voorjaar ooit. Daarom mulch ik nog fanatieker dan andere jaren. Wel of geen muchlaag maakt een enorm verschil in de hoeveelheid vocht die verdampt, zeker in het voorjaar als er nog amper loof boven de grond staat. Houtsnippers, compost, gehakt stro, gemaaid gras… de jonge scheuten komen er vanzelf doorheen en groeien, na wat plaagstootjes van het slakkenvolk, vrolijk verder.

In zakken met mulch

Vermijd open ruggetjes

Op ruggetjes met mulch

De late aardappels teel ik op ruggetjes. Zonder mulch om de verdamping tegen te gaan is zo’n open ruggetjes systeem vragen om moeilijkheden bij droogte. Een mooi laagje stro tussen die ruggetjes houdt het vocht goed vast en geeft bovendien een extra boost aan het bodemleven. Stro, compost, onkruid, gemaaid gras; alles past er tussen, zolang het loof nog niet te hoog staat.

 

 

Wentelteefjes

Wentelteefjes!

Gisteren keken we met de kinderen op tv naar de dodenherdenking op de dam in Amsterdam en naar een speciale aflevering van het Jeugdjournaal over de oorlog. Bedrukte gezichtjes, vooral bij de oudste.

Grote woorden over vrijheid en herdenken zijn gratis als je er geen daden aan verbindt. Op een slechte dag verdrinken er aan de Europese zuidgrens onder het oog van onze vrijheidszingende politici meer mensen in de Middellandse Zee dan er in 30 jaar IJzeren Gordijn aan de Duitse grens zijn gevallen. Ook de concentratie, pardon, vluchtelingenkampen die de Europese Unie heeft ingericht op de Griekse eilanden lijken moeilijk verenigbaar met alle mooie woorden over nooit meer oorlog, nooit meer onderdrukking. Niet wegkijken, zei de koning gister. Dat doen we dan ook maar niet.

Terug naar de keuken. Dit blijft ten slotte een blog dat vooral over voedsel gaat. Beelden van de hongerwinter doen me weer nadenken over voedselverspilling. We proberen geen eten weg te gooien. Kliekjes gaan naar de kippen en komen als ei weer op ons bord.

Als ieder huishouden er een paar kippen op na zou houden is het probleem van voedselverspilling in minder dan geen tijd de wereld uit en kun je meteen een streep zetten door de legbatterijen uit de bioindustrie.

Brood blijft een ingewikkelde. Al jaren staat brood in de top 10 van meest verspilde voeding. Jaarlijks gooien we er een slordige 127 miljoen kilo van weg.

Hoe voorkom je het verspillen van brood? Simpel. Door het niet weg te gooien. Elke week gaan er bij ons vier broden door. Eén van de warme bakker en drie die we zelf bakken. Meestal is dat net genoeg en blijft er te weinig over om te verspillen. Er zit te veel werk in een brood dat ik zelf gebakken heb om het weg te gooien.

Bovendien: vers gebakken verdwijnt een brood als sneeuw onder de zon. Na twee dagen is een zelf gebakken brood nog prima al is het verse er wel af. Ongesneden blijft het brood veel langer vers. De kwaliteit van het meel doet ook veel.

Recept wentelteefjes

Na drie dagen begint ons huisgebakken brood oud te worden. Wentelteefjes is dan de beste oplossing. Leg de plakken brood in een soepbord met melk en laat de plakken zich vol zuigen. Bak het brood vervolgens aan beide kanten bruin in een koekenpan met klontje boter. Opdienen met suiker en kaneel.

Andere oud brood recepten: in dobbelsteentjes snijden en er met een klein scheutje olijfolie croutons van bakken. Ook lekker: in vierkantjes met een plak kaas er op op een geöliede bakplaat de oven in schuiven. Serveren met een glas wijn bij een avondje bingewatchen.

 

 

 

 

 

Het verleden

Een groet uit het verleden

De afgelopen weken ben ik veel in de weer geweest met het verleden. In het dorp waar we wonen is een deel van het dorpshuis gesloopt. Het oude dorpshuis maakt plaats voor een nieuw gebouw, dat hopelijk wel bestand is tegen de aardbevingen waar we hier last van hebben. Deze aardbevingen zijn het gevolg van de gaswinning. Alleen het monumentale voorhuis blijft gespaard.

Het dorpshuis staat op een bijzondere plek, boven op een wierde die ruim vijf meter boven het land, dat vroeger kwelder en daarvoor zee was, uitsteekt. Vijfentwintighonderd jaar bewoningsgeschiedenis onder je voeten. Er zijn weinig plekken in Nederland waar de geschiedenis zo tastbaar voor je ligt opgestapeld.

De sloop van het dorpshuis biedt archeologen de kans een kijkje te nemen in het binnenste van de wierde. Met een mechanische boorinstallatie zijn boorkernen genomen tot een diepte van acht meter, want zo diep moet je boren om er zeker van te zijn dat de boor op de natuurlijke kweldergrond stuit.

Op zijn weg naar beneden komt de boor een indrukwekkend pakket klei, zand en mestlagen tegen. In de loop der eeuwen is de wierde steeds hoger geworden. Soms bewust om droge voeten te houden of omdat het gewoon handiger is een nieuw huis over een oud huis heen te bouwen. Soms onbewust omdat in de loop der eeuwen het vuil zich nu eenmaal ophoopt op plaatsen waar mensen wonen.

Ruim een eeuw geleden is een groot deel van deze wierde afgegraven en verkocht om de bodemvruchtbaarheid van de arme veenkoloniale zandgronden te verbeteren. Dat vinden we nu vreemd. Zo’n wierde is een beschermd monument en we zouden het niet in onze hoofd halen om het verhaal van vijfentwintighonderd jaar bewoningsgeschiedenis als potgrond te verkopen.

Winderosie in de buurt van Bellingwedde, voorjaar 2019. De omstandigheden waren de afgelopen weken vergelijkbaar.

Ondertussen is grond in de veenkoloniën nog steeds schraal. De droogte en harde wind van de laatste tijd maken van het gebied een dustbowl. Winderosie blaast de vruchtbare teelaarde weg. We zijn een eeuw verder en hebben nog niets geleerd. Met elke ploeggang, met elke kilo kunstmest en met elke liter drijfmest verdwijnt weer meer organisch materiaal uit die schrale akkers. Een stofstorm is land dat wegvlucht van hen die het misbruiken. Woestijnvorming in een land met 750 milimeter regen per jaar. Het schaamrood zou ons op de kaken moeten staan.

Dan die wierde. Een mesthoop op de oude zeebodem. Een plaats waar de bodem is meegegroeid met de mens. Eén keer natte voeten en je weet dat de wierde nog een stukje hoger moet.  Tot de wetenschap kwam in de vorm van monniken, kloosters en dijken en de wierde zijn waterkerende functie verloor. Achter de dijken wanen we ons veilig, terwijl de bodem inklinkt door de gaswinning en de zeespiegel milimeter voor milimeter stijgt.

Tussen het puin van het dorpshuis vond ik een kloostermop, met daarin een handafdruk uit het verleden. Een groet aan ons uit een tijd die anders was. Een groet van een spelende mens, die alvast aan ons dacht. Ik denk graag aan hem of haar terug. Uit beleefdheid, maar ook uit nieuwsgierigheid en omdat ik denk dat we iets van elkaar kunnen leren.

 

 

 

 

 

 

Falafel

Festival feel good falafel

Dit is niet het moment voor een goed humeur. We leven nu een maand in een staat van beleg, omringd door een onzichtbare vijand. Ik ben het moe mijn medemens eerst en vooral als infectiebron te zien.

Ook de kinderen hebben steeds vaker een quarantaine humeur. Als tegengif tegen het chagrijn vandaag een feel good festival food klassieker: het broodje falafel. Het broodje falafel is voor ons een traditie tijdens Noorderzon; het nazomer festival in Grun.

Recept falafel

Falafel maak je met gedroogde kikkererwten. Ik heb één keer de fout gemaakt om stiekem toch kikkererwten uit blik te gebruiken. Smaakt, pureert en plakt prima, maar zodra je zo’n bal in de hete olie mikt valt de hele zooi uiteen.

Gedroogde kikkererwten dus. Neem een paar koppen gedroogde kikkererwten en laat die minimaal 24 uur in koud water wellen. Daarna afspoelen en pureren in een keukenmachine. Daarbij gingen twee ingemaakte groene pepers, een flinke scheut olijfolie en een paar eetlepels van onze huis-tuin-en-keuken kruidenmengsel, waar in ieder geval veel komijn en gemalen koriander in zit. Normaal gaat er ook een aantal tenen knoflook en ui door de falafel. Onze laatste knoflook was net op,  maar gelukkig kwam ik in een hoek van de tuin nog een vergeten knoflookbol van vorig jaar tegen, die opnieuw was uitgelopen. Dat geeft een soort lenteui achtige sprieten, die je prima al subsituut voor de tenen knoflook en ui kan gebruiken. Op smaak brengen met peper en zout.

Maak van het kikkererwten mengsel met je handen of met twee eetlepels balletjes ter grootte van een bescheiden bitterbal en frituur deze tot ze mooi bruin zijn. Frituren doe ik bij voorkeur in zonnebloemolie. Dat kan in een duur apparaat, maar ook gewoon in een stevige pan of wok op het fornuis.

Opdienen op een warm broodje met een stevige sla en wat sauzerij (wat verse munt, yoghurt, citroen, olijfolie, peper en zout). Een sla van bijvoorbeeld bladkool werkt prima.  De Russian Red Kale heeft de winter prima doorstaan en levert al weken mals jong blad.

In de kelder trof ik nog een pompoen aan, die in de gegrilde variant als side dish dienst deed. Buiten opdienen met veel flauwe grappen of een vrolijk muziekje en je zou er bijna vrolijk van worden.

 

 

Zalf

perenbloesem

De lente werkt als zalf op de ziel in deze vreemde tijden. Nieuw leven, in de knoppen, in de bloesem, in scheuten die ontspringen aan de bladkool die moeiteloos deze laffe winter is doorgekomen. Na een langdurige staking zijn de kippen weer aan de leg. Het bijenvolk van mijn vrouw heeft een nieuwe standplaats gevonden. Van een tuin bij vrienden in het dorp naar een plek achter een oude kwekerij net buiten het dorp. Volgens Yvet hebben ze het naar hun zin op hun nieuwe plek. Met het mooie lenteweer wordt er flink gevlogen. Met klompjes tegelijk brengen ze het stuifmeel binnen. De kersen en de peer zijn aan de bloei begonnen. De appels maken nog geen aanstalten.

April is een drukke maand in de tuin. De tomatenplanten moeten verspeend, verpot en wachten op een nieuw huis. Er moet veel de grond in, waaronder de ruim 200 pootaardappels die ons dit jaar hopelijk voor het eerst jaar rond van onze eigen aardappelen gaan voorzien. Woekerende wilde bramen moeten de grond uit. De composthoop moet gekeerd, de kas klaargemaakt voor een nieuw seizoen, bonen voorgetrokken en staken opgezet.

Recept calendula zalf

Tuinieren doe ik doorgaans met blote handen. Grondcontact maakt gelukkig. Daar passen geen handschoenen bij. Deze intensieve omgang met de tuin laat zijn sporen na op mijn handen; spinters, kloven, rouwranden en een ruwe huid.

Tegen ruwe of uitgedroogde handen, kloven en schaafplekken heb ik één remedie: waszalf. De basis van deze zalf is olijfolie en bijenwas. De verhouding is ongeveer één deel bijwas op zes delen olie. De was komt van omgesmolten raten van ons bijenvolk. Voor de olie gebuik ik een huis-tuin-en-keuken olijfolie. Verwarm de olie au-bain-marie, laat de was er in smelten en giet de zalf in een potje. De zalf stolt vanzelf tot een substantie met de consistentie van … zalf. Vind je de zalf te hard, gebruik dan minder was en vice versa.

Van de huis-tuin-en-keuken olijfolie kan je calendula-olie maken door er zes weken lang een flinke lading goudsbloemblaadjes in te laten macareren. Olie en bloemblaadjes in een grote pot in de vensterbank lekker in de zon laten trekken. Daarna de olie zeven. Op deze manier krijg je eenvoudig een calendula-olie. Gebruik je deze olie voor de zalf dan heb je een goudeerlijke calendula zalf.

Zowel goudsbloem als bijenwas staan bekend om hun helende en ontstekingsremmende eigenschappen. Huid en olijfolie is zo oud als Rome. Gecombineerd geeft het een superieure zalf. Dit spul werkt.

 

Kinderspel

Een motor loopt op benzine. Kinderen lopen op aandacht. Drie weken thuisonderwijs veranderen daar niets aan. ’s Morgens doen we de schoolopdrachten en klinkt de stem van juf via de ipad op zolder. ’s Middags gaan ze hun gang of verzinnen we projecten. De jongste gaat het liefst haar eigen gang. In haar projecten spelen lijm, glitters en viltstiften de hoofdrol. Ik heb niet zoveel met glitters. Op andere vlakken kunnen we elkaar beter vinden. Toneel bijvoorbeeld. Af en toe een half uurtje toneeloefeningen tussen de bedrijven door werkt als een dolle. Een dier uitbeelden en dat je broertje dan moet raden welk dier het is. Of  met je ogen dicht aandachtig luisteren. Eerst naar de geluiden buiten het huis. Dan naar het geluid in de kamer. Dan naar het geluid dicht bij je zelf en ten slotte naar de geluiden die je in je eigen lichaam hoort.

De oudste is een ander verhaal. Die is van de vogels, de beestjes en de onverstoorde concentratie. In het vogelhuisje dat we drie weken geleden maakten zit inmiddels een koolmees. Gister zijn we twee uur bezig geweest in zijn nieuwe tuintje. Radijsjes zaaien, plantuitjes planten, een klimrek opzetten voor de peultjes en ten slotte een paar flinke handen bloemenzaad er in. Want groente in je tuin is leuk, maar er moeten ook bloemen zijn. Na twee uur was het mooi geweest. Toen moest er gespeeld worden met soldaatjes en playmobil.

Zondag hebben we een eind gefietst. We kwamen langs het Zwartje Laantje en de spoorbrug, waar we zomers lang speelde, vuurtjes fikten en ik met mijn vriendjes de bevrijding nog eens dunnetjes over deed. Op de picknickplek halverwege de fietstocht lag een boom over het water. De twaalf jarige werd al snel weer in mij wakker. Zonder kleerscheuren of een nat pak haalde ik via de boom de overkant. De spelende mens; homo ludens, in de jaren dertig van de vorige eeuw uitgevonden door de historicus Johan Huizinga

Na drie weken quarantaine is de spelende mens wakker geworden. De spelende mens moet de zin van zijn bestaan zelf vorm geven nu hij niet langer terug kan vallen op de dagelijkse dosis sociale bevestiging van de normale staat der dingen. Het spel als overlevingsstrategie. Om de moed er in te houden. Om de tijd door te komen. Om even te ontladen.

Kinderen spelen anders dan volwassenen. Aandachtiger. Serieuzer. Vanzelfsprekender. Niet om te overleven, maar omdat het spel het leven is. Met die blik kijken, met die aandacht leven, dat doet de spelende mens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vogels voeren

Opdat zij zich welkom weten

Het blijven vreemde tijden en in vreemde tijden kan je maar beter bezig blijven. De ijzige wind van de afgelopen dagen maakten het nu niet direct uitnodigend  om flink in de tuin te werken. Dan maar iets knutselen met de kinderen. Na het egelhotel van vorige week moest er een nieuw nestkastje voor de mezen komen en daarna een voerbakje voor de vogels, opdat onze gevleugelde vrienden zich in onze tuin welkom zouden weten.

Dat voerbakje werd een bouwsel van een stukje vogelgaas, twee lege conservenblikjes, oud ijzerdraad, een jampotdeksel, een vers gesneden stokje en een halve zak doppinda’s.  Qua gereedschap volstaan een draadtang, een blikopener, een priem en een metaalboortje.

Maak de blikjes schoon en haal met de blikopener de bodem uit een van de blikjes. Knip een stuk gaas af dat ruim om de omtrek van het blikje past en een centimeter of 25 hoog is. Knip het gaas zo af dat je aan de rand een uitstekend stukje draad overhoudt. Buig het gaas in een koker om de blikjes heen. Zet de naad in de gaaskoker vast door de uitstekende draadstukjes door de overlappende mazen te steken en terug te vouwen.

Weef een stukje ijzerdraad door de bovenzijde van de gazen koker en gebruik dit om de gaaskoker aan het blikje zonder bodem vast te maken. Zet het blikje hierbij op zijn kop in de gaaskoker. De bovenrand van een blikje is wat dikker en dan blijft het geheel wat makkelijker vast zitten. Een tie-ripje zou ook kunnen, maar in het kader van minder plastic zou ik voor een stuk oud, liefst roestig, ijzerdraad gaan.

Boor vlak boven de bodem twee gaten voor het stokje in het blikje dat nog een bodem heeft en klem de gaaskoker op dezelfde manier met een stuk ijzerdraad aan dit blikje vast. Ook deze gaat op zijn kop, dus met de bodem naar boven. Steek een vers geschild stokje door de twee gaten. Waag het niet om voor die stokje naar de bouwmarkt te tuffen.

Boor twee kleine gaatjes in het eerste blikje en zoek een jampotdeksel dat precies op het blikje past. Boor hierin ook twee kleine gaatjes. Haal een stuk ijzerdraad door de gaatjes in het bovenste blik en het deksel. Vul de koker met doppinda’s, zoals men die vroeger bij de Spar in Loppersum kon vinden.

En klaar is uw vogelvoerbakje.

Tip: laat de etiketten op de blikjes zitten. Dan weten uw buren wat u zoals aan conserven in huis heeft gehamsterd en hebben de vogels wat minder last van de weerkaatsing van de zon op het blik. Na verloop van tijd zullen de etiketten vanzelf vergaan en zal het blik gaan roesten. Maak dan niet meteen een nieuwe. Het duurt jaren voordat de blikjes volledig zijn weggeroest. 

 

 

 

 

Thee

Er groeit altijd wel een kop thee in de tuin, denk ik, terwijl op zolder de kinderen zitten te werken aan hun thuisschool opdrachten, mijn vrouw in de woonkamer zit te videoconferencen met collega’s en ik op de slaapkamer mijn wekelijks blog tik. Dit is de nieuwe normaal in een land dat sociaal op slot is gegaan.

Grondbeestjes en een egelhotel

De stemming thuis is prima. Naast taal, rekenen en spellen verzinnen we wat extra opdrachtjes in en om het huis. Zo hebben we vorige week de inhoud van twee scheppen tuinaarde op de aanwezigheid van beestjes onderzocht. Vierenveertig wormen, een half dozijn duizendpoten, een paar miljoenpoten, springbeestjes en arthopoden en nog zo wat meer was de score.

Gister met Daniël een egelhotel gebouwd van een oude bouwemmer, een paar bakstenen, een hoop oude bladeren en wat stro. Ondertussen ook een defect broodmes van een nieuw heft voorzien.

Tussen de bedrijven door is er thee. Bij hoestjes en kuchjes in het huis gaat daar een flinke lepel honing door en vervang ik het theezakje uit de supermarkt door een flinke hand vol verse kruiden. Zo vroeg in het seizoen is de munt nog niet weer boven de grond. De salie is de zachte winter goed doorgekomen, dus die gaat er in ruime hoeveelheden in. Rozemarijn en tijm werkt ook goed in de thee. De brandnetels komen net weer op. Een paar jonge toppen zijn genoeg voor een flinke pot. Een beetje gemberkan ook, maar dan moet ik die toevallig nog in huis hebben. In de supermarkt schijnt het niet meer te krijgen te zijn.

Hamsteren

Op advies van de overheid wordt er namelijk flink gehamsterd. Zo lees ik op crisis.nl dat het een goed idee is om een noodvoorraad houdbaar voedsel, toiletpapier en desinfecterende handgel aan te leggen. Ook de politie doet op haar website onder de kop rampen vrolijk de oproep om een noodvoorraad aan te leggen voor het geval er een griep- of andere epidemie heerst. De mensen doen in deze crisis precies wat de overheid ze in al die jaren zonder acute crisis met spotjes, folders en website’s heeft gevraagd. Alleen doen ze dat niet als er geen crisis is, maar als pas als de pleuris is uitgebroken. En dan is het veel te laat natuurlijk. Ondertussen krijgt de burger de schuld.

Hamsteren doe je in goede tijden, zodat je in slechte tijden een voorraad hebt. Dat weet elke aardappel. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat dat de essentie van een aardappels is: in de zomer gehamsterde zonnestralen om te bewaren voor het voorjaar.

Vrijmarkt

Het is crisis. In de vensterbank staan de tomatenplantjes voor de verkoop op vrijmarkt op Koningsdag lekker met hun koppies in de zon. Geen vrijmarkt dit jaar. Dan maar proberen ze langs deze weg kwijt te raken.

Door de crisismaatregelen gaat de vrijmarkt in Loppersum op Koningsdag niet door.  Wilt u de tomaten van Koken met Kropotkin dit jaar toch niet missen? Stuur dan een mailtje met je bestelling naar info(at)kokenmetkropotkin.nl en we regelen een corona-proof deal. Zolang de voorraad strekt uiteraard.

Dit jaar in de aanbieding:

  • vleestomaten Purple Calabash, Black Seaman en Coeur de Boeuf, Tiny Tim
  • kerstomaat: Brown Egg Cherry, Tiny Tim
  • saladetomaat: Black Ethiopian, Quadro

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De impact van het hoogst onwaarschijnlijke

De nieuwe school van onze kinderen

De wereld staat op zijn kop. Welkom in extremistan. Een kleine tien jaar geleden maakte ik kennis met het werk van Nassim Taleb. Deze tegendraadse denker schrijft over de impact van het hoogst onwaarschijnlijke (The Black Swan ) en over dingen die sterker worden van wanorde (Antifragile: Things That Gain From Disorder).

Het werk van Taleb is te veel omvattend om er in een simpele blogpost recht aan te kunnen doen. Ga deze boeken lezen. Een beter advies kan ik niemand geven. Onze wereld is fragiel. De kennis van onze experts is fragiel. Onze kennis over de impact van hoogst onwaarschijnlijke gebeurtenissen is te beperkt. Ons geheugen laat ons te snel in de steek.

De wereld kan er van vandaag op morgen anders uitzien. Dat werd mij duidelijk op 9 november 1989. De muur viel en de wereld was niet langer hetzelfde. Ik was net veertien. Deze gebeurtenis heeft mij een diep wantrouwen tegen de onveranderlijkheid van het heden, de status quo, bij gebracht. Panta rhei. Alles stroomt. Niets is onveranderlijk.

Wat leren lege schappen in de supermarkt ons over de fragiliteit van ons voedselsysteem? Wat leert het sluiten van restaurants en kroegen ons over het vermogen ons zelf te vermaken? Wat leert het sluiten van scholen ons over ons vermogen om onze kinderen iets zinvols bij te brengen?

In de economie tellen we slechts als consumenten. Die economie staat nu stil. Dat geeft tijd en ruimte om onszelf opnieuw uit te vinden. Als maker. Als producent. De overdaad van ons economisch systeem heeft ons opgezadeld met een schreeuwend gebrek aan materiële schaarste. Als alles altijd voor handen is, hoef je nooit een beroep te doen op je creatieve vermogen om improviserender wijs een gat te vullen met iets dat niet voor handen is. Schaarste maakt creatief. 

In de post Viva Extremistan! heb ik eerder het werk van Taleb ter sprake gebracht. Extreme gebeurtenissen bevatten vitale informatie. Observeer. Leer van de komende weken. Ga koken. Bak eens een brood. Pluk een onkruidsalade bij elkaar. Leg een moestuin aan. Start een composthoop. Schrijf een lied of een gedicht. Brei een muts. Lees Taleb.

 

 

Consumer experience

Stukje plezier voor de konijnen

Op het hoogtepunt van de menselijke beschaving kwam er iemand op het idee om een tak in stukjes te knippen, te verpakken in een plastic doosje en dit voor €4,50 te koop aan te bieden als speelgoed voor konijnen, cavia’s en andere knaagdieren. Ik zag het product hangen in een grote bouwmarkt en wist niet zo goed of ik in huilen uit moest barsten of dubbel moest liggen van het lachen. Wat zegt dit doosje over de moderne mens, zijn relatie met de natuur, dieren en de economie?

Hoe ontstaat zoiets? Was er iemand in een lollige bui op de afdeling productontwikkeling van een huisdierbenodigdheden gigant, kwam er een behoefte aan voorverpakte takjes naar voren in een consumer focusgroup of via de klantenservice? Was er een meisje dat een brief schreef met de aanhef “lieve dierenwinkel, heeft u ook speelgoed te koop voor Knabbel, mijn konijn?” en hebben ze toen maar wat verzonnen om dat meisje niet te leur te stellen?

Waar maken ze zoiets en komt er ook kinderarbeid aan te pas? Wat doet het met de menselijke geest als je de hele dag stokjes in een plastic doosje stopt voor de huisdieren van rijke mensen? Wat gaat er om in het hoofd van de Brusselse ambtenaar, die de vraag naar Europese kwaliteitsstandaarden op het gebied van voorverpakte stokjes ter vermaak van knagende huisdieren in zijn portefeuille heeft? Wie vertrouw je zo’n taak toe? Je beste mensen of iemand die je de afdeling uit wil treiteren?

Hoe bepaal je de prijs van zo’n top product? Twee promille productiekosten, tien procent marketing en de rest winst? En wat moet je in hemelsnaam doen als je als productmanager een stukje innovatie op deze consumer experience toe moet passen? Pleeg je dan zelfmoord of laat je de stokjes fluoriserend roze spuiten met een biologisch afbreekbare verf, die tien jaar laten stiekem toch extreem giftig blijkt te zijn?

In grote vertwijfeling verliet ik deze bouwmarkt…