Appeloogst

Groninger Kroon

Aan de rand van de moestuin staan twee appelbomen. Een Reinette van Ekenstein en een Groninger Kroon. Ze staan daar op een verschikkelijk onhandige plek. We hebben ze daar in 2010 geplant toen we ons huis net gekocht hadden.  Ik wist toen nog niet zo goed waar ik in de tuin mee bezig was en beschouw ze als stille getuigen van mijn eigen onwetendheid.

Deze boompjes hebben mij veel geleerd. Over snoeien, over spoorvorming, waterloten, vruchtzetting en nog veel meer. Tussen die twee bomen ligt een ronde zwerfkei en daaronder ligt Pluis, een beruchte zwarte kater, die we in 2015 na een lang en niet zo arbeidszaam leven hebben laten inslapen.

Bomen zijn intelligente wezens. Bomenknuffelaars wisten dat al en nu is de wetenschap daar recent ook achter gekomen. Bomen staan met elkaar in contact via een uitgebreid ondergronds netwerk van schimmeldraden, die op hun beurt weer verbonden zijn met de boomwortels. Zoek eens op mycorrhiza en er gaat een wereld voor je open.

Via dit ondergronds netwerk wordt vanalles geruild, uitgewisseld en besproken. Suikers voor mineralen, water voor de laatste buurtroddels, stikstof voor fosfor, etc, etc. Het VPRO-programma Tegenlicht maakte hier afgelopen zondag een mooie aflevering over.

De twee appelbomen kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Als de een een beurtjaar heeft is de ander productief en omgekeerd. Het lijkt wel afgesproken werk, zo regelmatig is het patroon. Ieder jaar weeg ik de alles wat er uit de tuin komt. Ook de appeloogst.

Dit jaar was de Groninger Kroon aan de beurt en had de Reinette van Ekenstein een beurtjaar. Zeven kilo gaf de weegschaal aan. Dat is niet veel voor een boom die in een eerder productief jaar al boven de 20 kilo gaf.  Zouden ze ruzie met elkaar hebben? Hebben ze besloten dit jaar in staking te gaan uit protest tegen twee extreem droge zomers op rij?

De Reinette van Ekenstein had vanaf het begin van de zomer wat last van meeldauw; een teken van stress. De Groninger Kroon stond de hele zomer lang te blaken van gezondheid. Met de appels die we plukken is niks mis. Er zitten zelfs flink grote tussen. Ik weet het niet. Wie het weet mag het zeggen.

 

 

 

 

Plaatpizza

Een armoedegerecht

Als ik een k-humeur heb, mag ik graag op de website van Appie H kijken om te zien wat de afdeling productinnovatie en marketing nu weer voor onzin bijelkaar heeft verzonnen. Vandaag heb ik weer zo’n bui. Met de pizza waarmee we afgelopen zaterdag de zomer uitluidden in het achterhoofd, ging ik op zoek naar de commerciële evenknie van ’s lands grootste grootgrutter.

Ik stuitte op het plaatpizzapakket paprika courgette dat u, de nietsvermoedende consument, voor het luttele bedrag van € 4,99 kunt aanschaffen. U krijgt dan een blikje tomatenpuree, een zakje pizzabodemmix, een paar tomaten, een courgette, een ui, een paprika, wat bleekselderij, een teentje knoflook en wat verpakkingsrommel. Zelf toevoegen: water, een beetje raspte kaas en een paar eetlepels olijfolie.

Met de verse producten uit onze ruim geoutilleerde moestuin maakte ik zaterdag een pizza met paprika en courgette voor ongeveer 50 cent (een half pak bloem  à € 0,22 en een blikje tomatenpuree à € 0,19 zijn de grootste kostenposten, de rest reken ik voor de olijfolie, een paar oude kaaskorsten, een paar olijven en een theelepel gist).

De pizza is bij uitstek een improvisatiegerecht. De ingrediënten voor een bodem (bloem, gist, zout en olie) heb ik standaard in ruime hoeveelheden in huis, net als blikjes tomatenpuree.  Voor de rest beleggen we de pizza met wat er voor handen is, wat op kan of op moet. Voor een pizza haal ik nooit iets in huis, want dan is het geen echte pizza. De essentie  van de pizza is: benut wat toevallig voor handen is. Het is van oorsprong een armoedegerecht en niet een bordje welvaartsziekte.

Wat we nu voorhanden hebben zijn vooral verse tomaten en courgettes. Ook de paprika’s beginnen na de hitte van afgelopen week af te rijpen. In de winter is onze pizza wat kariger qua groenten. Vers heb ik dan uien en prei. Prima pizzabeleg, zeker in combinatie met een vergeten blikje ansjovis of sardientjes. We maken de pizza af met geraspte kaas op basis van de uitgebreide collectie kaaskorsten, die doorgaans onder de kaasstolp in de koelkast bivakkeren.

Het meeste gedoe van een plaatpizza is de bodem. Nu is gedoe betrekkelijk. Deeg is niet ingewikkeld. Het vraag vooral wat handigheid en die handigheid krijg je door het vaker te doen. Bak een jaar lang minimaal elke maand één keer plaatpizza en je draait er je handen niet meer voor om. Voor het deeg gebruiken we 400 gram bloem, ruim 250 ml warm water, een scheut olijfolie, een snufje zout en een dikke theelepel gist.

Een hete oven helpt, deze goed voorverwarmen dus. In verband met het broodbakken ligt er onder in onze oven een vloertje van marmeren tegeltjes. De bakplaat met pizza gaat hier bovenop. De tegeltjes helpen de hitte vast te houden. Onder de noemer pizzasteen of broodbaksteen zijn er speciale stenen voor te koop. Deze gaan vaak voor vorstelijke bedragen over de toonbank. Mijn tegeltjes zwierven ergens in de schuur rond en waren voor nop.

Zo, ik ben weer vrolijk.

 

 

 

 

Panne

Grilpan met eiken steel
Mijn favoriete grilpan; nu met houten steel

Afgelopen zaterdag donderde mijn favoriete grilpan van het aanrecht op de vloer. Ons aanrecht kan nogal chaotisch worden als ik kook en dan zit een ongeluk in een klein hoekje. Door de val brak de steel van de pan. Balen, want met deze pan heb ik geweldige avonturen beleefd. Een paar zijn hier voorbij gekomen, zoals die keer dat we haan in whisky gingen flamberen.

Bij nadere inspectie bleek de schade mee te vallen. Een gebroken steel is te vervangen. De originele kunststof steel zat met één boutje aan de gietijzeren pan geschroefd. Demonteren bleek een kwestie van seconden. Een nieuwe steel was zo gevonden. We gingen voor een stuk Amerikaans eiken, uit een tak die nog ergens in de tuin rond zwierf. Op maat zagen, bast eraf, beetje schaven, beetje schuren, niets ingewikkelds, half uurtje werk.

Vervolgens kwam de moeder aller problemen om de hoek kijken: hoe maak ik het vast? Het gietijzer van de pan bood een aanwijzing. Hierop zat een soort van bus, waaraan het oorspronkelijke handvat met een bout zat vastgeschroefd. In deze bus, M4 of M6 uit mijn hoofd, kon ik een nieuwe, langere bout draaien, waar ik de kop van af had gezaagd. Daarmee kreeg de bus een pen van een centimeter of 5, die ik klemvast in het nieuwe handvat kon tikken. De bout vond ik na enig zoeken in een van mijn vele blikjes met oude schroeven, spijkers, moertjes, sleutels, dingetjes en rotzooitjes, die ik in de schuur bewaar, omdat ze altijd nog van pas kunnen komen, want je weet maar nooit.

Het meest tricky deel was nog de steel in de nieuwe pen tikken. Het moet klemvast, dus dat vraagt enige kracht. Gietijzer is bros, dus dat vraagt enige terughoudendheid. Uiteindelijk schoof de zaak mooi in elkaar en zat de nieuwe steel muurvast aan de pan. Een lik olie over het houtwerk deed de rest.

De nieuwe steel is wat langer dan het origineel, ligt lekker in de hand en grilt weer als een wilde. Ik vind het een mooier ding geworden. Zo’n plastic handvat blijft toch een stuk plastic, hoe je het ook vorm geeft of bekijkt en plastic is geen eik.

Het leuke is, de truck met de nieuwe steel laat zich ook toepassen op kapotte kaasschaven, stamppotstampers, broodmessen en wat dies meer zij. In onze keuken is het inmiddels item nr. 3 met een nieuwe steel. Hoe meer je klooit, hoe handiger je wordt in dit soort huis-tuin-en-keuken reparaties. Ben je zelf nou niet zo handig (of gewoon te lui) en wil je toch je kapotte pan repareren in plaats van hem weg te mikken, kijk dan eens of je een buurman, buurvrouw of repair café kan vinden om de klus voor je te klaren.

 

 

 

Groenbemesters

Opschietende groenbemesters in een leeg groentebed

De eerste plekken raken weer leeg in de moestuin. Een groot deel van de aardappels is gerooid. Ik houd niet van lege plekken. Ik bedek ze doorgaans zo snel mogelijk onder een laag mulch. De natuur is immers een kuis wezen. Naakte grond dekt de natuur toe met plantjes die dol zijn vers gespitte aarde. Deze plantjes noemen we onkruid.

Dit jaar probeer ik eens wat anders. Groenbemesters. Dat zijn planten, die niet voor hun blad, zaden, knollen of vruchten gezaaid worden, maar om de bodem te beschermen, de bodemstructuur te verbeteren en de bodemvruchtbaarheid te vergroten. Ook worden ze gebruikt om te voorkomen dat voedingsstoffen in de bodem uitspoelen. Vanggewas noem je ze dan. De plant legt mineralen vast in zijn blad, stengels en wortels. Als het vastzit in een plant, kan het niet wegspoelen met het regenwater, zo is de gedachte. Zodra de plant vergaat in de winter of het volgend voorjaar komen de vastgelegde mineralen weer beschikbaar voor een nieuw teelseizoen.

Veel groenbemester horen bij de familie van de vlinderbloemigen. Deze plantenfamilie heeft de bijzondere eigenschap dat ze stikstof uit de lucht kan vastleggen in de bodem en stikstof, daar houden planten van. Erwten, bonen, klaver, lupine: allemaal vlinderbloemigen en dus geschikt om stikstof in de bodem vast te leggen.

Planten met een stevige, diepe wortel, zoals lupine, kunnen helpen de bodem los te maken en de structuur te verbeteren. Ook zijn er groenbemesters waar bijen dol op zijn. Phacelia is zo’n plant. Als je tegenwoordig in de nazomer grote akkers met paarse bloemetjes ziet is de kans groot dat het een groenbemester is zoals phacelia, lupine of klaver of een combinatie van deze.

Ik ga voor een mix van lupine, phacelia en mosterd. Het is al best laat in het seizoen voor een aantal van deze planten, maar met een beetjes mazzel en een zachte herfst zien we misschien zelfs nog wat bloei als de moestuin steeds leger raakt.

Veel groenbemesters gaan dood na de eerste vorst. De dode planten vormen dan een laagje organisch materiaal, dat je kan vergelijken met een mulchlaag. Lekker laten liggen in het voorjaar. Niet onderspitten.  Hooguit bij elkaar harken en op de composthoop mikken. Hoe minder je de grond spit, beter hij wordt, maar daarover later meer.

Wordt vervolgd…

 

 

 

 

 

 

Hagenpreek

Ons haag en huis

Om een groot deel van onze tuin staat een beukenhaag. Deze haag is zo’n beetje de ecologische hoofdstructuur van onze tuin en biedt een schuilplaats voor vlinders, vogels, hommels en bijen. Onze tuinegel gebruikt de haag als een snelweg om ongestoord van de ene kant van de tuin naar de andere te komen. De grond onder onze haag is zeer humusrijk en heeft een fantastische kruimelige structuur, waardoor het regenwater van een deel van ons dak er makkelijk in de grond verdwijnt. Eén en soms twee keer per jaar snoei ik de heg. Het snoeiafval leg ik vermalen als mulch tussen de groentebedden in de moestuin en helpt daar om het bodemleven te voeden, bepertkt de druk van onkruid en helpt de verdamping tegen te gaan. Hierdoor hebben mijn aardappels en bietjes zelfs in deze gortdroge zomer weinig dorst en hoef ik geen leidingwater te gebruiken om de tuin te sproeien. De haag houdt in het najaar de ergste wind uit de tuin en in de winter voer ik de jonge scheuten aan de konijnen, die dan naast hooi ook wel wat beukenbast en knoppen lusten.

Tuinen in Nederland verstenen. Groen eruit, terrastegels, beton en prefabschuttingen er in en elk ongewenst sprietje groen (help, onkruid!) met een sloot onkruidverdelger de nek om draaien. De gemiddelde aardappelboer gaat inmiddels bewuster met zijn gifspuit om dan de gemiddelde vinexwijkbewoner. De problemen van al dat beton zijn bekend. Al dat steen houdt de hitte van de zon overdag vast en straalt het ’s nachts weer uit. De hitte kan niet meer weg en er is geen groen dat als natuurlijke airco kan fungeren. Het water van de steeds vaker voorkomende stortbuien kan in die versteende tuinen niet meer de grond in zakken, waardoor de kans op wateroverlast toe neemt. Veel gemeenten en groene clubjes zoals operatie steenbreek roepen de burger daarom op de stenen uit hun tuin te halen en deze te vervangen door groen. De deal een plant voor een stoeptegel van de gemeente Groningen werd deze zomer een doorslaand succes.

Ook de groene gemeente Loppersum, landelijk bekend van fenomenen als aardbevingen door de winning van fossiele brandstoffen, uitbuiting van burgers door multinationals en overheidsfalen van on-Nederlandse proporties, ondersteunt dit soort initiatieven doorgaans van harte. Dat is maar goed ook, want ook deze plattelandsgemeente loopt bij de eerste de best wolkbreuk onder water, zo bleek een jaar of drie geleden.

Gister kreeg ik bezoek van de gemeente Loppersum. Ik stond al klaar om de aanmoedigingsprijs “meest groene gezin van de gemeente” met een bescheiden “Dank u wel, dit is te veel eer, we proberen gewoon ons best te doen voor de buurt, de beestjes en het milieu…” in ontvangst te nemen. De vertegenwoordiger van de gemeente had zich voor de gelegenheid in het uniform van een handhavingsambtenaar gestoken en begon zijn verhaal met een preek over mijn heg. Deze moest ik snoeien, want er had iemand geklaagd. Wie dat was, dat bleef geheim, want zo doen we dat in Nederland, waar de overheid haar burgers actief stimuleert om anoniem aangifte te doen van misdaden, misstanden en overhangende heggetakjes.

Ik stond even paf en dat wil wat zeggen voor iemand met mijn vocabulair. Het college van burgemeester en wethouders heeft inmiddels een pittige brief van mij ontvangen en ook u, mijn trouwe lezers, wil ik deze hagenpreek niet onthouden. Want laten we wel wezen, een folder met groene tips van de gemeente is al snel gedrukt, maar het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat burgers hun leven en leefomgeving ook daadwerkelijk op een groene manier gaan inrichten en gebruiken.

 

 

 

 

 

Forel

Vakantie en forellen horen bij elkaar, zeker als je de vakantie voornamelijk gebruikt om rond te hangen in de Belgische Ardennen of het Thüringerwald.  Dit jaar werd het de Ardennen, een kleine twee week op een gezellige camping aan de oever van een kabbelend beekje. Zo’n beekje met keien om een dammetje van te bouwen, een touw aan een overhangende boom om in te donderjagen en natuurlijk een ruime dosis kletterend water.

Zo’n beekje trekt allerlei wonderlijke levensvormen aan. Kleine visjes, die de kruimels brood van de vishaak van mijn zoon beten, rivierkreeftjes, een familie ringslangen en een bever, die ik midden in de nacht tijdens een trip richting pleegebouw in  het schijnsel van mijn zaklamp ving.

In zo’n beekje zwemt forel en hoewel ik best een buitenmens ben, is vissen nooit mijn hobby geweest. De pogingen die ik met mijn zoon Daniël deed om iets uit het water te hengelen bleven dan ook zonder succes, zodat we onze forellen voor de barbecue uiteindelijk in het mooie riviertje de Carrefour vingen; ergens halverwege de versafdeling en de vitrine met Ardenner hammen en worstjes.

Een andere campinggast had meer geluk en hengelde schijnbaar zonder veel moeite een pracht exemplaar uit de beek en gaf deze cadeau aan onze buurman, die het beest uiteindelijk met een tik van zijn bijl naar de eeuwige visgronden stuurde en schoonmaakte. De barbeque was nog warm en we lieten het ons goed smaken.

Recept hele forel van de barbecue

Neem een stuk aluminiumfolie waar de vis in zijn geheel in past en vet deze in met olijfolie. Maak de forel schoon en spoel hem goed af. Druk een half schijfje limoen of citroen en een takje verse rozemarijn in de buik en geef het geheel een flinke snuf peper. Vouw de folie dicht en laat de vis aan beide kanten rustig op de barbecue gaar worden. Serveren met een snufje zout, een schijf citroen en een blond abdijbiertje.

Wangetje

Vergeet niet het wangetje van de forel te proeven. Dit is het meest delicate stukje van de vis. Het ziet er uit als een plat knoflookteentje en zit tussen het oog en de kieuwen van de vis. Deze tip kreeg ik eind jaren negentig in een groezelig restaurant in Boedapast van een docent sociologie tijdens onze studiereis. De man is inmiddels overleden en zijn lessen ben ik vergeten, maar sindsdien gaat er geen forel meer voorbij zonder het wangetje mee te nemen.

 

 

 

 

Voedsel van morgen

Bordje bodemvruchtbaarheid van organische oorsprong, lekker en voedzaam

Wat ligt er in 2050 op je bord? Waar komt dit voedsel vandaan? En hoe wordt het gemaakt? Over deze drie vragen gaat het in de tentoonstelling Voedsel van morgen, die van 10 juli tot en met 6 oktober 2019 in wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam te zien is.

Voor mij is het antwoord op deze vragen vrij simpel. In 2050 eet ik gebakken aardappels met tijm, ui en knoflook, een salade van tomaat en komkommer met een ommelet van shiitakes en scharrelkippenei. Al dit voedsel komt uit mijn achtertuin. Hoe dit voedsel gemaakt wordt kan iedereen lezen op dit blog. Wie echt heel nieuwsgierig is mag langskomen om het zelf te zien. De entree is gratis.

Omdat ik de antwoorden al weet, hoef ik niet naar de tentoonstelling in NEMO in Amsterdam. Dat is jammer, want NEMO is over het algemeen een leuk museum om met je kinderen in rond te dwalen. Bij de uitnodigende tekst van deze tentoonstelling vraag ik me af of dit wel zo geschikt is voor kinderen. Ik geef toe, op de kermis is er ook een spookhuis en dat is best lachen, maar om mijn kinderen nu de stuipen op het lijf te jagen met een toekomst die bestaat uit plofinsekten, hamburgers uit kweekvlees en voedselpoeder op basis van je DNA-profiel…

Ik vind plofkippen moreel verwerpelijk, dus ik zou niet weten waarom we als mensheid hetzelfde geintje met insekten zouden moeten uithalen. De ontwikkeling van kweekvlees lijkt met het ideale pad om nog meer macht over ons voedselsysteem in de handen van een kleine groep multinationals te leggen. U weet wel, die vriendelijke firma’s die met hun dodelijke cocktail van gif, GMO en monocultuur aan de wieg staan van het instorten van complete ecosystemen en de massale uitroeiing van insekten, oftewel het ecologisch armageddon. Bovendien is mijn DNA-profiel privee. Dat ga ik niet delen met het agrochemofarma-industrieel complex.

Het klinkt misschien nog ver weg, maar met een groeiende wereldbevolking moeten we goed nadenken hoe we in de toekomst ons voedsel verbouwen… lees ik verderop in de tekst over de tentoonstelling. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. Het is belangrijk dat we goed nadenken over hoe we ons voedsel verbouwen. Dat is precies de reden dat ik hier elke week met veel plezier een stukje tik om te laten zien hoe je haan uit de achtertuin kan eten in plaats van hamburgers uit de fast food-industrie.

Er is een groep mensen, die denken dat we de wereld gaan voeden door ons voedsel te vertechnologiseren. Deze stroming noemen we ook wel de ecomodernisten. Ecomodernisten geloven dat technologie de oplossing is voor de ecologische vraagstukken van de mensheid. Ze verzinnen dan een zeecontainer volgestouwd met led-lampen, computers, sensoren en zonnecellen om een paar blaadjes sla mee te produceren. Ik denk dan: zoek een paar onderbenutte vierkante meters aarde, composteer een berg herfstbladeren en plant die sla met zijn voetjes in de grond en zijn kroppie in het zonnetje.

De mensheid kan zichzelf met gemak voeden in 2050. Niet door technologisch fata morgana’s na te jagen of door massaal over te stappen op een veganistisch dieet. Om de mensheid te voeden heb je een vruchtbare bodem nodig. De kern van ieder voedselvraagstuk is: hoe kan je oogsten zonder de vruchtbaarheid van de bodem uit te putten?  Zoals de uitvinder van het moderne composteringsproces Sir Albert Howard in zijn klassieker An Agricultural Testament al aantoonde komt het antwoord op die vraag uit het achtereind van een koe. Zonder dieren gaan we het niet redden en vooral niet zonder de stront, die aan de basis ligt van elke bodemvruchtbaarheid.

Wordt vervolgd…

 

 

 

Courgette

Dorstige courgette

Courgettes, ik ben er nooit fan van geweest. Ze doen het leuk in de moestuin. Makkelijke plant, prima opbrengst. Maar de smaak… het is vlak, groenterig, onuitgesproken. Niet iets wat mij in de keuken tot grootse dingen brengt. Ik moffel ze altijd een beetje weg; licht gebakken tussen de aardappels, in blokjes door de spaghettisaus; in de wok door de nasi. Zelden in de hoofdrol en nooit echt briljant. In dunne plakken uit de grilpan vind ik ze jong geplukt nog wel een aardige bijgerecht. Die doorgeschoten courgettes zijn het ergste. Vergeet je er een te plukken en een paar dagen later hangt er een knoepert van één of twee kilo aan de plant.

Gister had ik er zo een. Te groot om weg te moffelen. Het werd uiteindelijk een courgettepuree met kaas uit de oven.

Courgettepuree au gratin

Recept courgettepuree au gratin

Ingrediënten

  • een courgette van ongeveer 1 kg
  • een paar uien
  • twee teentjes knoflook
  • scheutje olijfolie
  • een theelepel specerijenmengsel
  • hand vol verse munt
  • scheutje witte wijn (ik gebruikte een restje zoete Canei-rommel die om onverklaarbare redenen in onze koelkast was beland)
  • twee beschuiten
  • flink wat geraspte oude kaas
  • geraspte schil van één citroen
  • peper en zout

Bereiding

De uien en knoflook snijden en fruiten. De courgette in blokjes en met de ui, knoflook en wijn gaar koken. Specerijen erbij en het geheel laten pruttelen tot het grootste deel van het vocht verdampt is en daarna pureren. De beschuiten er door kruimelen,  de munt hakken en citroenschil raspen en met driekwart van de kaas door de puree mengen. Op smaak brengen met peper en zout. Verdeel de puree in ovenvaste schaaltjes en strooi de rest van de kaas hier over. Zet de schaaltjes puree ongeveer 20 minuten op 180°C onder de gril, zodat ze een knapperig kaaskorstje krijgen.

Serveren met een simpele witte wijn, komkommersalade uit eigen kas en gebakken minikriel met verse tuinboontjes en ui uit de tuin (de tuinboontjes 5 minuten blancheren en daarna meebakken).

Winterkost

Zaailingen van de Russian Red Kale

De zomer is begonnen, dus is het de hoogste tijd om ons met de winterkost bezig te houden. Begin juli zitten we op het randje van het oogst- en inmaakseizoen. De eerste komkommers en courgettes zijn klaar. We eten al een maand vroege aardappelen en de knoflook is uit de grond. Dat betekent dat er her en der wat lege plekken in de moestuin ontstaan. Die plekken vullen we met winterkost: andijvie en boerenkool. Deze heb ik net voor de langste dag gezaaid. In deze periode van het jaar knallen planten de grond uit. Het is warm; het is lang licht; dit is het moment om te groeien. De andijvie kunnen we in de herfst eten. De boerenkool houdt het met een beetje mazzel tot diep in het voorjaar vol.

Het is een bijzonder ras boerenkool. Russian Red Kale stond er bij in de zaadgidsGroenten met een vleugje Oostblok in de naam zijn voor mij onweerstaanbaar. Sovietstamp met saucisse klinkt toch net wat stoerder dan boerenkool met worst. Russian Red Kale is eigenlijk geen boerenkool, maar een bladkool. Goed winterhard en prima in de stamppot of in een stevige rauwkostsalade.

Met de seizoenen meeëten uit de moestuin is vooral ook een of twee seizoenen vooruit denken. De komende weken begint het inmaak seizoen. Zo’n twee keer per week sta ik dan boven dampende potten kilo’s augurken en ander spul weg te werken. Tijd om het glaswerk eens na te lopen, te sorteren en beschadigde deksels te vervangen. Dat glaswerk bestaat hergebruikte groentepotten en deksels. Een pot kan een levenlang mee. De schroefdeksels houden het een jaar of drie vol. Daarna gaan ze roesten en sluiten ze niet meer goed af. We gebruiken ook veel weckflessen. Die gaan generaties lang mee en hebben alleen van tijd tot tijd een nieuwe afsluitring nodig. Ik kan geen kringloopwinkel inlopen zonder met één of twee weckflessen weer buiten te komen.

De aardappelen voor komende winter staan in bloei. Zolang er geen ziektes in zitten mogen die nog een tijdje in de grond blijven. Het zijn late aardappels van de rassen Sarpo Myra en Sevilla. Deze rassen zijn goed resistent tegen de gevreesde aardappelziekte phytophthora, die vooral bij de combinatie van warmte en vochtig weer de kop op steekt. Opletten dus, de komende weken.

 

 

 

 

Airco

Bij mijn buurman in de tuin staan dag en nacht tien airco’s aan. Gelukkig lopen ze niet op stroom, maar op regenwater, mineralen en koolstofdioxide. Eigenlijk zijn het er ook geen tien, maar is het één hele grote. Het is een onderhoudsarm model dat erg lang meegaat; drie honderd jaar of langer is geen uitzondering. Aan het eind van zijn leven is het apparaat ook nog eens om te bouwen tot nachtkastje, barkruk of bezemsteel.  Ze zijn bovendien in heel veel merken en modellen beschikbaar. De buren hebben er een van het merk Es.

Bij elke hittegolf komt het verhaal van de boom en de tien airco’s weer te voorschijn. Bomen koelen actief door de verdamping in de bladeren. Bovendien geven ze schaduw en slaan ze de warmte niet op, zoals beton, steen en asfalt dat wel doen. Het verschil tussen een tegelpad en een stukje groen is na zonsondergang al snel 5°C.

Veel mensen vinden bomen in de tuin van de buren lastig. Er zit bijvoorbeeld geen uitknop op een boom en die heb je op een airco wel. Die schaduw heb je de hele zomer, dus ook als er even geen hittegolf is, maar een periode van intens trieste druilerigheid. Bovendien geven bomen rommel. Ze trekken vogels aan, die de boel onderschijten en iedere herfst weer drapperen ze een heel pakket blaadjes in de tuin.  Prima spul om te composteren, om als mulchlaag te gebruiken of om bladaarde van te maken.

Ik moet toegeven: de es in de tuin van de buren is enorm. Onze kas staat schuin onder deze gigant en in een slechte zomer hoor ik de tomaten wel eens klagen over een gebrek aan zon. Als het stormt hoop ik dat er niets groter dan een bezemsteel naar beneden komt zeilen. Tot nu toe is dat altijd goed gegaan. Twee jaar geleden heeft een boomwerker de kruin verzorgd en een anker geplaatst. Als één van de stammen gaat, vangt de ander hem op.  De es kan weer jaren mee. Dat is maar goed ook, want de soort heeft het zwaar. Door een schimmelziekte verdwijnen er steeds meer essen uit het landschap.

Zonde, want de es hoort bij het cultuurlandschap. Er zijn ongeveer 100 planten, mossen en inspectensoorten specifiek afhankelijk van de es lees ik in een publicatie van de WUR. Van oudsher wordt het veerkrachtige hout van de es vooral gebruikt voor stelen van gereedschap en meubels. Ik heb eens een kaasschaaf en een stamppotstamper gerepareert met een stuk essentak. Werkt als een tierelier. Ook als airco zijn ze dus onovertroffen. Laat die hittegolf maar komen…