
Deze week werd in de Kamer de motie Schipsloot aangenomen; een kamerbrede uitspraak over de vastgelopen situatie in Groningen, terwijl de inkt op van het lijvige eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie gaswinning Groningen amper is opgedroogd. Het probleem is niet veranderd: procedures dik als stront en niet uit te leggen verschillen met de buurman aan de andere kant van de sloot.
Ik groeide op aan de Schipsloot. Mijn broertje heeft het huis van mijn ouders overgenomen en is met de straat in opstand gekomen tegen de stagnatie en het zoveelste, niet uit te leggen verschil. Ik woon twee kilometer verderop in een vergelijkbaar schuitje, met een dossier dat traag van conflict naar escalatie naar impasse verschuift. Prima mensen, die bewonersbegeleiders, maar in een gefragmenteerd uitvoeringsapparaat lopen ook zij vast.
Het mag duidelijk zijn: democratie is geen bestuursvorm die conflicten oplost. Zij is een bestuursvorm die conflicten draaglijk maakt door inspraak en verantwoordelijkheid zichtbaar te organiseren. Zolang burgers weten wie beslist, wie aangesproken kan worden en wie morele verantwoordelijkheid draagt, kan democratie leven met diepgaand staatsfalen en werken aan een imperfecte oplossing.

Wanneer bestuurders die verantwoordelijkheid zo verspreiden en versnipperen dat het conflict bestuurlijk hanteerbaar blijft, maar praktisch niet meer op te lossen is, dan verdwijnt niet het conflict zelf, maar wel de mogelijkheid om het democratisch te dragen. Het Groningse gaswinningsdossier laat zien hoe deze verschuiving plaatsvindt. Bestuurders hebben de pijn van Groningen niet onderdrukt en ook niet genegeerd. Zij hebben het gestabiliseerd door instituties toe te voegen, procedures te verfijnen en taken tot in het oneindige op te delen. Daarmee voorkwamen zij verdere escalatie. Tegelijkertijd maakten zij verantwoordelijkheid diffuus. Burgers ervaren daardoor niet zozeer onmacht, maar ongrijpbaarheid: wie is aanspreekbaar op dit monster
van Frankenstein? Dus gaan burgers weer de barricades op en gaat de spiraal verder. Tijdelijke commissie herevaluatie Schipsloot dient zich aan.

Deze bestuurlijke stabilisering veronderstelt dat dit conflict vooral een uitvoeringsprobleem is. Zodra schadeafhandeling, versterking en erkenning worden georganiseerd als afzonderlijke processen, verschuift het conflict van een politieke arena naar een administratieve ruimte. Besluiten volgen elkaar op, maar verliezen hun normatieve samenhang. Het gezag blijft functioneren, maar ontleent zijn werking nog steeds niet aan erkenning, maar aan de bureaucratische systeem logica. Het leger communicatieadviseurs doet hier weinig aan. Bestuurders organiseren zaaltjes, luisteren naar ervaringen en erkennen leed. Maar zolang dit circus niet is verbonden aan zichtbare politieke verantwoordelijkheid, verandert zij niets. Begrip groeit een beetje, totdat de deur van het zaaltje achter je dichtvalt en het adagium ‘plas jas en alles bleef zoals het was’ weer opdoemt. Communicatie dempt, maar herstelt niets uit zichzelf. Zo blijven burgers het bureaucratisch gezag uitdagen. Er wordt immers niets politiek gedragen.
Het inwisselen van de staatssecretaris voor Groningen voor een regeringscommissaris in de nieuwe kabinetsplannen is hier exemplarisch voor. Opnieuw dreigt de publieke verantwoording naar de achtergrond te verdwijnen. Wat gaat deze figuur doen? De uitvoering stroomlijnen? Gelooft u het? Ook de ondoorgrondelijke wijze waarop het sociaal economisch herstelprogramma Nij Begun bestuurlijk is georganiseerd, is een voorbeeld van fragmenteren en dempen in plaats van een helder politiek mandaat organiseren.
Groningen vraagt om een herboren democratie. De belangen moeten helder zijn in een arena waar ze democratisch kunnen worden bevochten en verantwoord. Dat vraagt polariseren, niet bestuurlijk dempen. Groningen heeft een visie op een beter functionerende democratie nodig, niet alleen een visie op een betere uitvoering. Democratie kan leven met tegenstellingen. Zij kan niet leven met onzichtbare verantwoordelijkheid. Herstel vraagt daarom geen einde aan conflicterende belangen, maar een herordening van het gezag, waarin verantwoordelijkheid zichtbaar wordt gedragen en actief wordt uitgedaagd. Dan behoudt het conflict zijn democratische functie: niet als probleem dat verdwijnt, maar als een verhouding die recht doet aan macht, norm en menselijk handelen.
Meer informatie:
