Bramentijd

Wilde bramen in de heg

Bramen zijn overal. Vooral op vergeten plekken. Landjes waar een tijd lang niemand komt. Hoekjes in het park waar de maaiers van de plantsoendienst niet bij kunnen. Een heg in een tuin die mag verrommelen.

Het is nu bramentijd. Ga op pad en pluk. In de winkel zijn ze duurder dan biefstuk en zitten ze in een plastic doosje. Buiten zijn ze, voor wie de moeite wil nemen, zu haben. Graas dan niet als een wolk uitgehongerde sprinkhanen de hele buurt af, maar pluk er een paar handen vol en laat de rest hangen.

Bramen in de tuin

Gecultiveerde bramen tegen het hek

We plukken de meeste bramen in onze tuin. Het begon met wat verwilderde exemplaren in de heg en een paar jaar geleden heb ik een paar gecultiveerde exemplaren geplant. De braam groeit snel en schiet gemakkelijk wortel. De vruchten groeien op tweejarig hout. Dat betekent dat je een jaar of twee na het planten al flink kan plukken. Nieuwe scheuten altijd laten zitten. Die geven volgend jaar de vruchten. De scheuten waar je dit jaar van geplukt hebt in september of oktober afsnoeien. Dat is alles.

De braam is ideaal om mee te beginnen als je net een nieuw tuintje hebt en je wilt meer dan er alleen naar kijken of er in barbecueën. Bij een appel duurt het een paar jaar voor je kan plukken. Een noot duurt eindeloos. Bramen slaan snel aan en geven veel vrucht op een beperkte ruimte. Je kan ze ook prima leiden langs een hek. Gecultiveerde bramen komen vaak zonder stekels. De vruchten zijn groter dan de wilde, maar de smaak is ook wat minder intens.

Bramen zijn familie van de roos. Ze hebben een grappige witte tot roze bloesem. In het voorjaar bloeien ze lang en uitbundig. Het is bovendien een uitstekende drachtplant: bijen en hommels zijn er dol op. Net als kinderen trouwens. Tussen het rennen en ruziemaken door even je mond vol bramen proppen. Heerlijk.

Bramenlikeur

Maar wat te doen met die handen vol geplukte bramen? Simpel. Je zet ze op sterk water: wodka, jenever of iets wat een kennis of de buurman heeft gestookt. Zes tot acht weken laten trekken. Daarna door een zeef halen en eventueel nog ietsje suiker of water er bij. Het resultaat: een likeur, waarin de zomer nog een tijdje nazindert in je glas.

Je kan er natuurlijk ook jam van maken, een taart bakken of ze door de yoghurt doen. Dat kan. Maar gelukkig hoeft dat niet per se.

 

 

 

 

 

Zongedroogde tomaten

Zongedroogde tomaten

Het is droog. De zon schijnt. Tomaten in overvloed. Tijd voor zongedroogde tomaten. Ik heb de afgelopen jaren verschillende pogingen gedaan om zongedroogde tomaatjes te maken. Dan bedoel ik ook echt zongedroogd en niet iets dat uren in de oven heeft liggen bakken. De meeste pogingen zijn mislukt.

Een tomaat bestaat voor  95% uit water. Dit water door de zon laten verdampen zonder dat de tomaten in een schimmelige drab veranderen is in ons klimaat niet zo simpel. Een week lang stabiel, heet zomerweer. Dat is het belangrijkste ingrediënt van zongedroogde tomaten. Tomaten heb je natuur ook nodig en daarnaast een zonnevoedseldroger.

Op internet staan veel filmpjes en bouwtekeningen van zonnevoedseldrogers. De meeste van die dingen hebben de omvang van een bescheiden kippenhok en vragen behoorlijk wat zaag-, timmer- en schroefwerk. Een paar weken geleden heb ik van rondslingerende meuk zo’n apparaat gebouwd. Het werd een gedrocht met het uiterlijk van R2D2 en hij werkte! Een beetje. Het ding was vooral groot en onhandig. Drogen deed hij wel, maar minder goed dan ik had gehoopt.

Dat moest simpeler kunnen. Een zonnevoedseldroger bestaat in principe uit vier onderdelen: een rooster waar het te drogen voedsel op ligt, een stuk metaal dat de warmte van de zon opslaat, een bak die de warme lucht opsluit en een glasplaat die zocht voor de broeikaswerking. Cruciaal voor zonnedrogers is dat de lucht in de voedseldroger kan circuleren. De warme, vochtige lucht moet er uit kunnen en er moet (relatief) koele, droge lucht in kunnen. Omdat warme lucht stijgt krijg je op deze manier vanzelf een natuurlijke luchtstroom: convectie.

Zonnevoedseldroger

Bak, braadslee, rooster, glasplaat: simpele zonnevoedseldroger. Let op de luchtgaten links en rechts

Na enige stoeien kwam ik op het volgende, minimalistisch ontwerp. De benodigdheden:

  • glasplaatje van ongeveer 2 A4-tjes groot,
  • donkere metalen braadslede
  • bak waar de braadslede inpast en die volledig afgedekt wordt door het glasplaatje
  • rooster om de te drogen tomaatjes op te leggen
  • eventueel een paar lijmklemmen om de glasplaat mee op de bak te klemmen.

Maak aan de boven en onderkant van de bak een aantal gaten om voor de luchtcirculatie te zorgen. Zet de braadslede in de bak. Deze gaat als hittecollector fungeren. Zet het rooster op de braadslede. Zorg er voor dat er minimaal een centimeter ruimte zit tussen het rooster en de hittecollector.  Sluit de bak af met de glazen plaat en zet het geheel in de volle zon. Beetje schuin zetten kan helpen om het rendement te verhogen.

Het mooie van dit ontwerp is dat het in een paar minuten te bouwen is met simpele spullen  die in elk huishouden of elke kringloopwinkel te vinden zijn. Het ding werkt prima, maar de omstandigheden moeten ook mee zitten.

Echte zongedroogde tomaten

De droger in actie; links zijn houten broertje.

Het begint bij de keus voor de tomaten. Ik heb wat geëxperimenteerd met vleestomaten en een romatomaatje. De laatste werken het best. Vlees tomaten kan je ook prima gebruiken, maar door omdat ze groter zijn hebben ze meer tijd nodig. En tijd is cruciaal. Hoe langer het duurt voor de tomaten goed droog zijn, hoe meer kans je hebt op schimmel.

Om de tomaten te drogen moet je ze halveren. Vleestomaten kun je beter over dwars halveren (zoals je dat normaliter met een citroen doet).  Kleinere stukken dan een helft heeft geen zin. Tijdens het drogen krimpen de tomaten zoveel dat je dan zongedroogde snippertjes overhoudt. De gelei met de pitjes kan je er uit lepelen. Deze bevat heel veel vocht en dat ben je dan alvast kwijt. Beetje zout over de tomaten helpt het vocht er uit te trekken als ze op het rooster liggen en bevordert ook het conserveren van de tomaten.

Tijdens de afgelopen hittegolf waren de tomaten in vier a vijf dagen droog. Een droger helpt zoals gezegd, maar je moet de omstandigheden wel meer hebben. Het helpt om de droger een beetje schijn in de zon te zetten en steeds met de zon mee te draaien. Ook is het van belang dat de tomaatjes ’s avonds in binnen zet en dat er geen fruitvliegjes en ander tuig bij kan. Af en toe de tomaatjes keren helpt om ze gelijkmatig te drogen.

 

Hittegolf

Zonnig en droog

We leven nog steeds in extremistan met een record droogte, waar deze week ook nog eens een hittegolf overheen komt. Het groene dak van het nieuwe schuurtje dat we in maart voor enthousiasme aanlegden is verdord. De sedum en sempervivum die we hier aanplantten hebben zo te zien nog weinig last van de droogte.

sempervivum in bloei op het voorheen groene dak

Al met al is de tuin nog aardig groen. De klei waar we hier op wonen houdt vocht beter vast dan zandgrond. In de moestuin krijgen de diverse bedden regelmatig water. Helaas is het allemaal leiding water. In onze regentonnen kunnen ongeveer 1000 liter opslaan. In een normale zomer kunnen we daar ongeveer twee weken mee vooruit. Met dit weer gaat het dubbel zo snel.

Een keer in de week een flinke plens, dat is beter dan elke dag een beetje. Van steeds een drupje krijg je luie, oppervlakkige wortelsystemen. Verder helpt de mulchlaag die overal is aangebracht de grond vochtig te houden en de verdamping te beperken. Pas bij tomaten trouwens wel op met teveel water in een keer: ze kunnen zich zo vol zuigen dat de vruchten barsten.

Door de droogte is het gras gestopt met groeien. De konijnen kijken voor mijn gevoel elke morgen weer een stukje chagrijniger als ik ze op een nieuw net wat minder dor plekje zet. Dan nog maar een paar te vroeg afgevallen appeltjes. Voor de dorst.

De appel- en perenbomen hangen redelijk vol fruit. Voor mijn gevoel zijn de vruchten wat kleiner dan andere jaren op dit moment in het seizoen, maar misschien vergis ik me. De bladeren zijn omgekruld en her en der wat dor. Ook steken de boompjes amper nog energie in het aanmaken  van nieuwe scheuten, maar verder lijken ze zich aardig staande te houden. De Frankentaler druivelaar die dit jaar voor het eerst vrucht draagt vermaakt zich opperbest.

De Frankentaler

Als ik iets leer van deze droogte is het nog meer aandacht te hebben voor water: hoe vang ik het op en hoe houd ik het vast. Verder maakt de zon nieuwsgierig. Wat kan ik met deze hitte? Zout maken? Tomaten drogen in een zonnevoedseldroger?

Wordt vervolgd…

Tomatentijd

De nieuwe oogst

Ze zijn er weer! De tomaten. En met de tomaten begint de lekkerste tijd van het jaar. Tomaten, aardappels, komkommers, boontjes, biersla, bosuitjes, courgettes, bramen en bessen, alles vers uit de tuin en allemaal zu haben.

Verlangen en vreemdgaan

Er zijn mensen die het hele jaar door verlangen naar de Kerstdagen. Ik niet. Ik wacht negen maanden met smart op de dag dat de eerste tomaten in de kas rijp zijn. Drie maanden lang is het dan feest. Tot eind oktober de zon niet meer boven het dak van de buren komt en de schaduw over de kas valt. In de tussentijd hebben we met zijn vieren tientallen kilo’s van de lekkerste volle grond tomaten weggewerkt. De meeste eten we vers, een deel geven we weg en een deel maken we in als pastasaus of in het zuur. Tomaten heb je nooit genoeg.

Totdat ze op zijn en het wachten weer begint. Over de winter en in het voorjaar eten we vrijwel geen verse tomaten. In de loop van juni koop ik af en toe een kilootje biologische tomaten op de markt. Die smaken prima, maar het voelt toch als vreemdgaan.

Dat is ook wel begrijpelijk. Tomatenplanten vragen veel aandacht. Voor je kan plukken ben je al snel vier maanden vrijwel dagelijks met de plantjes in de weer. Dat schept een band, die niet te vergelijken is met de vijf minuten die je nodig hebt om je tomaten in de supermarkt af te wegen en weg te bliepen met de zelfscanner.

Carpaccio van tomaat

De beste manier om te genieten van een top tomaat is door er een carpaccio van te maken. Snijd ultradunne plakje van een stevige doch goed rijpe vleestomaat en beleg daarmee een sierlijk bordje. Maak een lichte dressing van een beetje limoensap, een goede olijfolie en een snufje zout en sprenkel dit over de tomaat. Afmaken met grof gemalen zwarte peper en wat vers geraspte oude rauwmelkse kaas. Garneren met verse basilicum en eetbare bloemen (bijvoorbeeld borage, Oost-Indische kers of goudsbloem). Opdienen met veel theater en een niet te lichte witte wijn.

 

 

 

 

 

 

Biersla!

Groenlof

Wie suiker en kleurstof aan kleuters wil verkopen, zet een kinderidool op de verpakking en weet dat de gemiddelde ouder bezwijkt onder het gejengel in de supermarkt. Wie iets aan mannen wil slijten zet er een schaars geklede dame, een motorfiets of iets dat kan exploderen naast. Werkt als een dolle.

Snoeptomaatjes, snackkomkommers, ook bij de groentemarketeers is het kwartje gevallen, al blijft het nog wel een beetje braaf. Om de groentemarketing een boost te geven introduceert Koken met Kropotkin een nieuw fenomeen: biersla! Biersla is sla met biersmaak. Echt waar? Nee, natuurlijk niet. Net zoals een Frozen Danoontje met aarbeiensmaak ook niet echt naar aardbeien smaakt, laat staan gegeten wordt door een tekenfilmfiguurtje.

Biersla! heet van oorsprong groenlof. Groenlof is een tamelijk onbekende groente met een belabberd imago. Het is een andijvie-achtige plant, die een langwerpige krop vormt en nauw verwant is aan witlof en radicchio. Als groenlof al in een kookboek voorkomt, dan wordt het voornamelijk gestoofd. Niet doen! Groenlof moet je rauw eten. Het is een lekkere, frisse, stevige sla, met een bittertje aan het eind. Vandaar: biersla.

Mijn ouders hadden vroeger groenlof in de tuin staan en als kind was ik er al dol op. Bakken vol groenlofsalade heb ik gegeten. Traditioneel ging er een een appeltje of mandarijntje door en kwam er een dressing van azijn met een beetje suiker over. Dat appeltje is gebleven. De dressing maak ik tegenwoordig van olijfolie met azijn en soms een theelepel honing.

Groenlof telen

Groenlof kom je zelden tegen in de supermarkt of bij de groenteboer. Dat is jammer, maar misschien helpt het als er wat vaker naar gevraagd wordt. Gelukkig kan je groenlof heel makkelijk zelf verbouwen. Dat hoeft niet per se in het najaar, zoals veel moestuinhandboeken voorschrijven. Wij zaaien groenlof in de loop van mei. De eerste kroppen eten we als ze nog vrij klein zijn. Je snijdt de krop net boven de wortel af. Het mooie is, dat er dan vanzelf een nieuwe krop uit de wortelpen groeit. Op deze manier kan je twee, drie kroppen van één wortelpen oogsten. Groenlof kan een beetje vorst verdragen. Met een beetje mazzel houden de laatste kroppen het tot eind december vol. Na een zachte winter kan de wortelpen in het voorjaar weer uitlopen voor een laatste bescheiden krop. De wortelpennen werden overigens in de oorlog wel gedroogd en vermalen om te gebruiken als surrogaatkoffie oftewel cichorei.

Groenlof is niet veeleisend. Een beetje schaduw, niet te rijk bemeste grond, een plantenbak op het balkon; het kan allemaal prima.

 

 

 

Eerste en tweede helft

Dag 182

Afgelopen zondag, op dag 182 van het jaar 2018, brak het jaar precies door midden. De eerste helft zit er op; op naar de tweede. Zoals elk jaar is het ook dit jaar weer een typisch jaar in de moestuin. Na de post Viva Extremistan! van begin mei is het er niet minder typisch op geworden. Het KNMI rept over een koude maart, een kletsnatte , maar zeer warme april en een uitzonderlijk warme en droge mei en juni. Het ziet er naar uit dat we voorlopig nog wel even in extremistan blijven.

Boskoop Glorie in de kas

Wat doen die extremen met de tuin? De tomaten, pepers en aubergines hebben er zin in, die houden wel van deze temperaturen. Ook de druiven doen het goed en de bonen gaan als een speer. De tuinbonen, capucijners en peultjes vinden het maar niks dit jaar. Te koude start en daarna te droog wellicht. Ook de bieten en bosuitjes hebben hun draai nog niet echt gevonden.

Vroege aardappels uit de zak

De vroege aardappels die in zakken  en bakken de vergeten hoekjes van de tuin bevolkten zijn inmiddels bijna allemaal gerooid. Normaliter hebben ze bijna voldoende aan de regen en komen ze met een gietertje of twee het groeiseizoen wel door. Dat was dit jaar wel anders. De opbrengst is met een kleine 20 kg prima, met grote verschillen tussen de planten: van amper drie krieltjes tot ruim anderhalf pond per plant.

Die warmte en droogte betekent flink wat sjouwen met gieters water. Normaal dekt de regenton het grootste deel van de waterbehoefte van de kas en de tuin. Dat zit er dit jaar niet in.

Van dons naar verendek

De kuikens zijn in tussen een paar weken oud. Het dons verdwijnt langzaam onder een verendek. We zijn er in het begin een paar verloren. De teller staat nu op acht.

Nog even wachten

Nog een week of twee en dan zijn de eerste tomaten rijp. Ik heb er zin in.

 

 

Augurkentijd

Er zijn geen hoofdrollen en bijrollen, alleen grote en kleine acteurs. Zo is het ook met augurken. In de keuken spelen ze vaak louter een bijrolletje; wat zuur naast de stampot, als vulling voor een plakje ham met een prikkertje met zo’n vlaggetje er door, als garnering van de huzarensalade of verdwaald tussen de sla en tomaat in een burger.

In Good Bye, Lenin! gaat de hoofdrolspeler Alexander Kerner op zoek naar Spreewald Gurken en andere DDR-klassiekers om zijn moeder te laten geloven dat de muur nooit gevallen is. Het is voor zover ik weet de enige film waarin de augurk een rol van betekenis speelt. Duitsers nemen hun Gurken serieus. Het stadje Biblis in de deelstaat Hessen heeft, naast een kerncentrale en de zender van radio Free Europe, zelfs een heus augurkenfestival met een augurkenkoningin, ieder jaar, de laatste vrijdag van juni.

Augurkentijd in de kas

Ook bij ons in de kas is de gurkentijd aangebroken. We zetten elk jaar een stuk of vier planten neer. De teelt van augurken is vrijwel identiek aan die van komkommers. Het is dan ook dezelfde plantensoort. Met vier planten heb je al snel een kilo of vijftien augurken en dat is zelfs voor een groot liefhebber van tafelzuren meer dan genoeg  voor een heel jaar.

Inmaak

In juli en augustus maken we iedere week wel een paar kilo augurken in. Ik gebruik het onderstaande basisrecept voor zoet-zure augurken.

Verzamel genoeg augurken om een aantal potten mee te vullen. Pluk de augurken regelmatig. Hoe meer je pluk, hoe meer bloemen en dus vruchten de plant aan zal maken. Was de augurken grondig om ze van hun stekelige haartjes te ontdoen. Wrijf ze daarna lichtjes in met zout en laat het zout een nacht intrekken. Spoel de augurken daarna goed af.

Zorg bij inmaken voor brandschoon glaswerk. Ik boen de potten altijd eerst met sodawater en daarna kook ik ze uit om de zaak te steriliseren. Terwijl de potten in een grote pan staan te koken maak ik de inmaakazijn klaar. Hiervoor gebruik ik meestal gewone natuurazijn. Per liter azijn voeg ik 200 gram suiker en 200 ml water toe. Dit verhitten we tot net onder het kookpunt.

De steriele  potten vis ik met een speciale tang uit de pan. In het kokendhete glas gaat eerst een lepel hete azijn, dan de kruiden en vervolgens de augurken. Daarna vul ik het glas tot de rand met hete azijn en gaat het deksel er op. Ik hou het tempo er altijd flink in, zodat de zaak niet te veel afkoelt. Als je brandschoon werkt kan je op deze manier zonder verder pasteuriseren de augurken prima conserveren.

Als het deksel er op zit gaan de potten omgekeerd op een theedoek. Terwijl ze afkoelen trekken de potten vacuum. Op een gegeven moment hoor je de deksels vanzelf klikken. Ze staan dan een beetje hol.

Kruiden

Qua kruiden kan je eindeloos varieren. Ik gebruik meestal een theeleep mosterdzaad, venkelzaad, korianderzaad en karwijzaad. Verder gaan er bijna altijd een paar teenjes knoflook mee de pot in.  Voeg een vers spaans pepertje toe als je hot gurken wilt.

Glaswerk

Voor de inmaak kan je prima glazen groentepotten hergebruiken. Ook de deksels kan je vaak nog twee a drie keer opnieuw gebruiken. Controleer de deksels goed. Deksels die roestig, ranzig of beschadigd zijn mikken we weg. Weckflessen met een beugelsluiting of met afzonderlijke glazen deksels werken ook prima. Controleer hier de afsluitringen goed. Vervang oude, stugge en geschuurde ringen.

 

 

 

 

 

 

De suiker kan je eventueel weglagen voor zure augurken. Het pekelen zorgt voor een extra knapperige schil.

 

Gevloerd

Sinds Vrijdag ben ik gevloerd door een rood ei op mijn linker been. Iets met allergie, insekten en een ontsteking. Erg balen, maar het gaat wel weer over. Het maakt me in ieder geval weer duidelijk hoe ontzettend handig het is twee benen te hebben en daar ook stante pede over te kunnen beschikken.

Ook geeft het een leerzaam inkijkje in de arbeidsverhoudingen binnen ons huishouden. Mijn vrouw bemoeit zich als hoofdkostwinner normaliter weinig met de moestuin en de kas. Naast het openen van grote kunsttentoonstellingen houdt ze zich nu noodgedwongen ook bezig met het begieten van de tomaten en de zorg voor de beesten. Dan zijn er nog de bijen (zij), het brood bakken, melk halen bij de boer, donderjagen met de kinderen (wij beide), koken (meestal ik), de was (meestal zij),  de afwas (machine), boodschappen halen (meestal ik) en de rest van het huishouden (beide). Daar komen nog bij de speelweekcommissie, de ouderraad, de medezeggenschapsraad, uitstapjes op school, de redactie van de dorpskrant, de or, schnabbeltje hier, schnabbeltje daar, ouders en schoonouders die ofwel verhuizen ofwel een nieuw tegelpad willen.

De eerste rijpe augurken hangen aan de planten. Volgende week begint het inmaakseizoen. Dat is meer mijn afdeling. Als je het achter elkaar zet lijkt het heel druk, maar in de praktijk valt het erg mee, zolang je er maar niet te veel bij werkt.

De wasbak op de badkamer is lek. Al maanden. Mijn vrouw heeft voortvarend de cifon er af geschroefd. Daarna wist ze het niet meer.  Ze hebben het wel eens over een glazen plafond. Volgens mij is de emancipatie vooral gestopt bij het lappen van fietsbanden en het vervangen van o-ringetjes. Vorige week begon de spoelbak in de keuken ook te lekken. Die is inmiddels gerepareerd. Door Yvet wel te verstaan.

 

Kuikens

Het nest verkennen

Ze zijn er! Dat wil zeggen, de eerste vijf. De rest zit nog in het ei of kruipt daar uit. Kuikens. Daar hebben we het over. De twee oudste kropen vorige week donderdag uit het ei. Precies 21 dagen nadat we gestopt zijn met eieren rapen. Inmiddels zijn de oudste twee druk bezig hun onderkomen te verkennen. De afgelopen dagen zijn er nog drie kuikens bij gekomen. Toen ik net keek zag ik  al weer twee schalen met barsten. Verder in het nest lagen nog zeker zeven eieren. Dat maakt samen veertien. Voor mijn gevoel ligt het tempo waarin de eieren uitkomen wat lager dan voorgaande jaren, maar de tijd wordt vaker stroperig als je ergens met spanning op zit te wachten.

Laissez faire

Een trotse moeder met de allerjongsten. Linksboven kruipt er iets uit zijn schulp.

Over het algemeen laten we de kippen hun gang gaan met hun kroost en beperken we de zorg tot voldoende schoon water, wat aangepast voer en een extra oogje in het zeil. Geen geklooi met broedmachines, lampen of andere high-techt voorzieningen. Onder moeders donzen dekbed is het warm zat.

Onze vier hennen hebben collectief het nest uitgebroed. Ook in deze nieuwe fase, waarin deels nog wordt gebroed en de oudste kuikens al vrolijk door het hok scharrelen, verdelen de dames de taken in goed onderling overleg. De haan staat er, zoals vaker met jonge vaders, wat verloren bij.

Nestvlieders

Kippen zijn nestvlieders. Dat betekent dat de kuikens al behoorlijk zelfstandig zijn als ze uit komen. De eerste dagen hangen ze vooral onder moeders rok, maar na een dag of drie beginnen ze hun omgeving te verkennen. Ze maken daarbij een hoop kabaal, zodat moeders goed weten waar de kroost zich bevindt. Er worden zaadjes en grasjes uitgeprobeerd en ook een wurmpje gaat er al prima in. En als je het even niet meer weet, dan kruip je lekker snel weer onder je moeder. Na een paar dagen begint het dons al voorzichtig plaats te maken voor de eerste veertjes.

Er is weinig in de wereld zo zacht als een vers kuikentje. Dat maakt ze voor onze kinderen extreem aantrekkelijk. Voor school, na school en voor het slapen gaan; er wordt geknuffeld en gekust dat het een aard heeft. Maar niet te lang, want kuikens en hun moeders hebben rust nodig.

 

 

In verwachting

Mama, haar bijen en de bloemen

Mijn zoon mag graag tekenen. Dat had ik zelf vroeger ook. Meestal tekent hij tanks, soldaten, duikboten en explosies. Voor moederdag maakte hij een uitzondering en tekende hij zijn moeder in een veld vol bloemen, bijen, vlinders en de nieuwe bijenkast. Het is een mooie tekening geworden, misschien nog wel mooier dan het nieuws dat Europa eindelijk een streep zet door het gebruik van de voor insekten meest schadelijke soorten landbouwgif: de neonicotinoïden. Wetenschappers waarschuwen voor een ecologisch armageddon en de landbouwlobby LTO betreurt dat het allemaal zo snel gaat.

Er zit een vrolijke naïviteit in de tekening. Een wereld waarin je kan verdwalen, zomaar een stap nemen over de rand van het papier en dan in het groene gras gaan liggen kletsen met de kevers of een brede maatschappelijke discussie aangaan met het bijenvolk. Het is de wereld van Godfried Bomans’ Erik Pinksterblom, die op een schemerige avond in zijn slaapkamertje op avontuur gaat in de Wollewei en daar alle insekten uit Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie ontmoet.

Roeptoeterende courgette

Er hangt een spanning in de tuin, een verwachting. Na de uitbundige regen van vorige week wil alles groeien. We eten aardbeien uit de tuin. De eerste tomaten groeien, op de met broed geënte stammetjes ontspringen paddenstoelen. De stammen liggen achter het kippenhok, maar ook op de keukentafel. Elke dag laten de kinderen het even regenen.

Er groeien paddestoelen op de keukentafel

De courgette bloeit, net als de Oostindische kers en de vroege aardappelen. De goudsbloemen staan te popelen om uit hun knoppen te knallen. De appel en peer hangen vol jonge vruchten. De vier hennen broeden koortsachtig en collectief een nest eieren uit. “Kuikens” staat er in zwierige schoolschriftletters voor aanstaande donderdag op de kalender. Mijn zoon weet het zeker. We hebben samen de dagen nageteld.

Anarcho-feministisch collectief van broedende kippen

De hoop sterft het laatst, zegt een Russisch spreekwoord. In China wenst men zijn vijanden interessante tijden toe. We hebben de warmste mei in drie eeuwen achter de rug, meldt het KNMI. In mijn hoofd speelt een zinnetje. Huhhuhhuh en weemoedzwangere dingen. Het zal wel iets van Paul van Ostaijen zijn.