Groenbemesters

Opschietende groenbemesters in een leeg groentebed

De eerste plekken raken weer leeg in de moestuin. Een groot deel van de aardappels is gerooid. Ik houd niet van lege plekken. Ik bedek ze doorgaans zo snel mogelijk onder een laag mulch. De natuur is immers een kuis wezen. Naakte grond dekt de natuur toe met plantjes die dol zijn vers gespitte aarde. Deze plantjes noemen we onkruid.

Dit jaar probeer ik eens wat anders. Groenbemesters. Dat zijn planten, die niet voor hun blad, zaden, knollen of vruchten gezaaid worden, maar om de bodem te beschermen, de bodemstructuur te verbeteren en de bodemvruchtbaarheid te vergroten. Ook worden ze gebruikt om te voorkomen dat voedingsstoffen in de bodem uitspoelen. Vanggewas noem je ze dan. De plant legt mineralen vast in zijn blad, stengels en wortels. Als het vastzit in een plant, kan het niet wegspoelen met het regenwater, zo is de gedachte. Zodra de plant vergaat in de winter of het volgend voorjaar komen de vastgelegde mineralen weer beschikbaar voor een nieuw teelseizoen.

Veel groenbemester horen bij de familie van de vlinderbloemigen. Deze plantenfamilie heeft de bijzondere eigenschap dat ze stikstof uit de lucht kan vastleggen in de bodem en stikstof, daar houden planten van. Erwten, bonen, klaver, lupine: allemaal vlinderbloemigen en dus geschikt om stikstof in de bodem vast te leggen.

Planten met een stevige, diepe wortel, zoals lupine, kunnen helpen de bodem los te maken en de structuur te verbeteren. Ook zijn er groenbemesters waar bijen dol op zijn. Phacelia is zo’n plant. Als je tegenwoordig in de nazomer grote akkers met paarse bloemetjes ziet is de kans groot dat het een groenbemester is zoals phacelia, lupine of klaver of een combinatie van deze.

Ik ga voor een mix van lupine, phacelia en mosterd. Het is al best laat in het seizoen voor een aantal van deze planten, maar met een beetjes mazzel en een zachte herfst zien we misschien zelfs nog wat bloei als de moestuin steeds leger raakt.

Veel groenbemesters gaan dood na de eerste vorst. De dode planten vormen dan een laagje organisch materiaal, dat je kan vergelijken met een mulchlaag. Lekker laten liggen in het voorjaar. Niet onderspitten.  Hooguit bij elkaar harken en op de composthoop mikken. Hoe minder je de grond spit, beter hij wordt, maar daarover later meer.

Wordt vervolgd…

 

 

 

 

 

 

Hagenpreek

Ons haag en huis

Om een groot deel van onze tuin staat een beukenhaag. Deze haag is zo’n beetje de ecologische hoofdstructuur van onze tuin en biedt een schuilplaats voor vlinders, vogels, hommels en bijen. Onze tuinegel gebruikt de haag als een snelweg om ongestoord van de ene kant van de tuin naar de andere te komen. De grond onder onze haag is zeer humusrijk en heeft een fantastische kruimelige structuur, waardoor het regenwater van een deel van ons dak er makkelijk in de grond verdwijnt. Eén en soms twee keer per jaar snoei ik de heg. Het snoeiafval leg ik vermalen als mulch tussen de groentebedden in de moestuin en helpt daar om het bodemleven te voeden, bepertkt de druk van onkruid en helpt de verdamping tegen te gaan. Hierdoor hebben mijn aardappels en bietjes zelfs in deze gortdroge zomer weinig dorst en hoef ik geen leidingwater te gebruiken om de tuin te sproeien. De haag houdt in het najaar de ergste wind uit de tuin en in de winter voer ik de jonge scheuten aan de konijnen, die dan naast hooi ook wel wat beukenbast en knoppen lusten.

Tuinen in Nederland verstenen. Groen eruit, terrastegels, beton en prefabschuttingen er in en elk ongewenst sprietje groen (help, onkruid!) met een sloot onkruidverdelger de nek om draaien. De gemiddelde aardappelboer gaat inmiddels bewuster met zijn gifspuit om dan de gemiddelde vinexwijkbewoner. De problemen van al dat beton zijn bekend. Al dat steen houdt de hitte van de zon overdag vast en straalt het ’s nachts weer uit. De hitte kan niet meer weg en er is geen groen dat als natuurlijke airco kan fungeren. Het water van de steeds vaker voorkomende stortbuien kan in die versteende tuinen niet meer de grond in zakken, waardoor de kans op wateroverlast toe neemt. Veel gemeenten en groene clubjes zoals operatie steenbreek roepen de burger daarom op de stenen uit hun tuin te halen en deze te vervangen door groen. De deal een plant voor een stoeptegel van de gemeente Groningen werd deze zomer een doorslaand succes.

Ook de groene gemeente Loppersum, landelijk bekend van fenomenen als aardbevingen door de winning van fossiele brandstoffen, uitbuiting van burgers door multinationals en overheidsfalen van on-Nederlandse proporties, ondersteunt dit soort initiatieven doorgaans van harte. Dat is maar goed ook, want ook deze plattelandsgemeente loopt bij de eerste de best wolkbreuk onder water, zo bleek een jaar of drie geleden.

Gister kreeg ik bezoek van de gemeente Loppersum. Ik stond al klaar om de aanmoedigingsprijs “meest groene gezin van de gemeente” met een bescheiden “Dank u wel, dit is te veel eer, we proberen gewoon ons best te doen voor de buurt, de beestjes en het milieu…” in ontvangst te nemen. De vertegenwoordiger van de gemeente had zich voor de gelegenheid in het uniform van een handhavingsambtenaar gestoken en begon zijn verhaal met een preek over mijn heg. Deze moest ik snoeien, want er had iemand geklaagd. Wie dat was, dat bleef geheim, want zo doen we dat in Nederland, waar de overheid haar burgers actief stimuleert om anoniem aangifte te doen van misdaden, misstanden en overhangende heggetakjes.

Ik stond even paf en dat wil wat zeggen voor iemand met mijn vocabulair. Het college van burgemeester en wethouders heeft inmiddels een pittige brief van mij ontvangen en ook u, mijn trouwe lezers, wil ik deze hagenpreek niet onthouden. Want laten we wel wezen, een folder met groene tips van de gemeente is al snel gedrukt, maar het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat burgers hun leven en leefomgeving ook daadwerkelijk op een groene manier gaan inrichten en gebruiken.

 

 

 

 

 

Forel

Vakantie en forellen horen bij elkaar, zeker als je de vakantie voornamelijk gebruikt om rond te hangen in de Belgische Ardennen of het Thüringerwald.  Dit jaar werd het de Ardennen, een kleine twee week op een gezellige camping aan de oever van een kabbelend beekje. Zo’n beekje met keien om een dammetje van te bouwen, een touw aan een overhangende boom om in te donderjagen en natuurlijk een ruime dosis kletterend water.

Zo’n beekje trekt allerlei wonderlijke levensvormen aan. Kleine visjes, die de kruimels brood van de vishaak van mijn zoon beten, rivierkreeftjes, een familie ringslangen en een bever, die ik midden in de nacht tijdens een trip richting pleegebouw in  het schijnsel van mijn zaklamp ving.

In zo’n beekje zwemt forel en hoewel ik best een buitenmens ben, is vissen nooit mijn hobby geweest. De pogingen die ik met mijn zoon Daniël deed om iets uit het water te hengelen bleven dan ook zonder succes, zodat we onze forellen voor de barbecue uiteindelijk in het mooie riviertje de Carrefour vingen; ergens halverwege de versafdeling en de vitrine met Ardenner hammen en worstjes.

Een andere campinggast had meer geluk en hengelde schijnbaar zonder veel moeite een pracht exemplaar uit de beek en gaf deze cadeau aan onze buurman, die het beest uiteindelijk met een tik van zijn bijl naar de eeuwige visgronden stuurde en schoonmaakte. De barbeque was nog warm en we lieten het ons goed smaken.

Recept hele forel van de barbecue

Neem een stuk aluminiumfolie waar de vis in zijn geheel in past en vet deze in met olijfolie. Maak de forel schoon en spoel hem goed af. Druk een half schijfje limoen of citroen en een takje verse rozemarijn in de buik en geef het geheel een flinke snuf peper. Vouw de folie dicht en laat de vis aan beide kanten rustig op de barbecue gaar worden. Serveren met een snufje zout, een schijf citroen en een blond abdijbiertje.

Wangetje

Vergeet niet het wangetje van de forel te proeven. Dit is het meest delicate stukje van de vis. Het ziet er uit als een plat knoflookteentje en zit tussen het oog en de kieuwen van de vis. Deze tip kreeg ik eind jaren negentig in een groezelig restaurant in Boedapast van een docent sociologie tijdens onze studiereis. De man is inmiddels overleden en zijn lessen ben ik vergeten, maar sindsdien gaat er geen forel meer voorbij zonder het wangetje mee te nemen.

 

 

 

 

Voedsel van morgen

Bordje bodemvruchtbaarheid van organische oorsprong, lekker en voedzaam

Wat ligt er in 2050 op je bord? Waar komt dit voedsel vandaan? En hoe wordt het gemaakt? Over deze drie vragen gaat het in de tentoonstelling Voedsel van morgen, die van 10 juli tot en met 6 oktober 2019 in wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam te zien is.

Voor mij is het antwoord op deze vragen vrij simpel. In 2050 eet ik gebakken aardappels met tijm, ui en knoflook, een salade van tomaat en komkommer met een ommelet van shiitakes en scharrelkippenei. Al dit voedsel komt uit mijn achtertuin. Hoe dit voedsel gemaakt wordt kan iedereen lezen op dit blog. Wie echt heel nieuwsgierig is mag langskomen om het zelf te zien. De entree is gratis.

Omdat ik de antwoorden al weet, hoef ik niet naar de tentoonstelling in NEMO in Amsterdam. Dat is jammer, want NEMO is over het algemeen een leuk museum om met je kinderen in rond te dwalen. Bij de uitnodigende tekst van deze tentoonstelling vraag ik me af of dit wel zo geschikt is voor kinderen. Ik geef toe, op de kermis is er ook een spookhuis en dat is best lachen, maar om mijn kinderen nu de stuipen op het lijf te jagen met een toekomst die bestaat uit plofinsekten, hamburgers uit kweekvlees en voedselpoeder op basis van je DNA-profiel…

Ik vind plofkippen moreel verwerpelijk, dus ik zou niet weten waarom we als mensheid hetzelfde geintje met insekten zouden moeten uithalen. De ontwikkeling van kweekvlees lijkt met het ideale pad om nog meer macht over ons voedselsysteem in de handen van een kleine groep multinationals te leggen. U weet wel, die vriendelijke firma’s die met hun dodelijke cocktail van gif, GMO en monocultuur aan de wieg staan van het instorten van complete ecosystemen en de massale uitroeiing van insekten, oftewel het ecologisch armageddon. Bovendien is mijn DNA-profiel privee. Dat ga ik niet delen met het agrochemofarma-industrieel complex.

Het klinkt misschien nog ver weg, maar met een groeiende wereldbevolking moeten we goed nadenken hoe we in de toekomst ons voedsel verbouwen… lees ik verderop in de tekst over de tentoonstelling. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. Het is belangrijk dat we goed nadenken over hoe we ons voedsel verbouwen. Dat is precies de reden dat ik hier elke week met veel plezier een stukje tik om te laten zien hoe je haan uit de achtertuin kan eten in plaats van hamburgers uit de fast food-industrie.

Er is een groep mensen, die denken dat we de wereld gaan voeden door ons voedsel te vertechnologiseren. Deze stroming noemen we ook wel de ecomodernisten. Ecomodernisten geloven dat technologie de oplossing is voor de ecologische vraagstukken van de mensheid. Ze verzinnen dan een zeecontainer volgestouwd met led-lampen, computers, sensoren en zonnecellen om een paar blaadjes sla mee te produceren. Ik denk dan: zoek een paar onderbenutte vierkante meters aarde, composteer een berg herfstbladeren en plant die sla met zijn voetjes in de grond en zijn kroppie in het zonnetje.

De mensheid kan zichzelf met gemak voeden in 2050. Niet door technologisch fata morgana’s na te jagen of door massaal over te stappen op een veganistisch dieet. Om de mensheid te voeden heb je een vruchtbare bodem nodig. De kern van ieder voedselvraagstuk is: hoe kan je oogsten zonder de vruchtbaarheid van de bodem uit te putten?  Zoals de uitvinder van het moderne composteringsproces Sir Albert Howard in zijn klassieker An Agricultural Testament al aantoonde komt het antwoord op die vraag uit het achtereind van een koe. Zonder dieren gaan we het niet redden en vooral niet zonder de stront, die aan de basis ligt van elke bodemvruchtbaarheid.

Wordt vervolgd…

 

 

 

Courgette

Dorstige courgette

Courgettes, ik ben er nooit fan van geweest. Ze doen het leuk in de moestuin. Makkelijke plant, prima opbrengst. Maar de smaak… het is vlak, groenterig, onuitgesproken. Niet iets wat mij in de keuken tot grootse dingen brengt. Ik moffel ze altijd een beetje weg; licht gebakken tussen de aardappels, in blokjes door de spaghettisaus; in de wok door de nasi. Zelden in de hoofdrol en nooit echt briljant. In dunne plakken uit de grilpan vind ik ze jong geplukt nog wel een aardige bijgerecht. Die doorgeschoten courgettes zijn het ergste. Vergeet je er een te plukken en een paar dagen later hangt er een knoepert van één of twee kilo aan de plant.

Gister had ik er zo een. Te groot om weg te moffelen. Het werd uiteindelijk een courgettepuree met kaas uit de oven.

Courgettepuree au gratin

Recept courgettepuree au gratin

Ingrediënten

  • een courgette van ongeveer 1 kg
  • een paar uien
  • twee teentjes knoflook
  • scheutje olijfolie
  • een theelepel specerijenmengsel
  • hand vol verse munt
  • scheutje witte wijn (ik gebruikte een restje zoete Canei-rommel die om onverklaarbare redenen in onze koelkast was beland)
  • twee beschuiten
  • flink wat geraspte oude kaas
  • geraspte schil van één citroen
  • peper en zout

Bereiding

De uien en knoflook snijden en fruiten. De courgette in blokjes en met de ui, knoflook en wijn gaar koken. Specerijen erbij en het geheel laten pruttelen tot het grootste deel van het vocht verdampt is en daarna pureren. De beschuiten er door kruimelen,  de munt hakken en citroenschil raspen en met driekwart van de kaas door de puree mengen. Op smaak brengen met peper en zout. Verdeel de puree in ovenvaste schaaltjes en strooi de rest van de kaas hier over. Zet de schaaltjes puree ongeveer 20 minuten op 180°C onder de gril, zodat ze een knapperig kaaskorstje krijgen.

Serveren met een simpele witte wijn, komkommersalade uit eigen kas en gebakken minikriel met verse tuinboontjes en ui uit de tuin (de tuinboontjes 5 minuten blancheren en daarna meebakken).

Winterkost

Zaailingen van de Russian Red Kale

De zomer is begonnen, dus is het de hoogste tijd om ons met de winterkost bezig te houden. Begin juli zitten we op het randje van het oogst- en inmaakseizoen. De eerste komkommers en courgettes zijn klaar. We eten al een maand vroege aardappelen en de knoflook is uit de grond. Dat betekent dat er her en der wat lege plekken in de moestuin ontstaan. Die plekken vullen we met winterkost: andijvie en boerenkool. Deze heb ik net voor de langste dag gezaaid. In deze periode van het jaar knallen planten de grond uit. Het is warm; het is lang licht; dit is het moment om te groeien. De andijvie kunnen we in de herfst eten. De boerenkool houdt het met een beetje mazzel tot diep in het voorjaar vol.

Het is een bijzonder ras boerenkool. Russian Red Kale stond er bij in de zaadgidsGroenten met een vleugje Oostblok in de naam zijn voor mij onweerstaanbaar. Sovietstamp met saucisse klinkt toch net wat stoerder dan boerenkool met worst. Russian Red Kale is eigenlijk geen boerenkool, maar een bladkool. Goed winterhard en prima in de stamppot of in een stevige rauwkostsalade.

Met de seizoenen meeëten uit de moestuin is vooral ook een of twee seizoenen vooruit denken. De komende weken begint het inmaak seizoen. Zo’n twee keer per week sta ik dan boven dampende potten kilo’s augurken en ander spul weg te werken. Tijd om het glaswerk eens na te lopen, te sorteren en beschadigde deksels te vervangen. Dat glaswerk bestaat hergebruikte groentepotten en deksels. Een pot kan een levenlang mee. De schroefdeksels houden het een jaar of drie vol. Daarna gaan ze roesten en sluiten ze niet meer goed af. We gebruiken ook veel weckflessen. Die gaan generaties lang mee en hebben alleen van tijd tot tijd een nieuwe afsluitring nodig. Ik kan geen kringloopwinkel inlopen zonder met één of twee weckflessen weer buiten te komen.

De aardappelen voor komende winter staan in bloei. Zolang er geen ziektes in zitten mogen die nog een tijdje in de grond blijven. Het zijn late aardappels van de rassen Sarpo Myra en Sevilla. Deze rassen zijn goed resistent tegen de gevreesde aardappelziekte phytophthora, die vooral bij de combinatie van warmte en vochtig weer de kop op steekt. Opletten dus, de komende weken.

 

 

 

 

Airco

Bij mijn buurman in de tuin staan dag en nacht tien airco’s aan. Gelukkig lopen ze niet op stroom, maar op regenwater, mineralen en koolstofdioxide. Eigenlijk zijn het er ook geen tien, maar is het één hele grote. Het is een onderhoudsarm model dat erg lang meegaat; drie honderd jaar of langer is geen uitzondering. Aan het eind van zijn leven is het apparaat ook nog eens om te bouwen tot nachtkastje, barkruk of bezemsteel.  Ze zijn bovendien in heel veel merken en modellen beschikbaar. De buren hebben er een van het merk Es.

Bij elke hittegolf komt het verhaal van de boom en de tien airco’s weer te voorschijn. Bomen koelen actief door de verdamping in de bladeren. Bovendien geven ze schaduw en slaan ze de warmte niet op, zoals beton, steen en asfalt dat wel doen. Het verschil tussen een tegelpad en een stukje groen is na zonsondergang al snel 5°C.

Veel mensen vinden bomen in de tuin van de buren lastig. Er zit bijvoorbeeld geen uitknop op een boom en die heb je op een airco wel. Die schaduw heb je de hele zomer, dus ook als er even geen hittegolf is, maar een periode van intens trieste druilerigheid. Bovendien geven bomen rommel. Ze trekken vogels aan, die de boel onderschijten en iedere herfst weer drapperen ze een heel pakket blaadjes in de tuin.  Prima spul om te composteren, om als mulchlaag te gebruiken of om bladaarde van te maken.

Ik moet toegeven: de es in de tuin van de buren is enorm. Onze kas staat schuin onder deze gigant en in een slechte zomer hoor ik de tomaten wel eens klagen over een gebrek aan zon. Als het stormt hoop ik dat er niets groter dan een bezemsteel naar beneden komt zeilen. Tot nu toe is dat altijd goed gegaan. Twee jaar geleden heeft een boomwerker de kruin verzorgd en een anker geplaatst. Als één van de stammen gaat, vangt de ander hem op.  De es kan weer jaren mee. Dat is maar goed ook, want de soort heeft het zwaar. Door een schimmelziekte verdwijnen er steeds meer essen uit het landschap.

Zonde, want de es hoort bij het cultuurlandschap. Er zijn ongeveer 100 planten, mossen en inspectensoorten specifiek afhankelijk van de es lees ik in een publicatie van de WUR. Van oudsher wordt het veerkrachtige hout van de es vooral gebruikt voor stelen van gereedschap en meubels. Ik heb eens een kaasschaaf en een stamppotstamper gerepareert met een stuk essentak. Werkt als een tierelier. Ook als airco zijn ze dus onovertroffen. Laat die hittegolf maar komen…

 

 

Ranja

Grenadine Jonkheer van Tets

De rode bessen zijn klaar. Dat wil zeggen, wat er van over is. Een flink deel is achterover gedrukt door onze gevederde vrienden. Bij de rode bessen maak ik me daar nooit zo druk over. Ik ben nooit zo’n fan van rode bessen geweest. Een handje vol door de yoghurt is leuk, maar daar krijg ik een halve emmer niet mee weg. Je kan er wijn van maken, maar die wordt over het algemeen te zuur. Op sterk water zetten geeft op zich een prima bessenlikeur, die echter wat bleekjes afsteekt bij de variant met bramen. Ik kan er natuurlijk ook iets non-alcoholisch van maken, bedacht ik, terwijl ik de bessen aan het ritsen was en de kinderen om ranja vroegen. Rode bessen ranja. Met lekker veel suiker. Deze ranja kan je natuur ook prima aan volwassenen schenken. Dan noem je het alleen geen ranja, maar Grenadine Jonkheer van Tets, naar een veel voorkomend aalbessenras. Voor het theatraal effect zeg maar.

Recept rode bessen ranja

Het recept is simpel: kook de gewassen en geritste bessen in een verhouding van twee delen bessen op één deel suiker en één deel water tot moes en druk het geheel door een fijne zeef.  Het resultaat is een rode bessen siroop die naar smaak met water is aan te lengen tot een eerste klas ranja.

Deze ranja is volgens mijn zoon 25% lekkerder dan gewone ranja. Hij kan het weten. De eerste karaf was in 5 minuten leeg.

 

 

 

Wind

Afgelopen zaterdag belandden we onderweg naar vrienden die vlak over de Duitse grens wonen in een kleine zandstorm. We hadden amper de Dollard-klei achter ons gelaten of de horizon kleurde roestbruin. Een straffe wind blies de aarde van de akkers, die uitgedroogd en van hun humus beroofd weinig weerstand konden bieden tegen de kracht van de natuur. Een triest gezicht. Het deed me denken aan de Dust Bowl, de verwoestende stofstormen, die de uitgedroogde prairiegronden van de VS in de jaren 30 van de vorige eeuw teisterden.

In Nederland zijn vooral de veenkoloniale zandgronden gevoelig voor winderosie. Onze dust bowl ligt in de driehoek Hoogezand – Oude Pekela – Emmen. De bodem in dit gebied bestaat uit de arme zandgrond die achter bleef nadat de veenlaag was afgegraven. De grond is arm aan humus, mede door intensief gebruik van kunstmest. Er worden veel fabrieksaardappelen geteeld, die in de fabrieken van Foxhol, Gasselternijveen en Ter Apelkanaal worden omgezet in  aardappelzetmeel.

Aardappelzetmeel is het belangrijkste ingrediënt van mostersoep. Maar niet alleen daarvan. Ook van vleesjus, spaghettisaus, champignonesoep en kip tandori. Dat wil zeggen, als je de ingrediëntenlijst van zetmeel- en zoutmenger Knorr er bij neemt.

Zo’n zakje aardappelzetmeelsaus kost per kilo 28 euro en 37 cent bij de Appie. Ter vergelijking: een kilo biologisch biefstuk kost bij dezelfde grootgrutter 26 euro en 99 cent. Ik vind dat hele dure aardappelmeel. Knorr is onderdeel van Unilever, een gezellige en kneiter duurzame multinational die met één sms-je onze premier zo ver kreeg de dividendbelasting af te schaffen. Ze hebben een duurzaamheidscode laten ontwikkelen door de boefjes van Landbouwuniversiteit Wageningen. In die code lees ik op zeven:

 Zorg voor de grond: Een gezonde bodem is letterlijk en figuurlijk een ‘grondprincipe’. Wij vragen van de voor Knorr werkende boeren een duurzaam bodembeheer en aandacht voor natuurbehoud om ook in de toekomst bodemgezondheid te behouden. Want een goed bodembeheer draagt bij aan kwalitatief betere en grotere oogsten.

Dat klinkt natuurlijk prachtig. Ik vraag me alleen af wat dat precies betekent, terwijl ik in de auto zit en om mij heen per hectare tussen de 5 en 50 ton teelaarde door de lucht vliegt.

 

Burrito’s

Elke maand eten we één keer burrito’s. Dat is op de zaterdag dat we onze maandelijks bestelling van drie biologische kippen bij de boer halen. De kippen gaan in stukken in de vriezer. Van de karkassen trek ik bouillon. Na een half uur koken haal ik de karkassen uit de pan en pluk alle resten vlees van de botten. Dat is voldoende om met zijn vieren twee keer ruim van te eten. Deze gekookte kipsnippers laten zich uitstekend opbakken met een uitje, wat bonen, kikkererwten of rijst. Ik breng het op smaak met mijn vers gemalen specerijenmengsel en heb dan de vulling voor een heerlijke burrito. Om een eersteklas vulling gaat natuurlijk geen bordkartonnen wrap van de appie. De tortilla’s bakken we zelf. Dat is niet moeilijk, maar het vraagt wel wat handigheid. Hoe vaker je ze bakt,  hoe handiger je wordt.

Ik vraag me wel eens af wat de mensheid bezielt om 1 euro 79 neer te tikken voor een inferieur industriëel deeglapje, dat stijf staat van de E-nummers, terwijl je met basale ingrediënten en een beetje moeite voor minder dan vier duppies in je eigen keuken een veruit superieure versie kan maken.

Zo werkt het:

Basisrecept tortilla’s (voor 6 stuks)

Ingrediënten

  • 400 gram bloem
  • een scheutje zonnebloemolie
  • 290 gram  warm water
  • een snufje zout
  • een theelepel gist

Bereiding

Kneedt met de hand of de machine de ingrediënten tot een soepel deeg . Gebruik goed warm water, dan rijst het deeg beter en wordt de tortilla lekker luchtig. Laat het deeg even staan. Tien minuten is prima. Langer mag ook. Bestrooi je werkblad en handen licht met bloem. Pak een stuk deeg, rol hier een soepel balletje van, dat je plat drukt op het werkblad. Rol dit met een deegroller uit tot een tortilla van de gewenste omvang. Keer tijdens het uitrollen de tortilla een paar keer om op je werkblad. Daarmee voorkom je dat hij aan het blad vast gaat plakken en wordt de tortilla gelijkmatiger van dikte.

Verhit ondertussen je favoriete koekenpan op een flink vuur. Gebruik eventueel een klein scheutje zonnebloemolie om de tortilla in te bakken. Bak de tortilla aan beide zijden in ongeveer een minuut gaar. Rol in de tussentijd de tweede tortilla uit. Zo bak je in ongeveer een kwartier een stapel van zes overheerlijke tortilla’s.