The proof of the pudding…

Een oude schets van ons huishoudelijk ecosysteem

Na mijn oproep van vorige week ontving ik een mooie mail met een aantal intrigerende vragen. Om te beginnen de vraag om ook eens te schrijven wat niet lukt en waarom. Ligt dat aan je gedrag, aan de uitvoering of is het een mooi maar te theoretisch idee? Verderop in de mail nog een intrigerende vraag: … maar hoe raakt duurzaam leven populair, hoe kunnen we andere mensen overtuigen, als we dat al willen?

Om met de eerste vraag te beginnen: mislukt er nooit iets? Gelukkig mislukt er voortdurend van alles. Sterker nog: fouten zijn zo ongeveer de beste dingen die me kunnen overkomen. Een fout is informatie. Veel fouten maken, de oorzaak proberen te achterhalen en daar vervolgens van leren is een cruciaal onderdeel van elk ontwikkelingsproces. Als er nooit iets fout gaat, probeer ik het niet hard genoeg. Trial and error, fail fast, fail often. Nog zo’n mooie: Eat your own cooking. Als ik iets verpruts, dan zijn de consequenties voor mij.

Veel van wat ik hier schrijf is een reflectie op huis-tuin-en-keuken projecten. Soms besteed ik expliciet aandacht aan wat er fout gaat, soms laat ik een serie mislukte prototypen en experimenten achterwege en beperk ik me tot een beschrijving van wat wel (ongeveer) werkt. De zonnevoedseldroger uit de aflevering over zongedroogde tomaten is daar een voorbeeld van.

Deze huis, tuin en keuken projecten passen in een groter plaatje, dat misschien nog het best te omschrijven is als een huishoudelijk ecosysteem. Ik zou het ook gewoon economie kunnen noemen, maar dan in de oude Griekse betekenis van het woord: oikos (οἶκος), huis en nomos (νόμος), regel, oftewel de huishoudkunde.

Hoe richt we het ecosysteem, waarin we dagelijks als gezin functioneren, op zo’n manier in, dat we een zinvol leven leiden en tegelijkertijd de postzegel die we bewonen beter achter laten, dan we hem hebben aangetroffen?  Dat is een grote en complexe vraag die verder gaat dan alleen groen, duurzaam of de omvang van onze ecologisch voetafdruk.

Wat stoppen we in ons huishouden en wat komt er uit? In dat grotere plaatje kunnen we nog best veel doen. We hebben een oud huis, waarin we tien jaar geleden nog 2500 kubieke meter gas verstookten. Dit jaar komen we naar schatting voor het eerst onder de 1400 kuub. Dat is aan de ene kant winst, maar aan de andere kant nog een lange weg te gaan. We produceren minder afval dan een gemiddeld gezin, maar ik vind 267,5 kilo nog steeds een hele grote berg.

In de reguliere economie is een huishouden tegenwoordig vooral een eenheid van consumptie en schuld. Dat is naar mijn idee een nogal uitgehold ecosysteem met huizen als lege hulzen voor op de pof gekochte spullen en diensten.

Ons huishouden heeft nu minder schulden dan tien jaar geleden. Doordat ik mijn baan heb opgezegd consumeren we jaarlijks voor circa 25.000 euro minder aan goederen en diensten. Tegelijkertijd zijn we als huishouden een stuk productiever geworden. We produceren op een duurzame manier brood, aardappelen, groente, fruit, eieren, honing, hoestdrank, was,  wijn, whisky, sigaren, zout, zeep, zalf, zaden, planten, diverse bouwmatrialen, compost, mest, etc.

Het belangrijkste echter wat we als huishouden zelf zijn gaan produceren is de zin van het leven. Die zin draait voor ons steeds minder om wat we consumeren en meer om wat we maken. Een maker kijkt anders naar de wereld dan een consument. Het ingewikkelde van de zin van het leven is, dat ik moeilijk voor mijn buurman of vrouw kan bepalen wat de zin van zijn of haar leven is.

Niet iedereen heeft de tijd, ruimte en ambitie om de zin van zijn bestaan op te hangen aan de smaak van zijn zelf verbouwde tomaten. Ik kan er over praten, schrijven, zaden uitdelen en plantjes verkopen. Het overtuigen begint pas als iemand het zaadje plant, de plant laat groeien en zijn eigen tomaten proeft.

The proof of the pudding is in the eating…

Met dank aan René Ruiter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *